Kwaliteitsverbetering verpleeghuiszorg

Verslag: Vrijheid en Veiligheid (BOPZ) – 9 mei 2017

Deelnemers van het Waardigheid en trots-thema Vrijheid en Veiligheid – BOPZ kwamen op 9 mei samen bij Woonlandschap de Leyhoeve in Tilburg voor een bijeenkomst over vrijheid en veiligheid georganiseerd door themacoördinatoren Angelique Noordeloos en Peter Hoekstra van Waardigheid en trots.

Programma

Deelnemers van diverse organisaties gingen in dialoog met twee BOPZ-artsen, twee verpleegkundigen en een beweegcoach aan de hand van casussen. Zij zochten de grenzen op van vrijheid en veiligheid. Welke dilemma’s komen we tegen? Wanneer kies je voor veiligheid van de cliënt? En wanneer voor vrijheid? Hoe pakken andere deelnemers dilemma’s aan? Het uitgangspunt is altijd de levenskwaliteit van de cliënt. Vanuit de groep volgden een aantal vragen en kanttekeningen op de casussen. Inspecteur Marianne Bobeldijk van de IGZ bracht meer duidelijkheid rondom wetgeving.

Casuistiek

TanteLouise, casuïstiek Meneer x

Meneer X heeft grote behoefte om te lopen, maar valt nu steeds een gat in zijn hoofd. Dit is meerdere keren voorgevallen met echt akelige situaties en ziekenhuisbezoek. Meneer X vindt het verschrikkelijk als hij naar het ziekenhuis moet. Prevaleert vrijheid nu boven veiligheid? En wie beslist dit? Als meneer x gebruik maakt van een trippelrolstoel en dus niet kan bewegen, wordt hij onrustig. Om ervoor te zorgen dat meneer x niet meer valt, moet zijn vrijheid gekaderd worden.

Randvoorwaarden

Meneer x heeft een BOPZ-status en Parkinson. Hij is soms wilsbekwaam, soms niet. En valgevaarlijk. Daarom is een valrisico afgesproken. Meneer viel slechts eenmaal per jaar, maar nu neemt dat toe tot drie of vier keer per week. Met het team bij tanteLouise is de case besproken en zijn maatregelen genomen. Meneer X is daarna niet meer gevallen.

Hoe zouden de deelnemers meneer X helpen?

Aan de hand van vragen en stappen proberen de deelnemers de juiste zorg te regelen. Meneer X vindt het heel erg weer naar het ziekenhuis te moeten. Moet hij dan wel naar het ziekenhuis? Is dat een factor om rekening mee te houden? Dat vinden de aanwezigen van wel. Hij heeft al een heel scala aan interventies gehad: fysiotherapie, rollator, toezicht verscherpt op afstand. Ook hoofdbescherming wil hij en de familie niet.

TanteLouise licht toe: Het viel op dat hij onrustig werd bij het ontbijt, lunch en de nachtdienst. Deze onrust veroorzaakt het vallen. Ook ging het eten aan tafel niet meer. Vervolgens zette de hulpverlening een bank in de woonkamer waar meneer X verbleef. Nachtdienst is op afstand gaan kijken. Nu viel meneer x alleen nog in de vroege ochtend. Vervolgens stelde tanteLouise zichzelf de vraag: Waarom werd hij onrustig en viel hij? In de ochtend is hij blijkbaar bang om alleen te zijn en dood te gaan. Was het misschien te donker? Ja, het was februari. Misschien een idee om licht aan te bieden? Dat is op zijn appartement wel geprobeerd. In de woonkamer is een centraal systeem met dimstand, dus daar is ook licht te regelen. Is het vallen een vorm van aandacht? Vragen de deelnemers. Ja; hij doet gevaarlijke dingen om aandacht te krijgen. Meneer x is een hele intelligente man, hij weet hoe hij moet triggeren. Nu slaapt hij op de gezamenlijke woonkamer, met licht in de ochtend. Zo is hij niet bang alleen dood te gaan. De omwonenden vinden hem niet hinderlijk.

Vraag aan tanteLouise: Hebben jullie bewust voor vrijheid boven veiligheid gekozen?

Antwoord: We hebben alle stappen doorlopen en voor ons was het geen keuze tussen wel of geen vrijheid. We hebben ingespeeld op zijn behoefte. En dat was een hele speurtocht geweest. Het fijne is dat je dit met een heel team kunt doen. De verzorgende maakte zelf het bed geschikt voor in de woonkamer. Niets is te gek. Als je samen dingen doorneemt en bespreekt, kom je tot creatieve ideeën waardoor je iemand in zijn vrijheid kunt laten. Alle disciplines zijn bevraagd: fysio, casemanager, teamleidster, arts, psycholoog en de familie. Maar bij zorg zit dit soort creativiteit.

Vraag: Welke rol speelde de familie?

Antwoord: Zij waren heel duidelijk tegen een hoofdhelm. Ze accepteerden dat hij viel. Wij hebben ze het verhaal verteld over dat bed. Daar waren ze heel blij mee. Lijnen met de familie zijn heel kort. Ze hebben geen overleg bijgewoond, maar wij hebben wel informatie bij hen ingewonnen. Wij doen niets als de familie niet akkoord is. Wel sluit de familie aan bij de gesprekken rondom de zorgleefplannen. Onze werkvloer stimuleert creativiteit. Als de familie er heel anders instaat dan wij doen, dan leg je de visie van tanteLouise uit: pas vrijheid kaderen mits er problemen zijn.

Vraag: Wat prevaleert? Vrijheid of veiligheid?

Antwoord: Het is een tijdelijke oplossing, we blijven eigenlijk weg van deze vraag. Alhoewel vrijheid toch wel iets prevaleert. Wie heeft de beslissing genomen? Het team heeft standpunt ingenomen en komt met een advies naar de familie. De specialist ouderengeneeskunde heeft uiteindelijk het laatste woord.

2. TanteLouise, casuïstiek mevrouw Y

Mevrouw Y. viel regelmatig. Na analyse van de incidentenmeldingen en observatie bleek mevrouw Y. alleen in haar eigen appartement te vallen. Voor haar voelt de huiskamer als haar thuis, haar eigen appartement voelt voor haar niet vertrouwd. Om het vallen tegen te gaan zijn er twee opties: immobiliseren of op de huiskamer houden. De vraag is dus of vrijheid prevaleert boven veiligheid? En wie beslist dit?

Bij Zorgcentrum Vissershaven van tanteLouise te Bergen op Zoom dragen de bewoners een condigiband waarmee de deur van het eigen appartement open gaat. Om te voorkomen dat mevrouw Y valt, is de condigiband afgenomen. Hierdoor heeft ze geen toegang meer tot haar eigen appartement en blijft ze altijd op de woonkamer. We ontnemen haar dus de vrijheid om te gaan en staan waar ze wil. Ze kan alleen maar in de huiskamer en gang van het appartement komen. We hebben echter bedacht dat dit minder beperkend is dan het immobiliseren in een rolstoel.

click to tweet De vraag is dus of vrijheid prevaleert boven veiligheid? En wie beslist dit?

Reacties en vragen deelnemers

Is de huiskamer haar veilige ruimte? Heeft het meerwaarde om naar eigen appartement gaat? Ze kan nu geen middagdutje doen. Kan dat in de woonkamer? Ze viel op haar kamer en was onrustig. In de woonkamer is ze meer onder de mensen. Ze heeft daar ook meer rustmomenten. Ze heeft geen moeite dat haar eigen kamerdeur op slot is, want ze heeft geen idee dat het haar kamer is. Het voelt wel raar dat ze geen polsband omheeft, want dat is een belangrijke maatregel binnen Vissershaven en druist in tegen het beleid. Haar bewegingsvrijheid is verkleind. Dat is een gezamenlijke beslissing en lag niet voor de hand. Ze slaapt wel in haar kamer, dan krijgt ze begeleiding. Als de familie had gezegd: ‘wij willen toegang tot haar kamer’, was dat een lastige geweest. We hadden haar niet in een vrijheidsbeperkende stoel gezet. Polsbandjes gebruiken is ook een vorm van systeemdenken. Bedacht wat het beste is voor de bewoner. Maar we willen maatwerk leveren.

Mocht ze fysiek achteruit gaan, dan geven we haar een polsband voor meer vrijheid. We moeten een balans vinden en houden veel besprekingen over bewoners om constant te schakelen tussen vrijheden.

3. Casuistiek meneer Z.

Meneer Z is 87, gevallen en woont in een kleinschalig wooninitiatief met een pgb. Hij breekt zijn heup en wordt voor vier weken opgenomen in het ziekenhuis. Daarna moet hij voor revalidatie naar een geriatrisch revalidatiecentrum met een ZZP 9. De revalidatie verloopt goed maar langzaam. Meneer Z is ondertussen bijna een maand in het revalidatiecentrum waardoor nog langer revalideren betekent dat zijn pgb komt te vervallen, vanwege het feit dat hij verblijft in een WLZ-instelling. Meneer Z is zijn woonplek daardoor kwijt en maakt zijn revalidatie af in het revalidatiecentrum. Familie moet op zoek naar een nieuwe woonplek. Volgend de arts is de dementerende Z onvoldoende leerbaar om loophulpmiddel in te zetten. Daardoor verhoogd zijn valrisico; hij loopt nog niet stabiel. De nieuwe woonplek moet BOPZ erkend zijn. Dit vanwege het feit dat Z nu gebruik maakt van een trippelstoel met een band (VBM) om hem in de stoel te houden voor zijn eigen veiligheid. Familie heeft hiermee ingestemd, want zij willen geen herhaling. Z heeft hierdoor meer ruimte en kan zichzelf voortbewegen. Een aantal keer per dag wordt hij opstandig en wil dat de band wordt losgemaakt. De verpleging doet dit en begeleidt hem waarna hij weer terug gaat met band in de stoel. Uit de observaties die de verpleging en de familie doen, blijkt dat Z met momenten tevreden is over de situatie. Familie wil graag dat Z gaat wonen bij Het Andere Wonen in Schijndel en dat hij zo weinig mogelijk risico loopt op een nieuwe val.

Vraag: De vraag is dus of de vrijheid nu prevaleert boven veiligheid? En wie beslist dit?

Z valt tijdens wandelen en is niet heel valgevaarlijk. Deze val en het breken van een heup is domme pech. Buiten gevallen. Waarom is niet eerder gecommuniceerd en geregeld dat Z terug kon naar het wooninitiatief? En zijn pbg niet kwijtraakte? Familie vertelde dat de arts heel bepalend is. Ze twijfelden of ze de revalidatie wel konden voortzetten. Ze hebben naar de arts geluisterd en namen het risico. Vervolgens moest de kamer leeg. De familie was onwetend en ontbeerde kennis. Mensen kijken liefst naar een woonplek dicht in de buurt en kijken niet naar regels. Durf je daartegenin te gaan? Durf je de juiste vragen te stellen? Een ziekenhuis gaat bijvoorbeeld heel anders om met veiligheid. Zij binden bijvoorbeeld cliënten snel vast aan het bed. De zorg denkt creatiever. Zij stellen zich de vraag: Loop je op je 87e liever als een kievit of ga je langzaam revalideren en wordt je vrijheid beperkt? Je kunt best bewegen met toezicht en begeleiding. Eigenlijk zou de specialist ouderenzorg contact moeten hebben met de revalidatiearts. En familie goed inlichten over hoe locatie omgaat met valincidenten. Een goede voorlichting over de locatie is belangrijk.

Aanvullingen inspecteur Marianne Bobeldijk

Voor psychogeriatrische cliënten wordt de Wet Bopz over enige tijd vervangen door de Wet Zorg en Dwang. De nieuwe wet wil onvrijwillige zorg bij mensen met psychogeriatrische problemen minder ingrijpend maken. Een belangrijk verschil is dat onvrijwillige zorg straks ook buiten een instelling geboden kan worden. Deze nieuwe wet volgt de cliënt of deze nu binnen of buiten een accommodatie verblijft.

Opmerkingen uit publiek

Hulpverleners, zoals bij het revalidatiecentrum, zouden geïnteresseerder moeten zijn in de leefwereld van de cliënt. En meer rekening houden met symptomen. Een man die overal aan zat, bleek bijvoorbeeld onderhoudsman te zijn geweest. Als je van zoiets op de hoogte bent, kun je daar rekening mee houden. Dan weet je waar het vandaan komt. Denk bijvoorbeeld ook aan een tripelband die hij zelf kan openmaken. Dan was Bopz niet nodig geweest.

Er is behoefte aan een interventie op gebied van vrijheid bij de client. Is die man nou wils(on)bekwaam voor die interventie? Iemand die zijn hele leven sleutelmaker is geweest, weet hoe hij een sleutel gebruikt. Is dat intelligentie of gewoonte? Als een persoon iets doet, wil je dan weten waarom hij iets doet? Registreer dat in het zorgleefplan en pak de evaluatiecyclus erbij. Check ook steeds of zijn toestand hetzelfde blijft. Is hij nog steeds wilsbekwaam of inmiddels wilsonbekwaam? Hij kan veranderen. Registeren van veranderingen is belangrijk, omdat je sommige zaken moet weten voor ondersteuning.

Meer informatie


Geplaatst op: 7 juni 2017
Laatst gewijzigd op: 7 juni 2017