Regionaal samenwerken in de langdurige zorg heeft de toekomst

Geplaatst op: 16 april 2021
Laatst gewijzigd op: 16 april 2021

Regionale samenwerking in de langdurige zorg is onmisbaar om de vragen van de toekomst goed te beantwoorden. Bij het verschijnen van het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg in 2017 zijn transitiemiddelen beschikbaar gekomen. Hiermee zijn in Nederland inmiddels 320 projecten gestart met ondersteuning vanuit het programma Waardigheid en trots in de regio.

De afgelopen periode zijn forse stappen gezet die hebben geleid tot meer regionale samenwerking tussen de zorgaanbieders onderling en met het zorgkantoor. De projecten zijn vooral gericht op:

  • ontwikkelen van een gezamenlijke (regionale) visie;
  • gebruik van technologie;
  • behoud van medewerkers;
  • het komen tot anders werken en domeinoverstijgende samenwerking.

Op 8 april 2021 gingen zo’n veertig programmamanagers met elkaar in gesprek over de resultaten, de geleerde lessen en de plannen voor de toekomst.

Regionale uitdagingen

Jan Verschuren, coördinator van Waardigheid en trots in de regio, blikte in zijn aftrap terug op de afgelopen periode. Bij de start van het programma lag de nadruk vooral op samenwerking tussen zorgaanbieders rond arbeidsmarktvraagstukken, zoals het versterken van de instroom en het tegengaan van uitstroom. Maar al vrij snel werd de scope verbreed tot het ontwikkelen van een regiovisie: een brede kijk op de regionale uitdagingen waar zowel aanbieders van verpleeghuiszorg als zorgkantoren mee te maken krijgen, nu en in de toekomst.

Thematiek vanuit regiovisies

Inmiddels zijn er 320 projecten gestart waarin partijen samenwerken rond thema’s die uit die regiovisies naar voren zijn gekomen. Belangrijke onderwerpen daarin zijn de inzet van technologie, en domeinoverstijgende samenwerking. Ook de arbeidsmarktvraagstukken blijven onverminderd relevant. Een tussentijdse stakeholderanalyse door Kessel&Smit laat veel waardering zien voor de bereikte resultaten en de pragmatische aanpak waarmee partijen in de regio aan de slag zijn gegaan.

Invloed corona

De coronapandemie heeft ook zijn invloed gehad op de verdere doorontwikkeling van sommige projecten. Veel projecten konden – met de nodige aanpassingen – doordraaien en soms zelfs versnellen. Andere projecten liepen wat vertraging op en in enkele gevallen leidde de coronasituatie tot een herijking van de uitgangspunten en wijze van samenwerken. In veel gevallen bleek corona ook een breekijzer; door de pandemie werd verregaande samenwerking in de regio een noodzaak en vanzelfsprekendheid. Denk bijvoorbeeld aan verpleeghuizen die cohortafdelingen hebben ingericht om ziekenhuizen en elkaar te ontlasten.

Geleerde lessen over regionale samenwerking

In kleinere groepen bespraken de aanwezige programmamanagers de geleerde lessen, ingedeeld in drie thema’s.

Versterken regionale samenwerking

  • De samenwerking is steviger geworden; de crisissituatie in coronatijd heeft dat proces versneld.
  • Blijvend commitment op bestuurlijk niveau is een belangrijke voorwaarde voor succes. Dat vraagt om permanente aandacht.
  • Communicatie binnen de eigen organisatie is essentieel om bekendheid en draagvlak te creëren bij de medewerkers. Ze moeten weten van nut, noodzaak en meerwaarde van de samenwerking.
  • Denk na over continuïteit, ook als het programma straks eindigt.
  • Sluit zoveel mogelijk aan bij bestaande samenwerkingsstructuren en -verbanden. Ga niet iets nieuws optuigen, tenzij partijen in de regio goede redenen hebben om daarin andere keuzes te maken.
  • Zorg voor een duidelijke rol voor de financiers, zoals zorgkantoor, zorgverzekeraar en mogelijk gemeenten. Zij kunnen helpen het verschil te maken.
  • Het ene samenwerkingsverband kiest voor een uitvoeringsorganisatie, het andere voor verdeling van de verantwoordelijkheden en aansturing in de lijn.
  • Begin klein en houd het concreet. Werk daarvandaan aan verdere uitbouw.
  • Vier de successen, ook de kleine.
  • Houd de aandacht vast, ook voor de puntjes op de ‘i’. Het laatste stukje is vaak ook het meest ingewikkelde.

Borging en doorontwikkeling

  • Blijf communiceren over de meerwaarde van de samenwerking, ook op de werkvloer.
  • Maak nut, noodzaak en meerwaarde van de samenwerking begrijpelijk voor iedereen: een A4’tje met de kern.
  • Richt een vraagbaakfunctie in: een vast aanspreekpunt dat signalen en vragen snel oppakt.
  • Pak steeds terug op de regiovisie: waarom doen we dit?
  • Benoem een aanjager: iemand die de samenwerking op de agenda blijft houden.

Implementatie op de werkvloer

  • Contact, bij voorkeur live, is belangrijk om samen stappen te zetten. Maak tijd voor het opbouwen van een relatie met je samenwerkingspartners.
  • Doorzettingsvermogen: geef niet snel op. Tegenslagen en strubbelingen horen erbij. Spreek partijen aan op hun aanpassingsbereidheid.
  • Stel prioriteiten en stuur daarop: de belangrijkste dingen eerst, niet alles tegelijk.
  • Denk aan de werkvloer: het valt of staat met de uitvoering. Neem mensen vanaf het begin mee en laat ze meedenken en praten. Samenwerking begint en eindigt daar, niet in de bestuurskamer.
  • Geef aandacht aan successen en stimuleer trots. Dan bouw je aan eigenaarschap.
  • Blijf in gesprek, besteed aandacht aan weerstanden bij medewerkers.

Waardigheid en trots in de regio na 2021

Formeel loopt het programma Waardigheid en trots in de regio eind 2021 af. In overleg met het ministerie van VWS is besloten dat de gelden die waren aangevraagd en toegekend, maar niet zijn ingezet door corona, onder bepaalde voorwaarden ook in 2022 kunnen worden gebruikt, geheel of deels. Dit gaat via het zorgkantoor, dat na instemming de aanvraag zal indienen bij de NZa. Wellicht zal ook meer ingezoomd worden op de doorontwikkeling van specifieke thema’s als technologische ontwikkeling, goed werkgeverschap en domeinoverstijgende samenwerking. Met de kennis die is opgedaan in de 320 projecten die nu draaien kan Waardigheid en trots in de regio ook een functie als kennismakelaar vervullen, door initiatieven en vragen met elkaar te verbinden. Zodat leren van elkaars aanpak en ervaringen ook in de toekomst mogelijk blijft.

Door: Paul van Bodengraven

Meer weten