Verslag: Vrijheid en Veiligheid (BOPZ) – 9 mei 2016

De zorgaanbieders van het Waardigheid en trots-thema Vrijheid en Veiligheid – BOPZ kwamen op 9 mei samen bij zorgorganisatie TanteLouise in Bergen op Zoom voor een bijeenkomst georganiseerd door themacoördinatoren Angelique Noordeloos en Peter Hoekstra.

Programma

Welke wet- en regelruimte is er en wat is belangrijk bij de inzet van zorgtechnologie? Aan de hand van stellingen en casussen nam senior inspecteur Marianne Bobeldijk van de IGZ de aanwezigen mee langs de relevante wettelijke bepalingen en regelingen. Daarna was er alle tijd voor een kijkje in de innovatieve keuken van TanteLouise die vervolgens, evenals zorgorganisatie Cicero, de domotica-ervaringen deelde met de groep.

Aanwezig bij de bijeenkomst waren zorgaanbieders Cicero, Bethanie, Amsta, Joriszorg, RSZK, Vivent, Zorgstroom, Omring, De Leyhoeve, Zorgspectrum het Zand, Present, Zorggroep Raalte, ZGE en gastheer tante Louise-Vivensis. Namens Vilans sloot Jenny Mast aan die daar meer vertelde over de campagne van Vilans; samen op weg naar vrijheid.

Blik op de toekomst

Na een korte inleiding door de themacoördinatoren verhaalde bestuursvoorzitter en gastheer Jef Pelgrims van TanteLouise over belangrijke gebeurtenissen voor zijn organisatie. Hij betoogde dat door een blik op de toekomst waarbij grote beslissingen niet geschuwd werden het hen gelukt is om de organisatie te worden die ze vandaag de dag is, met een klanttevredenheid van 8+

Normdiscussie BOPZ

Senior Inspecteur IGZ Marianne Bobeldijk vroeg vervolgens aan de aanwezigen om een tiental stellingen te beoordelen over de toepassing van relevante wetgeving zoals de Wkkgz, Wgbo en Wet BOPZ. Voordat Bobeldijk inhoudelijk de stellingen behandelde deed ze een appèl op de aanwezigen: ‘Kom in beweging. Ga op zoek naar documentatie/veldnormen en ontwikkel normen die in deze tijd en bij jullie eigen organisaties passen.’ Ze benadrukte dat ondanks dat bepaalde wetgeving niet meer helemaal in deze tijd past, , deze toch nog steeds van toepassing is. ‘Er wordt veel gemord over registraties en er moet inderdaad veel geregistreerd worden op basis van wet- en regelgeving,’ erkende Bobeldijk. ‘Maar dat is niet voor niets. Het gaat niet alleen om registreren maar om het verantwoorden van je handelen. Het is immers zeer ingrijpend om de vrijheid van iemand te beperken.’

Het begrip vrijheidsbeperking komt in tegenstelling tot de Wet Bopz niet voor in de Wgbo. De inspecteur haalde een voorbeeld aan van een prachtige kleinschalige zorginstelling zonder Bopz-aanmerking waarbij per definitie de buitendeuren op slot waren omdat dit noodzakelijk was voor de veiligheid van de aanwezige clienten. ‘Dat is vrijheidsbeneming endat kan alleen maar onder strikte voorwaarden onder de Wet Bopz. . De Wet Bopz zorgt er namelijk voor dat de rechten van een client (met een Bopz-indicatie) op basis van deze wet worden beschermd. In een locatie zonder Bopz-aanmerking valt de de client uitsluitend onder de Wgbo. De Wgbo kent deze vereisten niet in dezelfde mate. De Wet Bopz biedt kwetsbare groepen juist bescherming en vereist grote zorgvuldigheid terwijl er door zorgaanbieders vaak wordt gedacht dat dit vooral extra werk met zich meebrengt.

De Wkkgz die de Kwaliteitswet zorginstellingen heeft opgevolgd, is van toepassing naast de Wgbo en de Wet Bopz. Telkens opnieuw moet bekeken worden: past deze indicatie, behandelingen interventie bij deze persoon? Ook bij een locatie/afdeling die niet Bopz is aangemerkt, moeten individuele afspraken gemaakt worden over de zorg en behandeling en over zaken als sensoren in schoenen et cetera.’

Vanuit de groep volgden een aantal vragen en kanttekeningen op de stellingen waar Marianne Bobeldijk vervolgens op reageerde.

Vragen en casussen

Vraag: Hoe zit het voor zelfstandigen in de zorg? Ook de zzp-er die ingehuurd wordt door een particulier en zorg aanbiedt moet aan de Wkkgz voldoen.

Vraag: Bij disfunctioneren van een medewerker moet dit gemeld worden. Maar wanneer? Ook bij het toedienen van foute medicatie bijvoorbeeld? Nee. Het moet gaan om een serieus probleem. Dus  in ieder gevalals een zorgmedewerker ontslagen wordt vanwege ernstig disfunctioneren of als een tijdelijk contract niet wordt verlengd vanwege ernstige aspecten (mishandeling, diefstal, medicatiemisbruik etc),.

Vraag: Hoe zit dat als het ontslag plaatsvindt middels een vaststellingsovereenkomst? Ja, ook dan moet dit op basis van de Wkkgz worden gemeld bij de IGZ.

Vraag: Wat doet IGZ met deze informatie? IGZ doet onderzoek naar wat er aan de hand is en roept in veel gevallen de betrokkenen op voor een gesprek. Het kan zijn dat de zorgmedewerker in een register komt voor de duur van 5 jaar.

Casus ingebracht door de aanwezigen: Een zorgmedewerker werd beschuldigd van seksueel misbruik. Omdat dit misbruik niet aangetoond kon worden, sprak de rechter hem vrij. Omdat de bewoners op een bepaalde manier reageerde op de medewerker werd hij toch ontslagen door de zorgorganisatie. Moet een dergelijke situatie voortaan gemeld worden bij de IGZ? Ja, want de IGZ stelt dan zelf een onderzoek in op basis van Wkkgz.

Vraag: Wat als er onderlinge conflicten of seksuele incidenten zijn tussen cliënten? IGZ stelt dat als geweld tussen clienten plaatvindt dit op basis van de Wkkgz gemeld moet worden bij de IGZ. •          Casus: ingebracht door de aanwezigen: Wat doe je dan met zeer agressieve mensen die niet naar de psychiatrie mogen en die dus nu in een verpleeghuis komen? Enerzijds inventariseer je vooraf met wat voor cliënt je van doen hebt; anderzijds heb je een zorgplicht. De aanwezigen geven aan dat het in de praktijk het in sommige gevallen onuitvoerbaar is om een oplossing te vinden. Marianne Bobeldijk heeft ook geen pasklaar antwoord op deze specifieke situatie.

Marianne Bobeldijk benadrukte het belang voor de sector om ook zelf beleid te maken ten aanzien vandit soort dilemma’s. Jef Pelgrims van Tante Louise haakte daar op in en gaf aan dat er bij hen waarschijnlijk een aparte groep voor agressieve cliënten komt, waarbij er extra inzet zal zijn van de Ggz. De financiering van deze vernieuwing is echter onduidelijk. ‘De psychiatrie heeft ook niets meer over’, stelde Pelgrims.

Tevreden en trots

Bobeldijk vertelde over een bezoek aan een groot zorghotel zonder Bopz-aanmerking waar mensen woonden met een BOPZ-indicatie. ‘Hoort zo iemand (om goede zorg te kunnen bieden die aansluit bij de behoeften van deze client) dan niet in een BOPZ-aangemerkte locatie?’, vroeg ze de groep. ‘Nu nog is de BOPZ verbonden aan de locatie. Dus alleen daar zijn de randvoorwaarden dusdanig dat die maken dat je je kan verzetten tegen vrijheidsbeperking en die je beschermen tegen onrechtmatige vrijheidsbeperking/vrijheidsbenemingbijvoorbeeld door naar een Bopz-klachtencommissie te gaan. Marianne Bobeldijk onderstreepte dat het gaat om randvoorwaarden die in de Wet Bopz zijn gecreerd om de cliënt te beschermen. ‘En daarbij hoort verantwoording. Wanneer en hoe heb je gezamenlijk, bij voorkeur met een arts of gedragskundige, besloten dat een vrijheidsbeperkende interventie verantwoord is? Als er veranderingen optreden  bij een bewoner, welke nieuwe maatregelen horen daar dan bij? Om dat proces (ook achteraf) te kunnen analyseren en verantwoorden moet het worden vastgelegd. We moeten er tevreden over en trots op zijn dat we mensen hier in Nederland niet zomaar mogen vastzetten!’

De nieuwe wet Zorg en Dwang zal verruiming geven maar zal naar verwachting pas in 2018 ingaan waarna er ongetwijfeld ook nog een overgangsjaar zal zijn. Bobeldijk toonde een globaal overzicht van standaarden en normen en riep het veld op om samen met de brancheverenigingen de gedegen  handreiking van Arcares (nu Actiz) Verantwoord gebruik van vrijheidsbeperkende interventies in het verpleeg- en verzorgingshuis uit 2004 te herschrijven ter overbrugging.

Casus als voorbeeld ingebracht door de aanwezigen: Weten door bijvoorbeeld GPS waar iemand op een bepaald moment is, wordt – zo lijkt het – meteen een vrijheid beperkende maatregel genoemd. Het inzetten van een dergelijke interventie zou afgewogen moeten worden met cliënt/vertegenwoordiging en een multidisciplinair team. Het gaat echt om het proces waarbij ieder zijn verantwoordelijkheid moet nemen. Een bepaalde technologie kan afhankelijk van hoe en met welke doelstelling het wordt ingezet, al dan niet vrijheidsbeperkend zijn.

Vraag: Techniek gaat door. Waarom loopt wetgeving daarop achter? Niemand neemt verantwoordelijkheid voor dat kader. Zorgaanbieders moeten het zelf uitzoeken. Dat klopt niet.
Marianne Bobeldijk beaamde dat er inderdaad sprake is van een lacune en gaf aan deze boodschap mee te nemen naar haar organisatie en naar VWS.

Vraag: Verborgen medicatie is toch geen dwangmaatregel? Bobeldijk zag dat anders. Als een cliënt zich stelselmatig verzet om gedragregulerende medicatie in te nemen, dan is het een dwangmaatregel, ondanks dat een vertegenwoordiger het goed vindt. Maar als de cliënt zich daar niet van bewust is, vroeg een deelnemer. ‘Dan zouden de behandelende artsen dit moeten bespreken met hun BOPZ-artsen,’ reageerde de inspecteur, ‘want daar wordt in het veld heel verschillend over gedacht. Alleen door daarover met elkaar van gedachten te wisselen (met de wet en de veldnormen erbij) en elkaar daar over te bevragen kan hierover helderheid worden bereikt.’

Cicero domotica-concepten

Drie sprekers van Cicero Zorggroep, Ellen Leers, Sietse Lugtenburg en Jos Stevens lichtten toe op welke manier deze Limburgse zorgorganisatie domotica inzet. Het versterken van de zelfbeschikking van cliënten was in 2012 de aanleiding voor het introduceren van zorgtechnologie. Inmiddels zijn de middelen onmisbaar voor een aantal locaties en is het zorgproces volledig anders ingericht. Aan de hand van een filmpje liet men zien om welke toepassingen het gaat: camera’s met en zonder bewegingssensoren, een zorgpost op afstand voor onder meer piekdrukte, trekschakelaren, spreek- en luisterverbinding, nachtoriëntatie verlichting, pols- en halszender, locatiebepaling, dwaaldetectie, bediening op afstand, smartphones.

De ervaringen en kennis die Cicero deelde met de groep:

  • Veel medewerkers hadden onvoldoende inbeeldingsvermogen om te bedenken op welke manier domotica kon werken. Daarom benadrukte men gedurende het proces altijd drie vragen: Waarom doen we dit? Wat betekent dit voor jou? Hoe pak je dit aan?
  • Cicero benadrukte dat het belangrijk is je te realiseren dat domotica een verandertransitie is met technische componenten, géén technisch project.
  • Het ‘wat’ is top-down en het ‘hoe’, de inrichting van het project, is bottom-up bepaald, waarbij ook OR en CR werden betrokken en met veel ‘zorgkennis’ in de projectgroep.
  • Cicero tipte: check of er gedoe is in de organisatie. Waar heeft men het over? Waar zitten zorgen, dilemma’s? Juist de minder rationele dingen moeten ook op tafel.
  • Maak gebruik van de kracht van het overdragen van informatie door klankbordgroepen, kerngebruikers. Dat voelt vertrouwd.
  • De domotica zijn bij Cicero niet alleen technisch getest maar juist ook door zorgmedewerkers die hieraan wilden meedoen. De zorgmedewerkers mochten de techniek ‘vrijgeven’.

Elke locatie heeft een eigen businesscase. De kengetallen en aannames zijn terug te vinden in de presentatie van Cicero.

Domotica en BOPZ

Het uitgangspunt bij Cicero is dat als een nieuwe cliënt komt wonen op een ‘domoticalocatie’ de cliënt daarmee ook kiest voor deze domotica. In die zin is er dan geen keus, wel wordt de cliënt hier actief op voorhand over geinformeerd en krijgt de mogelijkheid voor een andere locatie van de aanbieder of in de buurt te kiezen. In gangen en algemene ruimten is cameratoezicht en wordt e.e.a. geregeld middels de zorgleveringsovereenkomst. De camera in de eigen kamer gaat aan na een alarmmelding (bijvoorbeeld wanneer een cliënt voorbij een zone is gekomen). Op termijn zal meer met patroonherkenning gaan werken.

Alleen met toestemming van de cliënt of vertegenwoordiger wordt cameratoezicht gebruikt in de eigen kamer, vastgelegd in het zorgleefplan met periodieke evaluatie. Wanneer een cliënt echt niet wil dan valt de toepassing onder dwang en meldt Cicero het bij inspectie.

De vraag of bijvoorbeeld een camera die aangesloten is op een smartphone een vrijheidsbeperkende maatregel is riep discussie op. Is dit namelijk het geval dan moet er dus minimaal een gevaar zijn vanwege een geestesstoornis voordat je deze mag toepassen. Cicero heeft vanaf de start met domotica veel aandacht besteed aan de ethische discussie en bepaalt altijd in multidisciplinair overleg of een camera wenselijk is. Standpunt is dat domotica vrijheidsverruimend werkt, en juist niet beperkend. Daarnaast verhoogt het de zelfredzaamheid, mogelijkheden voor eigen regie en privacy en rust.

TanteLouise zorgtechnologie

Tijdens een bezoek aan locatie Vissershaven werd de gebruikte domotica gedemonstreerd. Een toelichting op de verschillende toepassingen op deze locatie en een vraag en antwoord-lijst zijn vastgelegd in bijgaand document.

Jef Pelgrims lichtte later toe op welke wijze tanteLouise zorgtechnologie heeft geïntroduceerd binnen de organisatie. De reden om domotica te introduceren binnen de locaties van tanteLouise was indertijd weinig verheven volgens Pelgrims: ‘We kregen het op een andere manier niet opgelost.’ Het begon met bewaking. Pas in een latere fase werd kwaliteit van leven een doel voor de inzet van zorgtechnologie en kwam er ook een doorontwikkeling naar het leefcirkel-principe. Beide doelen versterken elkaar. Pelgrims gaf aan grote veranderingen te zien komen in de zorg met betrekking tot robotica waarbij hij wees op de ontwikkelingen in Japan.

De kennis en ervaringen die tanteLouise deelde met de groep:

  • Men gebruikt zeer beperkt camera’s. De voorkeur gaat uit naar sensoren. Men is tevreden met deze vorm van controle: ‘zorgpersoneel let minder goed op dan domotica doet.’, vindt Pelgrims.
  • Voor locatie Vissershaven werd er geselecteerd op medewerkers die ‘domotica-minded’ zijn. De lat lag hoog want het moest meteen goed in een werkelijke situatie met cliënten. Daarom is ervoor uiteindelijk gekozen om voorafgaande aan de opening gedurende 3 maanden te trainen met een nagemaakte demo-woningkamers op ware grootte op alle mogelijke alarmoproepen. Ondanks de selectie van medewerkers was het resultaat in eerste instantie teleurstellend.
  • De domotica is helemaal doordacht vanuit het gedrag van cliënten. Zo stopt de lift door de sensor op de etage van de bewoner, ongeacht op welk knopje gedrukt wordt en gaat alleen de eigen kamer open.
  • Voorafgaand aan de introductie van zorgtechnologie is er veel aandacht besteed aan een dossier voor inspectie, brandweer en overheid. Scenario’s en risico’s zijn uitgeschreven: Wat gebeurt als een iPad leeg is? Wat als een polsbandje kwijt raakt?

Vervolgens presenteerde Rudi Dierkx, specialist ouderengeneeskundezorg en kaderarts GRZ, de eerste resultaten van het onderzoek dat gedurende één jaar is uitgevoerd op locatie Vissershaven naar het effect van domotica en meer bewegingsvrijheid en mobiliteit op levenskwaliteit, gedrag, stemming en functioneren van mensen met dementie. Aan het onderzoek werkte UKON mee. Ondanks dat er nog enkele correcties uitgevoerd moeten worden tonen de eerste resultaten van het onderzoek toonde aan dat wonen in Vissershaven leidde tot stabiel blijven van cognitief functioneren en mobiliteit, een afname van onbegrepen gedrag en verbetering van stemming en kwaliteit van leven. De ADL is achteruitgegaan en het aantal toegepaste VBMś en het gebruik van psychofarmaca zijn gelijk gebleven.

Een samenvatting van het onderzoek en de voorlopige resultaten is uitgereikt. De definitieve resultaten worden bekend gemaakt zodra deze beschikbaar zijn.

Meer weten


Geplaatst op: 13 juni 2016
Laatst gewijzigd op: 15 maart 2019