Zorg- en welzijnsorganisaties in Capelle en Krimpen tekenen voor domeinoverstijgende samenwerking

‘Over de schotten heen de burger bedienen.’ Zo noemt Hendrik Jan van den Berg het samenwerkingsverband tussen dertien zorg- en welzijnsorganisaties in ‘Capelle en Krimpen Verbonden’. Op 23 november is het convenant voor deze domeinoverstijgende samenwerking op het gebied van welzijn en zorg getekend. Hendrik Jan is bestuurder van de deelnemende Lelie zorggroep, actief in beide plaatsen. ‘Capelle en Krimpen Verbonden richt zich op ouderen in de wijken. Wij willen van betekenis zijn in de leefomgeving van mensen.’

‘In Capelle hadden we al “Capelle Verbonden”. Toen Krimpen aansloot, was dat meer dan aansluiten. We zijn op structuur en op inhoud echt samen opnieuw begonnen’, vertelt Hendrik Jan. Deelnemers zijn zorginstellingen, huisartsen, gemeenten en welzijnsorganisaties. ‘Ook het IJsselland-ziekenhuis is een belangrijke partner.’

‘Toenemende druk op de zorg en mensen die langer thuis blijven wonen maken dat zorg en welzijn in deze regio nu intensief gaan samenwerken. Welbevinden en een gezonde leefstijl bevorderen is het doel, domeinoverstijgend en toekomstbestendig.’

Wijkgericht passende interventies inzetten

De inhoudelijke leidraad is de Routekaart, onderverdeeld in de thema’s Preventie, Domeinoverstijgend samenwerken, Langer thuis wonen, Anders werken en Cliënt en Samenleving. Per thema hebben de partners projecten benoemd, zoals ‘stimuleren van burenhulp’, ‘niet-geïndiceerde dagbesteding op orde hebben’ en ‘levensloopbestendig bouwen’. De projecten laten ruimte voor de eigen inbreng van de professionals. ‘Geef medewerkers voldoende mandaat om de juiste dingen te doen’, stelt Hendrik Jan. Hij vervolgt: ‘We gaan samen wijkgericht in kaart brengen wat nodig is en passende interventies inzetten. Zo krijgen burgers de zorg die ze nodig hebben en ontlasten we de zorg. Voor onze medewerkers in de thuiszorg betekent het dat zij bezig zijn met de ontwikkeling van “zorgen voor” naar “zorgen dat”. Ze kijken meer naar de rol van iemands eigen netwerk en bijvoorbeeld de wijkvoorziening. Dat is ook een verandering voor hen.’

Wijkregisseur weet wat er leeft

Voorzitter Hans Roskam van Capelle en Krimpen Verbonden is directeur-bestuurder van Welzijn Capelle. ‘Niks is standaard in ons werk. De ene burger beschikt over een groot netwerk, de andere niet. Hoe zet je dan vrijwilligers in? Is professionele zorg of ondersteuning hier noodzakelijk? Medewerkers moeten zich in al die verschillende situaties vrij voelen een passende oplossing te bedenken.’ In elke wijk werkt een wijkregisseur, een spilfiguur in de samenwerking. Deze is afkomstig van een van de dertien organisaties maar handelt mede namens de andere twaalf. De wijkregisseur hoort van de professionals, vrijwilligers en burgers wat er speelt. De projecten uit de routekaart sluiten zo goed mogelijk aan op actuele behoeften en lopende activiteiten.

Structureel domeinoverstijgend samenwerken

Ook vóór de ondertekening van het convenant, kwamen de dertien organisaties elkaar regelmatig tegen. Hans legt uit: ‘Deze samenwerking is structureler, zorgt voor meer continuïteit. Vroeger zochten we elkaar rond bepaalde casuïstiek op, nu werken we vanuit een gedeelde visie.’ Hij vervolgt: ‘Professionals in de wijk hadden niet de gewoonte snel hun collega’s van een andere organisatie te benaderen met een bepaalde vraag. Nu is die drempel weg. Je werkt allemaal vanuit je eigen organisatie, maar in de wetenschap dat je aan hetzelfde wiel draait als je collega van een andere organisatie.’ Hij onderstreept dat je voor een succesvolle en goed geborgde samenwerking commitment binnen alle drie de lagen binnen de organisaties nodig hebt: de strategische, de tactische en de operationele. Dus bestuur, management en werkvloer. ‘Niet even symbolisch een convenant tekenen en de rest vergeten.’

Zorgverleners spelen breed in op de zorgvraag

David Keers, beleidsadviseur Maatschappelijke Ondersteuning bij de gemeente Capelle, stond aan de wieg van de samenwerking: ‘Het begint met elkaar kennen en weten wat iemands werk precies inhoudt in de wijk. Professionals als huisartsen, wijkverpleegkundigen, welzijnswerkers en praktijkondersteuners moeten elkaar goed in het vizier hebben. Dan pakken ze ook lastigere dingen samen op. Het resultaat kan zijn dat een burger na het eerste contact met een hulpverlener meer heeft bereikt dan hij tevoren dacht. Want er wordt direct breed gekeken wie of wat hier nodig is, ook vanuit het eigen netwerk.’

David noemt een voorbeeld. ‘Stel, een praktijkondersteuner ouderenzorg komt op huisbezoek voor een dagbestedingsindicatie. Het valt op dat er meer nodig is bij deze mevrouw. De woonsituatie is niet optimaal, zo ontbreken er steunen in douche en toilet. En mevrouw loopt minder stabiel. De praktijkondersteuner kent de juiste aanspreekpunten binnen collega-organisaties voor passende oplossingen. Door die integrale benadering komt er sneller ondersteuning op meer leefgebieden. Je speelt zo samen breder in op de vraag met als uitgangspunt dat iemand moet kunnen rekenen op ondersteuning die zo licht is als mogelijk en zo zwaar als nodig.’ Omdat ‘zelfstandig wonen’ zo centraal staat in zorg en welzijn van de toekomst kunnen beide woningcorporaties in Capelle en Krimpen niet ontbreken in het samenwerkingsverband. Momenteel zijn gesprekken gaande.

Bewustwordingscampagne zorg van de toekomst

Een van de thema’s op de routekaart is ‘Cliënt en samenleving’. In samenwerking met de regionale werkgeversvereniging ConForte wordt een bewustwordingscampagne voorbereid. Wat verwachten burgers van de zorg van de toekomst? Niet alle levensvragen zijn immers zorgvragen. Wat komt er allemaal kijken bij ouder worden? Hoe wil men wonen? Zien mensen voor zichzelf taken voor ouder wordende naasten? Hebben zijzelf buren die zo nodig kunnen bijspringen? Hans: ‘Vaak worden mensen verrast door bijvoorbeeld het verlies van hun partner. Dan blijken ze minder zelfstandig dan ze misschien zelf dachten. Het is belangrijk hierover op tijd te gaan nadenken. Want de professionele zorgvraag kan niet langer vanzelfsprekend vervuld worden.’

Aan de slag met domeinoverstijgend samenwerken – tips

  • Een overzichtelijke schaalgrootte is het best voor een samenwerking als deze, stellen de partners. De kans van slagen lijkt kleiner in een grootstedelijke omgeving met tientallen partijen.
  • Lastig punt binnen een domeinoverstijgende samenwerking zijn de financiën: besparingen in het ene hokje zorgen voor extra kosten in het andere. ‘Vanuit de inhoud zijn we toch begonnen’, zegt Hendrik Jan.
  • David: ‘Een sterk punt vind ik dat de huisartsen meedoen. En dat er in de wijken capaciteit wordt vrijgemaakt om de samenwerking te realiseren. Wees niet bang voor concurrentie, er is meer dan genoeg werk voor iedereen.
  • Pak een thema waar energie in zit en begin!
  • Hans vult aan: ‘Het loopt ook goed vanwege onze informele manier van communiceren. Iedereen is bereid er iets van te maken. Ook hebben we alles goed vastgelegd zodat het niet ophoudt als de grondleggers vertrekken.’
  • Gouden tip van Hendrik Jan: ‘Begin vanuit de relatie, niet de prestatie. Investeer in de onderlinge contacten. Mensen komen in beweging van mensen – niet van systemen.’

Tekst: Linda van Ingen

Kennisdossier domeinoverstijgend samenwerken

Zorgen dat kwetsbare ouderen langer het leven kunnen leven zoals ze dat willen, in hun eigen vertrouwde omgeving. Dat is het doel van domeinoverstijgend samenwerken. De zorg inrichten over verschillende domeinen heen, zonder rekening te hoeven houden met schotten in de financiering. Experts van Waardigheid en trots hebben onderzoek en ervaringen samengevoegd tot een kennisdossier domeinoverstijgend samenwerken. In dit kennisdossier vind je onder andere een Wegwijzer Domeinoverstijgend samenwerken, Animatievideo: Domeinoverstijgend samenwerken: hoe werkt het en wat heeft de cliënt eraan?, en verschillende praktijkverhalen en publicaties over domeinoverstijgend samenwerken.

Meer weten

Geplaatst op: 6 december 2022
Laatst gewijzigd op: 7 december 2022