Zorgbestuurders, zorgmedewerkers en leerlingen in discussie over ‘Van Huis Naar Thuis’

Hoe maak je van het verpleeghuis een echt thuis? Dat was de vraag waar zorgbestuurders, zorgprofessionals én zorgleerlingen op 14 juni in Eindhoven met elkaar over in discussie gingen. Het is ook de kernvraag in de film Van Huis Naar Thuis, die voorafgaand aan de discussie in verkorte vorm vertoond werd. Een bijzondere film waarin zorgbestuurders, verpleegkundigen en verzorgenden een kijkje in elkaars keuken nemen. En die laat zien hoe een verpleeghuis een thuis kan worden.

Van Huis Naar Thuis is het initiatief van ANBO, de belangenvereniging voor senioren.  “In de media zijn het vooral de incidenten in de ouderenzorg die worden uitvergroot”, vertelde Liane den Haan, algemeen directeur van ANBO. En dat is spijtig, omdat er juist zo veel goeds in de ouderenzorg gebeurt en het zo mooi is om hier te werken, hield zij de zaal voor. Met de krapte op de arbeidsmarkt is het belangrijk dat zorgleerlingen die positieve kant beter leren kennen, vinden ze bij ANBO. En daarin kreeg de belangenvereniging de steun van het ministerie van VWS, dat de productie van de film (financieel) ondersteunde. Inmiddels staat de film online en werd de verkorte versie al op enkele plekken getoond, waaronder de Tweede Kamer. En de 14e juni dus in Brabant, bij de Archipel Zorggroep in Eindhoven. Atie Schipaanboord, coördinator Belangenhartiging Zorg en Wonen bij ANBO, constateerde dat dit gebeurde in aanwezigheid van een bijzonder gezelschap. “Het is heel mooi dat zorgbestuurders en zorgmedewerkers hier met leerlingen – de toekomst – het gesprek aangaan.”

Van Huis Naar Thuis

“Ik mis mijn huis”, vertelt een bewoonster van een verpleeghuis in Van Huis Naar Thuis. Dat begrijpen de bestuurders en hun medewerkers in deze film heel goed. Op allerlei manieren proberen zij daarom de geijkte paden te verlaten. Door bijvoorbeeld de structuur van het dorp na te bootsen, een informele sfeer te creëren en het contact met de wijk te versterken. Maar vooral door het aanbodgerichte denken te vervangen door het denken in wat voor de individuele bewoner belangrijk is: hoe wil die zijn of haar leven leiden? Daarom gaan medewerkers het gesprek aan met bewoners en hun naasten, vaak voordat iemand naar het verpleeghuis verhuist. En daarom verschuift de focus op zorg steeds meer naar het welzijn van mensen. Bovendien geven bestuurders de professionals op de werkvloer het vertrouwen om meer zelfsturend te zijn, krijgt ongeschoold personeel een grotere rol en wordt familie veel meer bij het dagelijks leven betrokken. Niet bang zijn, luidt het devies. Ook niet om nieuwe technieken uit te proberen.

Zorgprofessionals aan het woord

“Ik krijg een warm gevoel als ik de film zie”, zei Inge Diepman, die de discussie vakkundig en met betrokkenheid bij de ouderenzorg leidde. Zij nodigde als eerste vier zorgprofessionals uit om voor de discussie plaats te nemen op hoge krukjes. Ilze van Loon, verzorgende IG bij Kalorama, vertelde dat de organisatie waar zij werkt “radicaal” aan het vernieuwen is. “Wij gaan nu thuis bij mensen kijken wat iemand nodig heeft om bij ons te kunnen wonen. En recent hebben we een echtpaar gehuisvest waarvan één partner somatische klachten heeft en de ander dementerend is. Vroeger zou dit echtpaar uit elkaar zijn gehaald, nu wonen ze samen op één afdeling. Dat vind ik echt geweldig.” Ook de andere drie zorgprofessionals vertelden positieve verhalen. “Ik herken de aandacht voor het welzijn van mensen in de film”, zei Dionne Otten, eveneens IG verzorgende bij Kalorama. Allison Wagemakers-Ros, verpleegkundig regisseur bij Surplus: “Vroeger lag je werk vast, nu niet meer. Er is nu weer ruimte om andere dingen te doen, om in mogelijkheden te denken.” Bovendien hebben familie en mantelzorgers een grotere rol gekregen in het leven van alledag in het verpleeghuis. “De mantelzorger is inderdaad vaak veel meer betrokken bij de zorg, al kan dat wel per cliënt verschillen”, vertelde José Blom, kwaliteitsverpleegkundige bij de Driegasthuizengroep. Om daar meteen aan toe te voegen dat mantelzorgers vaak overbelast zijn geraakt. “Na de verhuizing moet je die eerst even rust gunnen.” Of de stage-ervaringen van de leerlingen van het Summa college in de zaal vergelijkbaar zijn, wilde Inge Diepman graag van hen weten. Niet echt, zo bleek uit de reacties. Er was te weinig tijd voor bewoners, vertelde een leerling. En te weinig geld, vertelde een tweede. Medewerkers zijn vooral bezig met rapporteren, aldus een derde. Dat het anders kan, vonden zij dan ook heel aansprekend.

Zorgbestuurders aan het woord

Na een korte pauze mochten vijf zorgbestuurders op de krukjes plaatsnemen. “Ik ben heel blij met wat ik in de film zie. Onze organisatie is zelf ook sterk in ontwikkeling”, vertelde Fieke van Deutekom van Kalorama. Vertrouwen in de professionals op de werkvloer is in dat proces cruciaal, vond zij. “Ik wil hen maximale ruimte geven om dat te doen wat goed is voor de bewoner.” Daarom is bij de Archipel Zorggroep het besturen met managers geschrapt, vertelde bestuurder Eppie Fokkema van deze organisatie. “Wij hebben drie bestuurders en 2000 medewerkers, ik ben zelf in gesprek met de zorgteams.”
De bestuurders hadden veel waardering voor de kritische houding van de leerlingen in de zaal. Die houding is nodig in de verpleeghuiszorg, constateerden zij. “Het gaat er om dat we een beweging in gang zetten”, vond bestuurder Enny Hoenselaar van Sint Anna. Haar collega-bestuurder Anthonie Maranus van Surplus beaamde dat. “Makkelijk is het niet”, zei hij. “In mijn eigen organisatie zie ik mooie dingen gebeuren, maar het gaat niet altijd goed.” Want medewerkers moeten die omslag maken en de ene medewerker kan dat sneller dan de andere medewerker, is breed de ervaring. Daarom is het belangrijk dat je als bestuurder de werkvloer opgaat, vond bestuurder Karin Reesing van de Driegasthuizengroep. “Dat doe ik regelmatig. Dan ga ik het gesprek aan met medewerkers en leerlingen om te horen wat zij graag willen en nodig hebben.” Een leerling in de zaal merkte op dat oudere medewerkers in het verpleeghuis waar zij stage liep, nog erg vasthielden aan oude gewoontes. “Dan wilde ik iets leuks met bewoners gaan doen, maar dat paste dan niet in het schema.” Een andere leerling vertelde dat de bestuurder van de organisatie waar zij stage liep niet inging op de uitnodiging om eens een dagje mee te lopen. “We moeten ook kijken naar wat we zelf kunnen doen. Het concept van positieve gezondheid vind ik heel goed: dat we ons afvragen: wat kunnen mensen nog zelf”, zei een leerling. Een opmerking die met instemming werd begroet.

Nieuwe Kwaliteitskader

Anno Pomp van het ministerie van VWS schetste daarop de geschiedenis van de verpleeghuiszorg; van de verzorgingshuizen die er kwamen vanwege de woningnood na de oorlog en de doorontwikkeling naar huizen op medische leest geschroeid, tot het heden. “We zitten nu in een nieuwe omslag. Het gaat niet alleen om uren zorg, maar om wat mensen nodig hebben. Het nieuwe Kwaliteitskader voor de verpleeghuiszorg biedt inzicht in hoe die omslag er uit moet zien. En om die omslag goed te kunnen maken, hebben we jullie hard nodig”, zei hij tegen de leerlingen in de zaal. Inge Diepman wierp de vraag op wat er nu moet gebeuren om alle organisaties in die beweging mee te krijgen. “De minister heeft een uitdagende boodschap aan de sector gegeven en daarin hebben we enorm veel ruimte gekregen. Ik denk dat het belangrijk is om de koplopers echt voorop te zetten”, oordeelde Eppie Fokkema. Daarbij helpt het om “een beetje stout” te zijn, lachte Fieke van Deutekom. Haar collega Anthonie Maranus maakte duidelijk dat dit helemaal niet moeilijk hoeft te zijn. “We hebben 70 procent van de regels zelf bedacht. Maar waar het om gaat, is het contact van de medewerker met die bewoner. Bij ons in huis geven medewerkers al aan dat ze het gevoel hebben dat ze weer meer mogen.” Daarbij helpt het dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg nu anders te werk gaat, vulde Enny Hoenselaar aan. “De inspecteurs komen niet meer met afvinklijstjes, die komen met je praten.” Tot slot is er nog veel winst te behalen met de inzet van nieuwe technieken en de robotisering. “Al zie ik dat meer als aanvulling, niet als vervanging. Zowel bewoners als medewerkers moeten er baat bij hebben”, vond Karin Reesing. Waarop de bijeenkomst werd afgesloten met de uitnodiging om toch vooral de Facebookpagina Van Huis Naar Thuis te bezoeken en mee te doen. Bekijk ook deze films waar bestuurders en verzorgenden en verpleegkundigen een kijkje nemen in elkaars keuken.

Door Karin Burhenne

Meer weten


Geplaatst op: 21 juni 2018
Laatst gewijzigd op: 2 oktober 2018