Verslag: Themabijeenkomst Familieparticipatie

Woensdag 23 november 2016 kwamen 16 organisaties uit het hele land bij elkaar voor de themabijeenkomst Familieparticipatie. Cecil Scholten, themacoördinator Waardigheid en trots en voormalig programmaleider In voor Mantelzorg, opende de bijeenkomst voor deelnemers aan de Waardigheid en trots-thema’s deskundigheid professionals, medezeggenschap en/of technologie. Themacoördinatoren Ine Galle, Joyce Theunissen en Cecil Scholten waren ook aanwezig en begeleiden de deelnemers.

Kennismaking

De themabijeenkomst Familieparticipatie begint met een kennismakingsrondje. Deelnemers gaan met elkaar in gesprek over familieparticipatie. Naar voren komt dat mantelzorgers niet altijd beseffen dat ze mantelzorger zijn. ‘Hoezo mantelzorger? Ik ben gewoon een familielid’. Of ‘Ik was mantelzorger totdat mijn vrouw in het verpleeghuis kwam, nu nemen jullie het over’. Familie bewust maken van het feit dat ze mantelzorger zijn en uitnodigen te blijven participeren, wordt lastig bevonden.  Participatie is ook niet altijd de goede naam, die aanspreekt. Sommige organisaties kiezen daarom bijvoorbeeld voor ‘samen zorgen’. Communicatie speelt een grote rol vertelt Scholten. ‘Taal is een echt een  ding als het gaat om aan te sluiten bij de drijfveren van mantelzorgers, familieleden en netwerk en hen uit te nodigen actief te zijn en te blijven, ook in het verpleeghuis’.

Context transformatie

Scholten legt uit dat het zorgveld verandert. Cliënten blijven zo lang mogelijk thuis wonen. Mensen moeten steeds meer zelfredzaam worden. In deze context is een grote rol weggelegd voor de informele zorg: mantelzorgers, familie, netwerk en vrijwilligers. Volgens Scholten is het relevant verder te kijken dan alleen de naaste mantelzorger, ook wel spilzorger genaamd. Die is vaak al behoorlijk belast. Hoe kunnen we de taken van de  mantelzorger verlichten? Wat kunnen en willen buren, familieleden en anderen uit het netwerk bijdragen? Dit zijn vragen die Scholten graag stelt. In de buurt zie je ook steeds meer burgerinitiatieven en gebruik van digitale hulpmiddelen. Gemeenten en zorgverleners moeten in deze context een rol kiezen. In de setting van een verpleeghuis komt de cliënt binnen met een al dan niet actief, netwerk. Je hebt als zorginstelling twee opdrachten volgens Scholten. Het gaat niet alleen om de cliënt, maar ze wonen ook in de setting van een groep. Daar willen we ook de participatie versterken. ‘Wat doe jij als mantelzorger voor je naasten en wat doe jij voor anderen?’ Dit is een andere vraag die je aan familie/mantelzorgers stelt.

SOFA-model

Het SOFA-model (bron: Expertisecentrum Mantelzorg) is gebaseerd op verschillende rollen die mantelzorgers vervullen en hoe je daar op aan kan sluiten als beroepskracht door. Dit doe je door Samen te werken, te Ondersteunen, te Faciliteren en Af te stemmen (SOFA).

De verschillende rollen van de mantelzorger:

  • Partner in zorg: een mantelzorger als partner of ondersteuning. Het helpt om goed samen te werken met deze persoon.
  • Mogelijke hulpvrager: een mantelzorger ondersteunen in zijn/haar hulpvraag door praktische tips te geven, helpen het netwerk te mobiliseren, te wijzen op vrijwillige of betaalde dienstverlening. Ook oog hebben voor mogelijke overbelasting en vragen hoe het met de mantelzorger gaat.
  • Persoonlijke betrokkene: een mantelzorger faciliteren en de ruimte geven om ook ‘gewoon’ partner te zijn of kind of vriend.
  • Expert: de mantelzorger die veel ervaring en kennis heeft over de wat de cliënt graag wil, over diens levensverhaal en ook over de zorgverlening. Daarom samen met de mantelzorger en natuurlijk ook met de cliënt de zorg afstemmen.

Het antwoord van Scholten op de vraag ‘Is een mantelzorger niet altijd expert?’ was ‘De mantelzorger is een expert in wat hij/zij vindt. De cliënt is ook expert, net als de beroepskracht. Je werkt met elkaar in de zorgdriehoek, waarin ieder een rol heeft en je het met elkaar moet doen. Het gaat om relaties in de zorg. ‘Hier moet je mee om zien te gaan, je krijgt altijd te maken met gedoe’, aldus Scholten.

De deelnemers gaan uiteen in 3 groepen geleid door de 3 themacoördinatoren. De onderwerpen die aan bod komen zijn: SOFA-model en zorgleefplan, ECD en digitaal communiceren, competenties en scholing van beroepskrachten.

Groep 1: SOFA-model en zorgleefplan (Cecil Scholten)

In deze groep gingen de deelnemers in discussie over het gebruik van het zorgleefplan en hoe familieparticipatie hierin aan bod komt. Het opnemen van welzijn en het sociale netwerk in een zorgleefplan is voor iedereen vanzelfsprekend. De manier waarop is een discussiepunt. De ene zorginstelling is zeer gedetailleerd (‘Dochter komt elke donderdag langs’), terwijl de ander het zo open mogelijk probeert te  houden (‘Dochter kan wekelijks langskomen’). De manier waarop je het gesprek voert met de familie is hierin zeer bepalend. Het moet niet te verplichtend overkomen. Wel is het goed om te kijken hoe je zoveel mogelijk de verantwoordelijkheid voor bepaalde activiteiten ook bij familie/netwerk zelf kunt neerleggen. Bijvoorbeeld benoemen dat familie een paar keer per week komt. Dan kan familie onderling uitmaken wie wanneer komt. ‘Communicatieve vaardigheden zijn heel belangrijk’, aldus Scholten. Om het eenvoudiger te maken en om met meerdere familieleden en bekenden van de cliënt te communiceren, is digitale communicatie zeer geschikt. Ook voor familie onderling. Vanuit de groep komen ook diverse voorbeelden hoe je familie en netwerk kunt uitnodigen om actief te worden op de groep. Enkele voorbeelden zijn: eerst contact opbouwen tijdens informele bijeenkomsten, bespreken wat er allemaal gedaan zou kunnen worden en aan familie vragen of ze een steentje bij willen dragen, een bord met activiteiten ophangen en familie vragen in te tekenen. Bij de ene groep of op de ene afdeling blijkt dat prima te werken en bij de andere niet. Dat is en blijft zoeken met elkaar. Wees creatief en wissel goede voorbeelden uit.

Cecil Scholten geeft presentatie familieparticipatie

Groep 2: ECD en digitaal communiceren (Ine Galle)

In deze groep is gesproken over digitaal communiceren en in hoeverre binnen de organisaties al pogingen worden gedaan om digitaal te communiceren. Uit de discussie blijkt dat de cultuur binnen een organisatie vaak belangrijker is dan ‘welk systeem je kiest’. ‘Het kan nog zo’n mooi systeem zijn, maar als je niet in staat bent de relatie te leggen met de mantelzorger dan leidt het nergens toe.’ Waarom voer je digitale systemen in en wat vraagt het van een organisatie om het tot een succes te maken? Deze vragen bleven terugkomen. ‘Het gaat heel erg over cultuur, gedrag en veranderingen.’

Groep 3:  Competenties en scholing van beroepskrachten (Joyce Theunissen)

Wat moeten mensen kunnen om een goede relatie op te bouwen met een mantelzorger? Daar ging de discussie over in deze groep. Hoe maken we het medewerkers bewust van het feit dat ze het werk beter kunnen doen? Contact met mantelzorgers én met medewerkers is een kwestie van afstemmen. Een leuk initiatief dat naar voren kwam was: leren op de werkplek. Mantelzorgers en medewerkers leren op de werkvloer en gaan met elkaar in gesprek. Ook de welzijnscoach heeft een belangrijke rol. En kijk naar andere disciplines zoals een psycholoog, zet dit ook in om beroepskrachten te scholen.

Grenzen verkennen

Familieparticipatie - interactieve oefening

De themabijeenkomst Familieparticipatie werd afgesloten met een interactieve oefening met als thema ‘Grenzen verkennen’. Scholten laat casussen zien met behulp van video’s. Aan het eind van de video werd een vraag gesteld. De deelnemers moesten daarop kiezen wat ze ervan vonden: mee eens, niet mee eens of twijfel. Daarna gingen ze met elkaar in discussie.

Casus: Taart uitdelen

Een van de casussen, die aan bod kwam, ging over het uitdelen van een taart. ‘De oma van een jongen is jarig en hij wil haar trakteren op een zelfgebakken taart. Ook vertelt hij dat hij de andere bewoners ook gelijk wil trakteren.’ De vraag die gesteld werd: mag de jongen de taart uitdelen aan zijn oma en de andere bewoners?

Het merendeel van de deelnemers beantwoorden de vraag met Ja. Toen bleek dat het over de ‘officiële’ regelgeving ging veranderde bijna iedereen van gedachten en liepen ze over naar Nee. Een terechte vraag vanuit de groep was dan ook: ‘Zou iemand nog bij Nee staan als we geen rekening hoeven te houden met de regelgeving?’. Volgens Scholten mag de mantelzorger de taart aan zijn/haar naaste geven, maar voor de andere bewoners gelden de regels van de HACCP. Daarbij is het belangrijk om een reële risico-inschatting te maken van het uitdelen van de taart aan de andere bewoners. Het gaat tenslotte om kwetsbare mensen, waarvan je niet graag wilt zien dat ze ziek worden. Maar je wilt ook niet te ingewikkeld doen en ruimte bieden aan dit soort spontane acties. Het is daarom goed om na te vragen hoe de taart gemaakt is om zeker te stellen dat het veilig is. Je kunt ook met familie bespreken waarom je dat doet. Dat helpt voor het wederzijds begrip.

familieparticipatie taart casus

Grenzen verleggen en meer samenwerken

Zorginstellingen staan voor de uitdaging om tot een goed samenspel te komen. Vanuit de optiek om ook kwaliteit van leven een goede plek te geven naast kwaliteit van zorg. ‘Welzijn met goede zorg creëer je samen’, sluit Scholten de bijeenkomst af.

Meer weten

 

Geplaatst op: 29 november 2016
Laatst gewijzigd op: 9 december 2019