NOOM: Cultuurspecifieke zorg vraagt meer dan persoonsgerichte zorg alleen

 ‘Hoe meer achtergrondkennis je hebt over je bewoner, hoe meer “haakjes” waaraan je het contact kunt vastmaken. Als iemand uit een andere cultuur komt, zul je daarover iets moeten weten. Iemand die net als jij uit een Brabants dorp komt, kun je immers veel sneller “plaatsen”, aldus Jeanny Vreeswijk-Manusiwa van NOOM.

Jeanny Vreeswijk-Manusiwa werkt de helft van de week bij het Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten (NOOM) en de andere helft bij Woonzorgcentrum Raffy-Leystroom, voor zowel het Indisch/Molukse huis als voor het Turkse. Daar is ze verantwoordelijk voor de kwaliteit van de cultuurspecifieke zorg en voor de scholing hierover aan nieuwe medewerkers en vrijwilligers. Bij NOOM werkt ze aan de Leidraad Cultuurspecifieke Zorg. ‘Het wordt een handreiking richting zorg- en welzijnsinstellingen die zich ook op oudere migranten gaan richten. Er komt een voorlichtingspakket met onder andere aandacht voor bejegening, communicatie, de beleving van dementie en rituelen in de palliatieve fase. Ook maken we een actueel overzicht van cultuurspecifiek zorg- en welzijnsaanbod. En er komen methodieken om met oudere migranten in gesprek te komen en te blijven. De inhoud halen we op bij onze lid-organisaties.’

Terug naar een wereld die hier niet is

‘Waarom zo’n Leidraad nodig is? We moeten van projectmatige naar structurele aandacht voor passende zorg aan oudere migranten. NOOM wil erkenning voor het feit dat er een groep ouderen is waarop het huidige zorgaanbod niet aansluit. De Leidraad moet die aansluiting verbeteren, beschrijven hoe het dan anders en beter kan. Wil je mantelzorgers overhalen de zorg voor hun ouders uit handen te geven, dan moet er iets gebeuren in de zorg.’

Ze zucht diep en zegt: ‘Je moet je steeds realiseren dat je te maken hebt met mensen die alles wat hen lief was verlieten. Ze hebben allemaal hun kinderen in een vreemde omgeving opgevoed, zonder bekend referentiekader. Dat is een breuk in je leven, je wordt anders oud. Nederlandse ouderen hebben ook hun verhalen, maar díe knip hebben zij niet meegemaakt. En als je als oudere migrant dement wordt, ga je terug naar een wereld die hier niet is. De zorg moet daarop inspelen.’

Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg

Cultuursensitief werken is eigenlijk ‘gewoon’ persoonsgericht werken, waarbij de cliënt als mens het uitgangspunt is met aandacht voor alle levensdomeinen die voor de cliënt van belang zijn. In het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg staan in zowel hoofdstuk 1 over persoonsgerichte zorg, als in hoofdstuk 2 over Wonen en welzijn een aantal criteria die specifiek raken aan cultuursensitief werken. In de publicatie ‘Cultuursensitieve zorg’ vinden organisaties tips om cultuursensitief werken binnen de eigen organisatie door te voeren. 

Leer het ‘gisteren’ van de ander kennen

Ze vervolgt: ‘Iedereen die in de zorg werkt, komt dichtbij de andere mens. Je hebt sensitiviteit nodig om diens wensen en behoeften aan te voelen. Vooral omdat iemand in de laatste fase van dementie dat niet meer zelf kan zeggen. Het is van belang of iemand uit de stad of juist van het platteland komt. Wat hij lekker vindt, welke muziek hij graag hoort. Zie de oudere als persoon, ga niet voorbij aan wat iemand kon of misschien nog steeds kan.’

‘Cultuurspecifieke zorg vraagt echter meer kennis dan persoonsgerichte zorg alleen. Hogere kwaliteit van zorg betekent scholing, meer dan de verplichte. Als je net als je bewoner uit een Brabants dorp komt, kun je hem sneller “plaatsen” dan wanneer hij uit een voor jou onbekende omgeving komt. Als we bij Raffy – of ons Turkse huis Lâle – scholing geven, nemen we mensen mee in de belevingswereld van de ouderen. Hoe zag hun wereld eruit? Als we het over Indische ouderen hebben, dan leefden zij in een koloniale, hiërarchische wereld waarin vaak weinig aandacht was voor wat je zelf wilde. Als kind maakte je de Japanse bezetting mee. Belangrijk is de uitspraak “Ontdek gisteren, begrijp vandaag.” Waarom doet men zoals men doet? Probeer het te begrijpen, daar gaat het om. Vooral voor hen die dat “gisteren” zelf niet meer kunnen vertellen. Hoe meer achtergrondkennis je hebt, hoe meer “haakjes”. Het vergemakkelijkt het contact en verhoogt de kwaliteit van zorg.’

Liever een kliederboel

Scholing over de diverse culturen van bewoners is voor iedereen in een organisatie van belang, niet alleen voor zorgmedewerkers. ‘Pas zei een huiskamerassistente: “Ik geef toch alleen maar eten.” Nou, dat eten, de voorbereiding erop, hoe het eruit ziet… dat staat juist centraal in het leven van de mensen, zeker in niet-westerse culturen.’ Ze noemt een paar voorbeelden van hoe organisaties daarop inspelen: door de receptie de vorm van een oosterse toko te geven of op de huiskamer een keuken voor bewoners en familie te maken – de ‘sambalkeuken.’

Een ander voorbeeld van cultuursspecifieke zorg: ouderen uit verschillende culturen zijn van huis uit gewend zichzelf met veel water te wassen. Iemand op bed wassen met een wegwerpwashandje leidt ertoe dat de bewoner onrustig blijft: hij voelt zich niet schoon. ‘Gebruik daarom ruim water, ook al wordt het een kliederboel. Dan is de bewoner tevreden en heeft iedereen een rustigere ochtend.’

Reuring

Ook met de in het algemeen grote families moet je als zorgmedewerker leren omgaan. ‘Het werkt niet om een briefje op de huiskamerdeur te hangen dat er maximaal twee mensen tegelijk bij een bewoner op bezoek mogen. Faciliteer gewoon voldoende ruimte. Het begrip ‘familie’ heeft nu eenmaal een ruimere betekenis, in woord maar ook in het gevoel van de mensen. Men komt met velen over de vloer. Een afdeling is niet alleen voor de mensen zelf, ook voor hun netwerk. Organiseer af en toe een familieberaad, bouw een band op. Anders trekt men alleen aan de bel als er iets aan de hand is. En waar cultuurspecifieke afdelingen ontstaan speelt juist dat netwerk een actieve rol.’

Pas sprak Jeanny een bestuurder die de reuring op de Molukse vleugel eigenlijk ook wel wenste voor de meer ‘Hollandse’ afdelingen. ‘Misschien moet je daar dan de vrijwilligers op een creatievere manier gaan zoeken, bijvoorbeeld door contact te leggen met een school of een vrijwilligersinstelling.’

Jeanny: ‘De overgangsfase van thuis naar verpleeghuis vergt extra ondersteuning en begeleiding. Bij Raffy hebben we daar iemand voor in dienst: ze gaat thuis kennismaken en daarna meermaals op bezoek. Bij het laatste bezoekje gaat de toekomstige EVV-er mee. Zo garanderen we een warme overdracht.’

Door: Linda van Ingen

Meer informatie


Geplaatst op: 10 september 2019
Laatst gewijzigd op: 30 oktober 2019