Zorgautoriteit polst de sector over kwaliteit en bekostiging

Op 18 september 2018 organiseerde de Nederlandse Zorgautoriteit in het NBC te Nieuwegein een informatiebijeenkomst voor de langdurige zorg. Lees hier het verslag over de workshop over de kwaliteitsgelden verpleeghuiszorg.

Hoe kan een koppeling worden gemaakt tussen kwaliteit en bekostiging van verpleeghuiszorg? Deze vraag legde minister Hugo de Jonge (VWS) voor aan de Nederlandse Zorgautoriteit. Een logische vraag in het licht van de extra financiële middelen die gedurende de huidige kabinetsperiode beschikbaar zijn gekomen om de kwaliteit van verpleeghuiszorg een impuls te geven en die zorg meer cliëntvolgend te maken. De NZa zal op de vraag van de minister antwoord geven in de vorm van een advies dat nu wordt voorbereid en dat begin 2019 zal verschijnen.

Het is de bedoeling dat de NZa in de zoektocht naar het antwoord op de gestelde vraag kijkt naar koplopers in de verpleeghuissector en naar het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg, en ook rekening houdt met niet te beïnvloeden factoren in de verpleeghuiszorg zoals stads- en plattelandsproblematiek. Maar de NZa peilt ook hoe in de sector zelf naar het vraagstuk van kwaliteit en bekostiging wordt gekeken. De aftrap hiervoor gaf ze op 18 september, met een bijeenkomst in het Nieuwegeins Business Center. In een van de workshops tijdens deze informatieochtend werd inhoudelijk ingegaan op de kwaliteitsgelden.

De stip en de dilemma’s

‘De NZa stelt tarieven en prestaties vast en de minister wil weten hoe die tariefregulering kan helpen om de kwaliteit en doelmatigheid van de verpleeghuiszorg te verbeteren’, stelde senior beleidsadviseur Emi van Galen van de NZa. ‘Onze stip op de horizon hierbij is een sector die continu leert en verbetert.’
Maar die stip op de horizon is niet per se een gedeelde stip, voegde ze er meteen aan toe, want er spelen diverse dilemma’s. Bijvoorbeeld de vraag of moet worden gekozen voor uniformiteit of pluriformiteit. Persoonsvolgende zorg en verbetering vraagt om pluriformiteit, maar het kwaliteitskader stelt dezelfde eisen aan ieder verpleeghuis en we willen ook dat ouderen overal kunnen rekenen op dezelfde goede zorg.

Een andere vraag is of moet worden gestuurd op zorg of op bedrijfsvoering. Is de zorg iets tussen professional en cliënt en moet dus dat communicatieproces worden gefaciliteerd of moet worden gestuurd op de organisatie

Een derde dilemma is de vraag of het gedrag van zorgmedewerkers moet worden beïnvloed of dat van bestuurders. ‘In de verpleeghuiszorg is een cultuurverandering gaande’, verduidelijkte Van Galen. ‘Begint die van onderaf of van bovenaf, en hoe stimuleer je die?’ Een vierde dilemma is de vraag of kwaliteit moet worden beloond of verbetering daarvan. ‘Ga je het verpleeghuis belonen dat het het best doet of het huis dat de grootste kwaliteitsverbeterslag heeft gemaakt?’, stelde Van Galen. Een vijfde dilemma is: moet worden gestuurd met woorden of met geld?

De bekostiging ter discussie

Hoe dan ook, in de huidige bekostiging wordt niet betaald voor kwaliteit of voor het verbeteren daarvan, memoreerde Van Galen. ‘Ook niet voor schaalnadelen zoals werken in een krimpgebied’, voegde ze hieraan toe. ‘We hebben nu een basale bekostiging en we willen graag in gesprek over de vraag of die goed genoeg is.’
Om dit te doen, wil de NZa in discussie met de zorgaanbieders. ‘We zullen de komende tijd meer bijeenkomsten zoals deze organiseren’, zei Van Galen. Vervolgens bood ze de aanwezigen vijf stellingen over bekostiging en de relatie met kwaliteitsverbetering:

  • Hoe kan bekostiging leren en verbeteren stimuleren?
  • Als we de bekostiging niet veranderen, wat gaat er dan niet goed (genoeg)?
  • Hoe kan bekostiging innovatie stimuleren?
  • Is de huidige bekostiging eerlijk?
  • Hoe laat jij zien dat je merkbare verschillen maakt?

Prikkelende stellingen

De aanwezigen gingen op basis hiervan in groepjes kort met elkaar in discussie, met de vraag de vragen te vertalen in stellingen, waarvan iedereen kon aangeven of hij het er wel of niet mee eens was. Met één stelling was honderd procent het eens: Innovatie moet niet belemmerd/bestraft worden in de bekostiging.

Met een andere stelling – meer aandacht voor narratief onderzoek heeft een positief effect op de medewerkers- en cliënttevredenheid – was negentig procent het eens. Ook in een derde stelling – herijking van de tarieven moet plaatsvinden, los van de kwaliteitsgelden – kon een grote meerderheid (83,3 procent) zich vinden. ‘Voor 2019 is een andere politieke keuze gemaakt’, zei Van Galen, ‘maar we gaan dit wel meenemen in ons advies voor de toekomst.’

Met de stelling dat de bekostiging meer maatwerk moet worden en meer rekening moet houden met de omvang van de organisatie en de locatiegrootte was bijna tachtig procent het eens. En ook kon ruim driekwart van de aanwezigen zich vinden in de stelling dat leren en verbeteren niet afhankelijk is van bekostiging. Maar met de laatste stelling lag het toch wat anders. Die luidde: de huidige kwaliteitsgelden moeten geoormerkt blijven voor kwaliteit. Hierin kon slechts 66,7 procent zich vinden. Een derde dus niet. ‘Daar moeten we nog eens een keer over doorpraten’, zei Van Galen. ‘Maar we nemen natuurlijk álle stellingen en de reacties daarop mee om tot een goed advies aan de minister te kunnen komen.’ Wordt vervolgd dus.


Geplaatst op: 1 oktober 2018
Laatst gewijzigd op: 1 april 2019