Verslag: Voorlichtingsbijeenkomst Nieuwe instroom Ruimte voor verpleeghuizen

Op 25 mei 2016 kwamen ca. 40 zorgorganisaties in het NBC Congrescentrum in Nieuwegein bijeen tijdens de Voorlichtingsbijeenkomst Nieuwe instroom van het programma Waardigheid en trots, Ruimte voor verpleeghuizen. De geïnteresseerde organisaties ontvingen informatie over de achtergrond en opzet van het programma en het indienen van een voorstel. Zorgorganisatie Sevagram vertelde over haar deelname aan Waardigheid en trots en wat het nu al heeft opgeleverd.

Na dit plenaire deel was er een presentatie van ZorgkaartNederland en een Dialoogsessie over Waardigheid en trots-deelname.

Waardigheid en trots: ontstaan en achtergrond

Manon Jansen, programmamanager van Waardigheid en trots bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), heet de organisaties welkom en schetst in vogelvlucht het ontstaan van het programma. Op de Powerpoint-presentatie achter haar op het scherm staat het logo geprojecteerd: de cliënt, dienst naasten en professional vormen het hart van het programma. Waar de naam vandaan komt? Staatssecretaris Van Rijn heeft hem zelf bedacht. Waardigheid en trots is immers waar het in de kern om gaat – waardigheid voor mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, trots voor de mensen die het leveren.

De kwaliteit van de zorg heeft prioriteit, stond genoemd in het regeerakkoord en werd verankerd in de Wet langdurige zorg (Wlz). Eind 2014 was er veel negatieve berichtgeving in de media over verpleeghuizen. Zorgprofessionals doen dag in dag uit alles om goede zorg te leveren, en nu werd in de media een eenzijdig beeld geschetst: ‘je doet het niet goed’. Daarom was Waardigheid en trots nodig. Het programma is door VWS in samenwerking met cliënten- en brancheorganisaties gemaakt.

Maar wat ís kwaliteit? Het klinkt simpel, maar voor iedereen ziet ‘goede zorg’ er anders uit. Het gaat erom wat kwaliteit is in de ogen van de bewoner. Manon haalt een voorbeeld aan uit een filmpje van een zorgorganisatie in Groningen. Gefilmd werd een somatische, goed verzorgde man in bed. Plotseling betrekt zijn gezicht en vertelt de cameraman dat hij zijn enige zoon nooit meer ziet. Daar voelt hij zich dagelijks vervelend door, maar zegt dat niet tegen de verpleging. Want ‘hij wil geen zeurpiet zijn, ze werken allemaal zo hard en hij wordt zo goed verzorgd’. “Maar”, zegt Manon, “dit zijn wel de nuances in het leveren van goede zorg. Relaties met mensen die het hele leven van de cliënt belangrijk zijn geweest, zijn essentieel voor het zich goed voelen, voor kwaliteit van leven. Daarom is het zo belangrijk om je cliënt te kennen.”

Kwaliteit is in ieder geval: de basisveiligheid op orde. Door de focus op wonen verdwijnt dit soms naar de achtergrond, maar het hoort er wel bij. En dat levert soms afwegingen op tussen kwaliteit van leven en veiligheid. Manon beschrijft het voorbeeld van een mevrouw met dementie die op eigen gelegenheid mocht wandelen, omdat haar dat zo gelukkig maakte. Maar op een dag verdwaalde ze. Betekent het dat ze nooit meer mag gaan wandelen? Goede zorg betekent voor haar niet dat ze binnen moet blijven.

In het verleden werd het verbeteren van de kwaliteit van zorg niet voldoende in de breedte opgepakt. Vaak werd gefocust op het verbeteren van 1 onderdeel. Het programma Waardigheid en trots beoogt de kwaliteit van zorg in de volledige breedte, structureel te verbeteren. Daarvoor is een lange adem nodig. Vorig jaar startten de eerste 151 organisaties die op 14 onderwerpen werken aan de kwaliteit van zorg. Nu komt daaraan een vervolg met nieuwe organisaties en 4 nieuwe thema’s. Vernieuwing moet van onderop komen, daarom is het zo belangrijk dat organisaties meedoen.

Ruimte voor verpleeghuizen: energie en ambitie in de sector vergroten

Merel Gosens, projectleider van het onderdeel Ruimte voor verpleeghuizen binnen het programma Waardigheid en trots, neemt het stokje van Manon over. Ze vertelt dat programma verder gaat dan voorgaande initiatieven. Zorgorganisaties krijgen de ruimte (ondersteuning, meedenken, regelruimte) om voorstellen in te dienen die de kwaliteit van zorg verbeteren en VWS kijkt mee waar belemmeringen kunnen worden weggenomen om de verbeteringen mogelijk te maken.

Merel: “Beleidsmedewerkers en zorgaanbieders zijn aan elkaar gelinkt. Waar zijn de organisaties mee bezig? Wat kunnen we daarvan leren? Kunnen we dat aanpassen in beleid en/of werkwijzen? Moeten er regels buiten werking worden gesteld? Het is een continu proces van leren en verbeteren, een samenwerking waarin we daadwerkelijk beleidsvormend aan de slag zijn.”

Verandering gaat ook gepaard met vallen en opstaan, het is niet makkelijk. Dat geldt ook voor deze kopgroep. Er zullen soms ook minder positieve dingen gebeuren, maar we komen er in dit proces met elkaar beter uit. Merel: “Er is nood aan een genuanceerd beeld van wat verpleegzorg is. We moeten onze ogen niet sluiten voor dingen die verbeterd kunnen worden, maar ook podium bieden aan de vele mooie en goede dingen. We willen ruimte geven aan zorgaanbieders die gemotiveerd zijn de kwaliteit van de verpleeghuiszorg te verbeteren.”

Ze benadrukt dat de zorgaanbieder de regie heeft over het voorstel. Vanuit het programma wordt wel meegedacht om tot het beste resultaat te komen en écht aan te sluiten bij wat de cliënt wil en nodig heeft. Over deze ondersteuning is continu contact en omdat geen enkele zorgaanbieder hetzelfde is, wordt deze flexibel en naar behoefte vormgegeven. Uit de groepen wordt beleidsinformatie gedestilleerd. Merel: “Mooi voorbeeld is de groep HACCP. We kijken nu samen met de zorgaanbieders, de NVWA en het Voedingscentrum naar de tekst van de hygiënecode om het onderwerp beleidsmatig verder te krijgen.”

De zorgaanbieders worden ingedeeld in themagroepen. Een themacoördinator helpt en ondersteunt bij het uitvoeren van het voorstel. Hij kijkt waar organisaties staan en speelt een verbindende rol. Een supportgroep van 1 of 2 VWS’ers en leden uit de Taskforce sluiten aan op de ontwikkelingen. Zij schakelen met een faciliteringsgroep bij VWS over onderwerpen die bijvoorbeeld belemmeren, waarna wordt bekeken hoe wat we leren vanuit de aanbieders vertaald kan worden naar regels. Communicatieadviseurs halen inspirerende voorbeelden op uit de projecten, genereren publiciteit en berichten over de voortgang op onder andere de website www.waardigheidentrots.nl. Met dit gehele proces proberen we de opgedane kennis boven tafel te krijgen en met de sector te delen.

Op 4 juli 2016 krijgen zorgaanbieders die een plan hebben ingediend de mogelijkheid om hun voorstel te pitchen. Deze wordt beoordeeld op één belangrijk onderdeel: Draagt het plan écht bij aan het beter maken van de cliënt en de professional?

Sevagram: Waardigheid en trots is een plus

Yvonne Huveneers van zorgaanbieder Sevagram in het zuiden des lands licht haar ervaringen met het programma Waardigheid en trots met plezier toe. Yvonne: ‘We hoorden destijds over de veranderingen in de zorg, de Wlz, en we maakten ons in het begin zorgen. Hoe gaat onze zorgverlening eruitzien? Iedereen gaat daar anders mee om, wij begonnen te dromen.”

Sevagram zag de verschuiving van taken naar de mantelzorger en wilde iets bedenken om mantelzorgers daarbij te ondersteunen. “Het klinkt misschien wat raar dat wij als zorgorganisatie daarmee iets willen doen. Het is niet onze markt. Maar het is wél onze zorg. We bedachten hoe mooi het zou zijn om de kennis rondom het omgaan met dementie door mantelzorgers en andere betrokkenen bij de zorg te verbeteren, zodat ook de bejegening richting de cliënt beter wordt. Hij voelt zich minder gefrustreerd, beter begrepen en gesteund. En we steken mantelzorgers een hart onder de riem”, licht Yvonne toe. De organisatie besloot een serious game te ontwikkelen, die begin 2016 werd gelanceerd door staatssecretaris Van Rijn: de Dementiegame.

Maar het was een ingewikkeld en kostbaar proces. Uiteindelijk zag de provincie Limburg het nut en belang van de game in en zorgde voor sponsoring van de eurokant, Sevagram investeerde in tijd. Naar gelang de game vorderde, sloten steeds meer partijen zich aan en zegden hun medewerking toe. Yvonne: “Voor ons kwam het programma Waardigheid en trots precies op het juiste moment. Met goede ondersteuning en gebruik van een breed netwerk kunnen we de game beter uitrollen.”

Het thema van de Dementiegame is ‘Welkom in mijn wereld’. In een fictieve stad wonen bewoners die allemaal te maken hebben met dementie. De bezoeker wordt gevraagd om bepaalde dingen te doen of te onderzoeken. In spelscenario’s bijvoorbeeld: een bewoner gaat naar de winkel, maar weet het daar niet meer, heeft het verkeerde lijstje bij zich. Hoe reageer je? Hoe ga je daarmee op een goede manier om? De keuzes die je als speler maakt, bepalen hoe de bewoner met dementie zich voelt. Verder bevat de Dementiegame een bibliotheek met informatie, links naar fora en alzheimer café’s, naslagwerken, links en adressen, etc.

Yvonne: “Maar we dromen verder. We werken ook aan het project ‘Gang van de tijd’ binnen Waardigheid en trots. In een ‘bioscoopzaal’ – elke verloren hoek voldoet – tonen we uniek beeldmateriaal van toen. We brengen daarmee familieleden weer nader in contact met iemand met dementie door eens in zíjn wereld te stappen. Zij gaan mee in zijn/haar tijd, in plaats van andersom. Daarmee koppelen we het verleden aan het heden. De regie van de Gang ligt bij familieleden, bijvoorbeeld bij de keuze van thema’s.”

Yvonne vertelt over de waarde die deelname aan het programma Ruimte voor verpleeghuizen voor Sevagram heeft. “Wat je in de media ziet en hoort is niet representatief voor wat wij iedere dag doen en de liefdevolle zorg die wij leveren. Dat geven onze bewoners aan, maar ook onze medewerkers. Door de negatieve beeldvorming schamen ze zich tegenwoordig bijna om te zeggen dat ze in de zorg werken. Dat vinden we heel erg. Als je trots bent op je werk, dan straal je dat uit en dat beïnvloedt ook de cliënten. Daar wilden we iets mee. Het programma Waardigheid en trots kwam voor ons dus ook als geroepen.”

Sevagram ziet deelname niet als een ‘extra last’ in tijd en energie. Yvonne: “De investering is echt niet groot, maar je kunt er natuurlijk zoveel werk van maken als je zelf wilt. Er wordt niet gevraagd om rapportages, sheets, cijfers, e.d.. We hebben alleen een voorstel ingediend en we waren toch al van plan om er een te maken. En nu denkt er ook nog iemand mee die helpt bij het netwerken en die met een kritische blik over je schouder meekijkt: hoe kunnen we dingen slimmer doen?.”

Verslag door Judith Winnen

Meer weten

Geplaatst op: 1 juni 2016
Laatst gewijzigd op: 1 juni 2016