Corona dwingt toezichthouder tot de kern van verpleeghuiszorg

Geplaatst op: 27 mei 2020
Laatst gewijzigd op: 26 mei 2020

Zelfs onder de beste omstandigheden is goed intern toezicht een delicaat samenspel  tussen bestuurders, toezichthouders, cliënten en medewerkers. Hoeveel ruimte voor autonomie, transparantie en kwaliteit rest er als de deur op slot gaat, zoals medio maart in reactie op de coronacrisis in de verpleeghuizen gebeurde? Karin Runia, Aad Koster en Marthijn Laterveer delen hun inzichten en dilemma’s.

Als één thema de afgelopen jaren de discussie in de verpleeghuiszorg heeft getoonzet, dan is het kwaliteit. Van de Wet zorg en dwang tot het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg, geen beleidsstuk waarin het onderwerp geen centrale plek kreeg. Waar in het verleden kwaliteit vaak gekoppeld werd aan voor ieder gelijke, brede arrangementen, geldt nu een andere insteek; kwaliteit gaat primair over optimale ondersteuning bij individuele noden, wensen en verlangens. En toen volgde de coronacrisis met een klassieke one size fits all-aanpak van de overheid.

Diepe stoel

‘De collectieve sluiting van verpleeghuizen staat natuurlijk haaks op wat we voor ogen hebben’, zegt Aad Koster, toezichthouder bij twee grote aanbieders van ouderenzorg en tevens voorzitter van de NVTZ, toezichthouders in zorg en welzijn. ‘Dat uitgangspunt zie je ook terug in het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg waarin het Zorginstituut letterlijk stelt: het is de cliënt die bepaalt hoe zorgverleners optimaal en liefdevol kunnen bijdragen aan de kwaliteit van zijn of haar leven. De primaire vraag in deze tijd is: hoe zorg je voor optimale kwaliteit van leven bij maximale veiligheid. Dat vind ik één van de moeilijkste dilemma’s waar we nu als toezichthouders mee te maken hebben. In hoeverre ga je risico’s aan, omdat je kwaliteit van leven ook belangrijk vindt. Als een bewoner in een diepe stoel wordt gezet, waar die nooit uit komt, dan is de valpreventiescore honderd procent. Maar de kwaliteit van leven? Dat soort dilemma’s komen nu nog steviger naar voren.’

Saamhorigheid

De afweging tussen kwaliteit en veiligheid hoeft volgens coördinator Marthijn Laterveer van ‘LOC Waardevolle zorg’ niet automatisch een uitruil te betekenen. ‘Natuurlijk horen we veel schrijnende verhalen, maar we zien ook organisaties die binnen de huidige beperkingen weer persoonsgerichte zorg verlenen. Juist door corona zijn mensen elkaar gaan opzoeken, waardoor er ook verbindingen, onderling begrip en saamhorigheid ontstaan.’

Voor de voeten lopen

Naast de kwestie van kwaliteit roept de coronacrisis vragen op over de formele kanten van toezicht. Dwingt de crisis toezichthouders dichter op het primaire proces en daarmee ook op de stoel van de bestuurder? ‘Omdat iedereen in de organisatie op zijn toppen moet presteren, heb je bijna de neiging om zelf de handen uit de mouwen te steken’, zegt Koster. ‘Maar je wilt als toezichthouder niet iedereen voor de voeten lopen.’

Koster: ‘Aan de andere kant zit je met veel vragen: hoe gaat een bestuurder met de crisis om? Is hij of zij in control? Wordt alles in stelling gebracht? Wordt er goed gecommuniceerd? Wordt er nagedacht over beschermingsmiddelen? Er gebeurt zoveel tegelijkertijd, waardoor je als toezichthouder constant balanceert tussen nabijheid en afstand.’

Geen schrikaanjager

‘In eerste instantie was het alle hens aan dek’, vat toezichthouder, adviseur en onderzoeker Karin Runia haar bevindingen samen. ‘Dan denk je: moet je als raad van toezicht niet een beetje bescheiden achtergrondrol innemen? Maar dat is niet wat een bestuurder vraagt. Die wil liever dat je dichtbij bent en de goede vragen stelt. Het gaat er zeker niet om dat je alleen maar lief bent, het mag best schuren. Aan de andere kant moet je niet de schrikaanjager van de bestuurder worden. Die schrik zit er heus wel in. Dus een andere vraag is: hoe kun je de onrust beheersen zonder ad hoc-erig te worden?’

Goed leven

De goede vragen stellen is wat Laterveer betreft één ding; ze moeten ook aan de juiste betrokkenen gesteld worden. En dat is volgens hem geen vanzelfsprekendheid. ‘We kennen organisaties waar cliënten en familie bij alles goed geraadpleegd worden, maar er zijn er ook waar geen enkele communicatie is en bewoners zich totaal niet gehoord voelen. Bij een aantal zorgorganisaties heb ik het gevoel dat economische waarden te overheersend zijn.’

Laterveer: ‘Natuurlijk zit er een bedrijfsmatige kant aan een zorgorganisatie, maar de kern is dat mensen een goed leven kunnen leiden. Raden van toezicht zouden dat perspectief juist in deze periode nadrukkelijk op het netvlies moeten hebben.’

Echte dialoog

Met de deur op slot is een open dialoog nog niet zo eenvoudig, legt Runia uit. ‘Het is de kunst om toegankelijk te blijven, juist omdat we fysiek noodgedwongen meer op afstand staan. Die afstand vind ik lastig. Ik ben graag dicht bij de praktijk om voeling te hebben met wat er speelt. Door locaties te bezoeken en medewerkers en cliënten te spreken kan ik een diepere laag raken. Dat kan nu niet. Ik mis de beleving van de praktijk en de echte dialoog.’

Houvast

Door het sterk gecentraliseerde overheidsantwoord op de coronacrisis worden toezichthouders ook in ander opzicht beperkt. ‘Je kunt zeggen: als de overheid zulke regels oplegt, kun je daar geen soep van koken’, reageert Runia. ‘Daar heb je gewoon aan te voldoen. Ons aller reflex is als we de greep dreigen te verliezen om houvast te zoeken bij regels, ook als raad van toezicht. Ik zou denken juist nu in deze crisis: hoe onderdruk je die reflex?’

Overstijgende vragen

In de kern blijft het werk van de toezichthouder volgens Runia echter ongewijzigd.  ‘Als je vraagt: ben ik in tijden van crisis een andere toezichthouder? Dan is mijn antwoord nee. Ik sta in dezelfde verhouding tot bestuurders. Mijn visie is niet anders. De omstandigheden zijn dat wel. Mijn vragen gaan natuurlijk over die nieuwe omstandigheden.’

Runia: ‘Door de crisis worden bepaalde zaken extra urgent. Maar in het gesprek met die bestuurders gaat het nog steeds over regels en waarden. Dat is hoe ik toezicht houd; zaken van dichtbij oppakken en daar de overstijgende vragen uit halen.’

Eindig leven

Wat Koster betreft levert de coronacrisis toezichthouders meer dan voldoende materiaal voor reflectie op. Daarbij denkt hij aan onderwerpen als de versnelde digitalisering, regionale samenwerking en de vraag hoe corona-hulpkrachten te behouden, maar ook aan het bredere debat over de maakbaarheid van het  leven. ‘Deze pandemie moet ons aan het denken zetten.  We werden allemaal verrast door het dicht gooien van de verpleeghuizen. De vraag is of we dat een volgende keer weer zo moeten doen. We moeten ons realiseren dat in de verpleeghuiszorg mensen komen te overlijden. Zonder er voor te pleiten om het allemaal maar op zijn beloop te laten, moeten we nadenken over veiligheid in relatie tot kwaliteit van leven en het gegeven dat het leven eindig is. Dat zijn lastige morele en ethische kwesties. We hopen dat de publicatie ‘Reisgids voor toezichthouders bij het kwaliteitskader verpleeghuiszorg – Zienderogen beter III’ handvatten geeft om dit soort gesprekken aan te gaan.’

Focus

Heroriëntatie op de kern van de zorg is ook wat Laterveer betreft de kans die de coronacrisis biedt. ‘De huidige crisis laat zien dat je er niet komt zonder de medewerkers. Laten we daarom de focus op de cliënt en medewerker na de crisis versterken. Uiteindelijk kun je vanuit een hoofdkantoor prachtige dingen bedenken, maar of mensen in de praktijk dat ook zo ervaren is een ander verhaal, terwijl dat de basis is, daar wordt de zorg gemaakt.’

Publicatie ‘Reisgids’ wijst weg naar toezicht op persoonsgerichte verpleeghuiszorg

Goede, persoonsgerichte verpleeghuiszorg, hoe kunnen raden van toezicht vanuit hun eigen rol en mandaat hier aan bijdragen? Dat is de rode draad van ‘Reisgids voor toezichthouders bij het kwaliteitskader verpleeghuiszorg – Zienderogen beter III’. Het kwaliteitskader kent de nodige praktische en organisatorische aanknopingspunten. Maar de rol van intern toezicht staat slechts summier beschreven. Om deze leemte te vullen hebben de NVTZ en het ondersteuningsprogramma Waardigheid en trots op locatie (uitgevoerd door Vilans) een expertgroep onder voorzitterschap van Laurent de Vries gevraagd om inzichten en ervaringen uit de toezichtpraktijk te delen in een ‘reisgids’. Naast een wegwijzer wil de reisgids een inspiratiebron zijn voor het maken van bewuste afwegingen en de dialoog hierover. De publicatie verschijnt in de zomer.

Door: Philip van de Poel

Meer weten