Tien punten: samenwerken voor betere duurzame medische zorg

Pauline Meurs, hoogleraar Bestuur van de Gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit, plaatste tien kanttekeningen bij de discussie over samenwerking om ouderen betere medische zorg te kunnen leveren.  Dit deed ze tijdens de startbijeenkomst Duurzame medische zorg op 9 april in Utrecht. 

10 kanttekeningen

  1. Kijk breder dan alleen naar de zorg. Betrek ook het sociale domein en kijk naar inkomen, wonen, welzijn, en het netwerk van de oudere. Een voorbeeld is een fonds in Geleen dat ouderen in staat stelt hun woning te verkopen en weer terug te huren. Het geld dat dit oplevert kunnen ze gebruiken om iets te doen aan hun kwetsbaarheid.
  2. Organiseer het niet te precies. Ouderen hebben heel diverse vragen. Het aanbod moet daarom flexibel zijn. Ziekenhuis, huisarts, specialist ouderengeneeskunde en verpleeghuis moeten samenwerken en goede afspraken maken. Het is niet erg als voorzieningen elkaar een beetje overlappen, dat is juist goed.
  3. Wet- en regelgeving gaat meestal uit van een patiënt met één kwaal en één behandelaar. Dat sluit niet aan bij de praktijk. Ouderen hebben vaak comorbiditeit; meerdere aandoeningen en meerdere behandelaars. Daarom moet meer worden nagedacht over hoe je verantwoordelijkheden deelt, in plaats van hoe je ze verdeelt.
  4. Verantwoording bij samenwerking moet je nu vooraf afleggen. Dat past eigenlijk niet. Je gaat samen op reis met een doel voor ogen. Wat je onderweg tegenkomt, weet je nog niet. Pas achteraf kun je zeggen wat je hebt geleerd, welke doelen je hebt gehaald en welke niet.
  5. Het gaat niet alleen om het netwerk van zorgaanbieders, maar ook om de verbinding met dat van de cliënt, met mantelzorgers en vrijwilligers. Er is een tussengebied publiek-privaat-privé. Een privé-persoon (de mantelzorger) mag alle zorghandelingen verrichten, een professional is gehouden aan de Wet BIG. Dat schuurt. Bovendien: zorg kan heel veilig zijn, maar draagt het dan nog bij aan de kwaliteit van leven? Het Centrum voor ethiek en gezondheid heeft over deze kwestie een signalement
  6. Professionals moeten niet te strak vasthouden aan hun traditionele kerncompetenties. Onder de huidige omstandigheden werken ze steeds meer op de grens. Werken op de grenzen is een nieuwe kerncompetentie geworden. Daarbij is het belangrijk dat professionals weten wanneer ze een andere discipline te hulp moeten roepen. Specialisatie is goed, specialismen koppelen is beter.
  7. Professionals ontlenen hun identiteit vaak aan hun specialisme en aan hun werkomgeving. “Ik ben huisarts en ik werk bij…”. Dit hangt samen met trots op het eigen vak en de eigen rol. In nieuwe samenwerkingsverbanden komt daar samenwerking in de regio bij. Dat is een culturele opdracht van formaat.
  8. Zoek elkaar op. Praat met elkaar. In interdisciplinaire teams wordt vaak over elkaar gespreken, nog te weinig met elkaar. Je zoekt elkaar niet uit, maar je moet er met elkaar wel het beste van maken. Dit betekent dat professionals aanspreekbaar moeten zijn en elkaar ook kunnen aanspreken.
  9. Samenwerking is geen wondermiddel. Vaak is het beter om dingen samen te doen. En soms zijn er situaties waar samenwerking geen toegevoegde waarde heeft. Bedenk daarom van tevoren wat het doel is van een samenwerking. Wat levert het op? En wat kost het?
  10. Samenwerking werkt alleen bij permanente medezeggenschap. Bestuurders kunnen plannen maken, maar de uitvoering gebeurt elders. Het is daarom cruciaal om professionals, maar ook cliënten en mantelzorgers, te betrekken. Daar zit veel kennis die je kunt benutten om oplossingen te zoeken.

Door: Jos Leijen

Meer weten


Geplaatst op: 2 mei 2019
Laatst gewijzigd op: 7 mei 2019