Gelijkgestemd wonen in leefmilieus bij Archipel

Allerlei onderzoeken bewijzen hoe belangrijk de leefomgeving is voor mensen met dementie. Met dat gegeven startte Archipel vijftien jaar geleden met de methode sociotherapeutische leefmilieus. Bewoners leven er in ‘gelijkgestemde’ groepen. Groepen die zijn afgestemd op hun persoonlijke voorkeuren, voor bijvoorbeeld sfeer, activiteiten en gezelschap. Hanneke Noordam deed er vanuit het UKON en samen met professionals en mantelzorgers onderzoek naar en presenteerde dat tijdens een bijeenkomst over leefomgeving en gedrag van het Kennisnetwerk Dementie.

‘Het is heel persoonlijk waar en hoe je je prettig voelt’, legt Hanneke Noordam uit. Alleen zijn of een huis vol mensen? Wonen in een metropool of in een hutje in het bos? Maar hoe is dat als je dementie hebt en naar een verpleeghuis gaat. Door dementie kunnen je behoeften veranderen. Het is daarom belangrijk naar het hier en nu te kijken.’

Aanbevelingen voor omgevingszorg

De leefomgeving is heel bepalend voor hoe mensen met dementie zich voelen. En dus zijn er kaders en richtlijnen. De nieuwe Zorgstandaard Dementie (verschijnt binnenkort) doet bijvoorbeeld aanbevelingen voor omgevingszorg, zoals de binnen- en buitenruimte, de inrichting, apparatuur, licht, lucht, geluid en warmte. Want, zo stelt de Zorgstandaard, ‘Een goede omgeving draagt bij aan een zinvol bestaan en kan een bijdrage leveren aan het beperken van probleemgedrag.’

‘Prettige dag’

Bij Archipel zijn ze daar al verder mee. Het ontwikkelde een methodiek voor sociotherapeutische leefmilieus. Functieleider en psycholoog Anouk Matser vertelt over de leefmilieus: ‘We plaatsen cliënten in een leefmilieu met gelijkgestemde andere cliënten. De aanleiding was dat we veel cliënten hadden met dementie, maar dan in combinatie met gedragsproblemen of psychiatrische problemen. Als je cliënten bij elkaar zette in één huiskamer ontstonden er heel veel conflicten tussen de cliënten. We zijn op zoek gegaan naar hoe we voor onze cliënten een betere sfeer konden neerzetten, een fijnere plek om te wonen, een fijnere plek om behandeld te kunnen worden, dat ze meer positief contact hebben en zich nuttig voelen en een prettige dag hebben.’

Op elkaar afgestemd

In zo’n sociotherapeutisch leefmilieu zijn zorg, behandeling, begeleiding, activiteiten en de fysieke omgeving op elkaar afgestemd. Zoals kleurgebruik, sfeer, de interactie tussen bewoners, de benadering van de zorgmedewerkers en gezamenlijke of juist individuele activiteiten. Cliënten leven in het milieu dat het meest aan hun behoeften tegemoet komt.

Competenties en vaardigheden

Anouk Matser: ‘We zien dat het voor de cliënten veel prettiger is, er zijn minder agressie-incidenten. Cliënten en hun familie geven aan dat ze zich prettiger voelen op de afdeling en dat er veel meer positief contact is. Medewerkers worden ingedeeld op basis van hun competenties en hun vaardigheden. Dan heb je de goede mensen op de goede plek en zij ervaren zo ook meer werkplezier.’

Wetenschappelijke onderbouwing

Hanneke: ‘Werken met sociotherapeutische leefmilieus lijkt veelbelovend, maar de wetenschappelijke onderbouwing ontbrak nog en Archipel had de wens om de methode verder te verbeteren. Dat hebben we door middel van een actie-onderzoek gedaan bij Archipel en Zorggroep Almere, waar ook met leefmilieus wordt gewerkt. We hebben literatuuronderzoek gedaan en geobserveerd op afdelingen en interviews gedaan met behandelaars, verzorgenden en mantelzorgers. Vervolgens hebben we samen verbeterpunten geformuleerd en geprioriteerd, die in de praktijk zijn doorgevoerd. En ook dat hebben we weer onderzocht, wetenschap en praktijk zijn echt samen opgetrokken.  En de betrokkenheid van de mantelzorger was zeer waardevol, die samen met onderzoeker en psycholoog in de werkgroep zat.

Ook interactie in leefmilieus

Onderdeel van het onderzoek was ook het nader bepalen van de elementen van een sociotherapeutisch leefmilieu. Denk aan de fysieke omgeving, zoals de inrichting, de sfeer en veiligheid, maar ook de sociale omgeving, zoals structuur en dagritme, activiteiten en de interactie tussen bewoners, familie en medewerkers.

Rust in de groepen

‘De mensen die we gesproken hebben zien veel voordelen van het plaatsen van bewoners op basis van hun behoeften’, vervolgt Hanneke Noordam. ‘Onbegrepen gedrag kan door het juiste leefmilieu minder worden en de eigen regie van bewoners neemt toe door goed te kijken naar de wensen en mogelijkheden van bewoners. Er is meer rust in de groepen en medewerkers voelen zich er prettig bij.’

Meer individuele dagbesteding

‘Wat ik zelf heel leuk vind is dat Archipel nu met subsidie van het Stimuleringsfonds creatieve industrie een traject is gestart met ontwerpers. Zij zijn samen met medewerkers en mantelzorgers aan de slag met hoe je de omgeving van cliënten zo kunt inrichten dat deze het beste past bij de waarden van een specifiek leefmilieu. De waarden worden dan zo vertaald in een concreet ontwerp voor de inrichting. Het is mooi om te zien dat de methode zich zo verder ontwikkelt’, besluit Hanneke Noordam.

De vier leefmilieus bij Archipel

  • Balansgroep: balans rust en activiteit, structuur, individueel of kleine groep
  • Sfeergroep: veiligheid, rust, sfeer, kleine groep
  • Sociogroep: zelf doen, uitdaging, prikkels en samen/groep
  • Bakengroep: individueel, eigenheid, houvast en weinig prikkels

Bekijk ook de film over sociotherapeutische leefmileus bij Archipel Zorggroep en Zorggroep Almere.

Over het onderzoek

Het LIVE-onderzoek (Leefmilieus In Verpleeghuizen) werd mogelijk gemaakt door Alzheimer Nederland en ZonMw, en valt onder het subsidieprogramma Memorabel, dat als doel heeft de kwaliteit van leven voor mensen met dementie te verbeteren. Archipel (drs. Hanneke Nijsten, drs. Anouk Matser en Annemieke van der Dussen) werkte samen met het UKON (prof. dr. Raymond Koopmans en prof. dr. Debby Gerritsen), de Open Universiteit (dr. Roeslan Leontjevas) en Zorggroep Almere (drs. Marijke Kokshoorn). Hanneke Noordam werkt inmiddels als onderzoeker voor Vilans.

Door Jan Willem Bloemen

Meer weten


Geplaatst op: 4 november 2019
Laatst gewijzigd op: 8 november 2019