Verslag: Startbijeenkomst eerste groep deelnemers aan Waardigheid en trots

Op maandag 14 september 2015 vond de eerste introductiebijeenkomst van het programma Waardigheid en trots plaats. De genodigde instellingen uit de eerste themagroep ‘Mantelzorg, cliënt, professional’ waren allen met diverse medewerkers aanwezig, waardoor de zaal afgeladen vol was.

Tijdens de bijeenkomst kregen organisaties de gelegenheid om een pitch van maximaal 5 minuten te houden, waarin een vertegenwoordiger van de organisatie de aanwezigen kort en krachtig uitlegde welk thema is gekozen, wat daarbij de speerpunten zijn, wat en hoe de organisatie de gestelde doelen wil bereiken en hoe de organisaties met elkaar (op de korte en lange termijn) kunnen leren van opgedane ervaringen.

Dialoog opzoeken

De bijeenkomst stond in het teken van elkaar op laagdrempelige wijze informeren over alle plannen en ideeën. Daarom werd in de vorm gekozen voor zo min mogelijk presentaties en het direct opzoeken van de dialoog.

Jan Verschuren, themacoördinator Waardigheid en trots en contactpersoon voor deze eerste groep organisaties, startte de bijeenkomst met een kort welkomstwoord. Daarna volgde een kort vraaggesprek met Dhr. Anno Pomp (ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, VWS), die antwoord gaf op vragen als:

  • Wat zijn de verwachtingen vanuit het ministerie VWS over het programma Waardigheid en trots?
  • Waarom is dit programma anders dan andere programma’s?
  • Hoe gaan we de opgedane ervaringen breed verspreiden?
  • Hoe trekken we met elkaar op om de daadwerkelijke transitie vorm te geven?

Uitgangspunten programma Waardigheid en trots

Dhr. Pomp geeft aan dat het plan ‘Waardigheid en trots’ het uitgangspunt is voor de inhoud van het programma.  Het gaat daarbij in de eerste plaats om het op gang brengen van een (maatschappelijke) beweging om een fundamentele omslag in de verpleeghuiszorg tot stand te brengen. Deze omslag gaat om het de (zeer) kwetsbare oudere als focus nemen in het denken en doen.

Dat heeft allereerst betrekking op de cliënt zelf. Deze moet zich niet afhankelijk voelen van zorg, maar een geïnformeerde keuze kunnen maken voor een aanbieder. Professionals moeten zich daarbij professioneel maar dienstbaar opstellen, zonder de zorg en keuze ‘over te nemen’. De instellingen, Wlz-uitvoerders, Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ),  kennisinstituten en de overheid kennen daarbij hun verantwoordelijkheid in de kwaliteit van leven van de cliënt. Deze visie wordt in de zorgsector gedragen en velen werken daar binnen de eigen mogelijkheden reeds aan.

Reëel beeld

In de samenleving (in breedste zin) is deze visie veel minder bekend. Dhr. Pomp realiseert zich dat het reële beeld, inclusief de verdrietige kanten, over het leven in een verpleeghuis niet bij iedereen leeft en dat het vergroten van deze kennis en de acceptatie daarvan in de samenleving zal niet vanzelf gaat. Tegelijkertijd vindt VWS deze dialoog wel noodzakelijk om tot reële verwachtingen in de samenleving te komen. Het plan ‘Waardigheid en trots’ heeft dit tot doelstelling, vertaald in de diverse projecten van de deelnemende instellingen, met daarbij ook mogelijk een andere omvang en doorlooptijd.

Kwaliteitsverbetering structureel mogelijk maken

Het grote verschil met eerdere trajecten is volgens Dhr. Pomp met name het feit dat voorafgaand aan het traject concrete afspraken gemaakt zijn met belangrijke betrokkenen als de IGZ, Zorgverzekeraars, NZa, Zorginstituut Nederland (ZiNL), brancheorganisaties en andere partijen. Dit betekent dat bij gebleken successen ook daadwerkelijk kwaliteitsverbetering en vernieuwing  in de sector structureel mogelijk wordt gemaakt.

Dhr. Pomp geeft aan dat voor VWS het traject geslaagd is als:

  • de energie van het leveren van mooie zorg door professionals aan kwetsbare mensen vastgehouden, dan wel aangejaagd kan worden;
  • bij een relevant aantal van de deelnemende organisaties de doelstelling bereikt wordt om met name de relatie tussen cliënt en mantelzorgers te verbeteren;
  • op basis van good practice kennis opgehaald en gedeeld kan worden;
  • dit programma een start kan zijn voor een nieuw kwaliteitskader voor de toekomst.

In het kader van het uitwisselen van kennis en ervaring is het van belang om te zorgen dat themagroepen samen optrekken. Op die manier kunnen onzekerheden  snel worden weggenomen en mogelijke bureaucratie worden voorkomen. Maar dat kan alleen als ieder zijn eigen rol daarin pakt, zodat de uitkomsten van het programma Waardigheid en trots daadwerkelijk toegevoegde waarde voor cliënt en professional oplevert. Want, geeft Dhr. Pomp nogmaals aan, daar doen we het uiteindelijk voor.

Passie en betrokkenheid

Vervolgens was het de beurt aan de vertegenwoordigers van alle instellingen. In hun presentatie gaven zij gedreven en met veel passie en betrokkenheid aan hoe zij de transitie vorm gaan geven zonder dat daarbij regelruimte nodig is.

  • Allévo Zorg en Dienstverlening startte de serie pitches met hun plan ‘Wonen met zorg’, waarbij zij aangaven hoe zij de eigen regie van de klant binnen de cultuur van hun organisatie in wil bedden, door vooral in te zetten op de dialoog en de opvolging daarvan.
  • Daarna vertelde AxionContinu over het plan ‘Werken met waarden’, om daarmee de wijk voor alle bewoners een  ‘prachtig huis’ te laten zijn.
  • Het Kenniscentrum Dementie op jonge leeftijd is een samenwerkingsverband van maar liefst 20 organisaties en zet met name in op het verbeteren van de begeleiding van de doelgroep en haar naasten en omgeving.
  • Sevagram vertelde de zaal hoe de organisatie cliënten met dementie wil helpen om samen met hun partner momenten uit het verleden te laten herbeleven (‘Gang van de Tijd‘), en een game voor mantelzorgers (‘Interactieve Dementie Trainer‘) ontwikkelt om meer kennis te krijgen over dementie.
  • Vivantes Ouderenzorg vertelde kort over hoe zij reeds 4 jaar geleden hebben ingezet op een nieuw verpleeghuisconcept waarbij de professional in zijn/haar kracht wordt gezet. Zij willen zorgen dat vanuit de ambachtelijke gedachten een toekomstbestendige invulling van verpleegzorg kan worden georganiseerd.
  • Na een korte pauze mocht Brabant Zorg haar pitch doen, waarin uiteengezet werd hoe de invulling van een familieraad vormgegeven zou worden om de cliënten en hun naasten een nadrukkelijke rol bij de besluitvorming over de zorginvulling te geven.
  • Volckaert vertelde gepassioneerd over hun ideeën over cliënteigenaarschap, de wijze waarop dit wordt georganiseerd en de besparing op overheadskosten die daarbij mogelijk zijn.
  • Thebe vertelde over de wijze waarop de organisatie kijkt naar de invulling van eigen regie van de cliënt en hoe de organisatie daarop dient te anticiperen door alles in het teken te stellen van het faciliteren ván, in plaats van het regelen vóór.
  • deBreedonk gaf mooi aan wat het proces van protocollengericht (sturend) werken, naar het dialooggericht (vragend) werken voor een organisatie betekent en welke vervolgstappen nog gemaakt moeten worden.
  • Als laatste mocht OBG de aanwezigen uitleggen hoe zij erin slaagt verpleeghuiszorg thuis te leveren en welke verbeteringen zij daarin nog willen bereiken.

Groepsfoto

Na deze inspirerende presentaties werd nog kort stilgestaan bij de wijze waarop de ondersteuning georganiseerd zal gaan worden en hoe geborgd wordt dat alle partijen in de sector betrokken worden bij de trajecten. Een betrokkenheid die moet leiden tot het maken van de gewenste stappen. Na het maken van een groepsfoto was het tijd om elkaar in informele sfeer te treffen.

Al met al een prachtige bijeenkomst waarbij alle verhalen/plannen van de organisaties met een hoge mate van waardigheid en trots gepresenteerd zijn. Als deze dag de opmaat is voor het vervolg van het traject, zal de sector en haar omgeving een daadwerkelijke omslag gaan zien. Zodat de honderdduizenden medewerkers die dagelijks kwetsbare ouderen verzorgen, ook de waardering krijgen die zij verdienen.

Verslag door Jan Verschuren

Meer weten


Geplaatst op: 25 september 2015
Laatst gewijzigd op: 21 april 2016