Verslag: Een goed gesprek met de cliënt is een voorwaarde voor persoonsvolgende zorg

Persoonsvolgende zorg en bekostiging vragen om een goed contact met de cliënt en diens netwerk. Maar hoe kom je op een goede manier met elkaar in gesprek? Die vraag stond centraal tijdens de bijeenkomst van de BEL-groep (Baas over Eigen Leven) op 30 augustus in Utrecht.

Herre van Kaam, thema-coördinator Persoonsvolgende bekostiging, leidde de bijeenkomst in. Hij vertelde dat de belangstelling voor persoonsvolgende bekostiging duidelijk toeneemt. Dat bleek onder andere tijdens de drukbezochte workshops over het thema die verzorgd werden op het congres van Waardigheid en trots op 3 en 4 juli in Nieuwegein, aldus Herre van Kaam.

Goede basiscommunicatie

Christien Begemann van ZinnigZorgen ging daarop nader in op het voeren van een goed gesprek met de cliënt. Als zelfstandig coach, trainer en adviseur ondersteunt zij zorginstellingen in hun communicatie.

“Een goed gesprek met de cliënt is een voorwaarde om tot persoonsvolgende bekostiging te kunnen komen”, vertelde zij. Het voeren van een goed gesprek vergt weer een goede basiscommunicatie. Met een eenvoudige, praktische oefening werd de aanwezigen meteen duidelijk wat er zoal mis kan gaan in de communicatie, zowel verbaal als non-verbaal: niet goed luisteren, wegkijken, met andere dingen bezig zijn, of bijvoorbeeld iemands verhaal onderbreken.

Voorwaarden voor een goed gesprek zijn mooi vervat in drie ezelsbruggetjes:

  • laat OMA (Oordelen, Meningen en Adviezen) thuis
  • neem ANNA (Altijd Navragen, Nooit Aannemen) mee
  • geef LSD (Luisteren, Samenvatten en Doorvragen).

“Voor mensen in de zorg is ANNA vaak lastig”, wist Christien Begemann. “Zij willen mensen helpen en komen al snel uit zichzelf met adviezen, terwijl iemand misschien alleen zijn verhaal kwijt wil. Verder vind ik LSD heel belangrijk, dat je in een gesprek nog eens samenvat wat iemand verteld heeft. In de trant van ‘als ik het goed begrijp.’ Dat heeft grote waarde, want de ander merkt dat je echt luistert. En soms kan het helpen om de rust terug te brengen in een gesprek als dat nodig is.”

Acht levensgebieden

Voor een tweede oefening introduceerde Christien Begemann de acht levensgebieden van de Groninger Welbeing Indicator (GWI). “De zorg is erg op medische leest geschroeid, terwijl behoeften, gevoelens en het welbevinden van mensen belangrijker zijn”, vertelde ze. Zo kan op basis van levensgebieden met cliënten het gesprek worden aangegaan over de vraag wat zij het belangrijkste in hun leven vinden, bijvoorbeeld: genieten van eten en drinken, actief zijn, plezierig wonen of plezierige relaties en contacten hebben.

De acht levensgebieden staan weergegeven op een handzame kaart. De aanwezigen gingen hiermee in een oefening aan de slag met als uitgangspunt: een dieper gesprek over wat iemand belangrijk vindt, hoe het met dit levensgebied staat en welke ondersteuning wellicht nodig is om dit eventueel te verbeteren. Een dergelijk gesprek kan weer als basis dienen voor een zorgleefplan voor de cliënt. Daarbij kan het nodig zijn om met de familie en/of mantelzorger het gesprek aan te gaan.

In een vergelijkbaar instrument dat ontwikkeld werd door Vilans, is daarom tevens een rol weggelegd voor de familie/mantelzorger. Het gaat om het instrument ‘Samen ontdekken’, een driegesprek voor cliënt cliënt-familielid-medewerker. In dit driegesprek gaat het ook om de vraag wat die mantelzorger kan doen en wat die daarvoor nodig heeft.

Motiveren

Het zijn nuttige instrumenten die zeker helpen om op een goede manier met cliënten en mantelzorgers het gesprek aan te gaan, zo werd in de zaal geconcludeerd. Maar hoe motiveer je medewerkers om dat standaard te doen, luidde een vraag. Dat is inderdaad niet altijd eenvoudig, maar wat kan helpen is om een eerste gesprek al te voeren voor opname, bij de cliënt thuis, zo werd geopperd. Zorginstellingen die dat al doen, zijn daar zeer positief over. Je ziet beter wie de cliënt is en hoeft tijdens de dag van opname minder vragen te stellen. Vervolgens is het wel belangrijk om de aandacht hiervoor vast te houden. Een van de aanwezigen opperde dat de meeste medewerkers in de zorg dat zeker willen en het fijn vinden om contact te maken met cliënten. “Maar ze willen daar wel tijd voor krijgen.”

Zorgbelang

Mariëlle van Esch van Zorgbelang Zuid-Holland ging aansluitend in op de rol van onafhankelijke cliëntenondersteuners in de Wet langdurige zorg. In heel Nederland zijn cliëntondersteuners van Zorgbelang actief, naast cliëntondersteuners van onder andere MEE en het zorgkantoor. In principe kan een cliëntondersteuner van Zorgbelang al worden ingeschakeld in de zoektocht naar een goede zorginstelling, maar in de praktijk worden zij daar nog niet zo vaak voor gevraagd. “In experimenten in Zuid-Limburg en Rotterdam gebeurt het nu meer”, vertelde Mariëlle van Esch.

Behalve in de keuze voor passende zorg, kunnen cliëntondersteuners onder andere ondersteuning bieden bij het opstellen, evalueren en bijstellen van het zorgleefplan voor de cliënt. Verder kunnen ze bijvoorbeeld bemiddelen in conflicten. “Alle casussen zijn anders, wij bieden maatwerk”, aldus Mariëlle van Esch. Uit de reacties van de zaal bleek dat lang niet iedereen bekend is met de rol van Zorgbelang, terwijl er wel behoefte is aan onafhankelijke cliëntondersteuners. Herre van Kaam merkte op dat kennis op details niet altijd aanwezig kan zijn bij cliëntondersteuners. Bijvoorbeeld als het gaat om hele specifieke zorg die binnen instellingen geboden wordt. Samenwerking met andere partijen lijkt daarvoor noodzakelijk, al kan dat botsen met het principe van onafhankelijkheid, zei hij. En met die conclusie kwam een einde aan de bijeenkomst, die door de aanwezigen als zeer informatief werd bestempeld.

Verslag door Karin Burhenne

Meer weten


Geplaatst op: 25 september 2017
Laatst gewijzigd op: 25 september 2017