‘Mensen zijn niet altijd in staat thuis te sterven’

Pieter van Foreest staat voor samen, boven verwachting en jezelf zijn. Drie uitgangspunten die ook voor palliatieve afdeling De Rietzanger gelden. Daar is de slogan ‘zo thuis als mogelijk’. Op de themabijeenkomst Palliatieve zorg in het verpleeghuis op 8 april in Utrecht vertellen teammanager Hannie Gronefeld en verpleegkundige Amber van Kessel over het reilen en zeilen van een palliatieve afdeling.

Themabijeenkomst palliatieve zorg in het verpleeghuis
Elk verpleeghuis moet aandacht voor palliatieve zorg hebben. Vanzelfsprekend. Inmiddels is er veel kennis voorhanden. Maar hoe breng je dat vervolgens in de praktijk? Dat thema verdient het om op de kaart te worden gezet. De themabijeenkomst Palliatieve zorg op 8 april in Utrecht was een begin. Pieter van Foreest verzorgde een workshop over het vormgeven van een palliatieve afdeling. Het verslag lees je hieronder. Lees ook het verslag over het plenaire deel van deze bijeenkomst.

Five Bold Steps

De oprichting van een palliatieve afdeling heeft behoorlijk wat voeten in de aarde. ‘Ik startte met goodwill kweken bij het hoger management’, zegt Hannie. ‘Vervolgens ben ik medewerkers gaan werven in de organisatie, ook behandelaren: “voel jij voor palliatieve zorg?”. Met het team zijn we vervolgens gaan dromen, volgens het model Five Bold Steps. We hebben een visie opgesteld en een training gevolgd, als team. Ook heb ik direct vanaf het begin de inzet van vrijwilligers meegenomen.’ De randvoorwaarden voor een palliatieve afdeling vat Hannie samen in 6 thema’s: medewerkers, cultuur, vrijwilligers, samenwerking, processen en inrichting.

Warme inrichting

De palliatieve afdeling kreeg een plek in de bestaande situatie. ‘Een uitdaging, want we wilden het echt anders vormgeven. We moesten dus verbouwen.’ Voor de inrichting peuterde Hannie extra geld los. ‘Want de inrichting moest warm zijn. Een binnenhuisarchitect heeft ons daarbij geholpen.’ Een van de aanwezigen vraagt of er veel animo onder medewerkers was om op de palliatieve afdeling te werken. ‘Zeker’, antwoordt Hannie. ‘Medewerkers voelen zich intrinsiek gemotiveerd. Ze verbinden zich aan de afdeling.’ ‘En mogen partners blijven slapen?’ ‘Altijd, op de kamer van hun naaste of in de familiekamer.’

Wensen en wederzijdse verwachtingen

Amber licht toe hoe de verpleegkundigen het intakegesprek voeren. ‘Zodra een point [een aanvraag voor opname] bij ons binnenkomt, anticiperen wij op de komst van de cliënt. Zodat op de dag van opname alles klaarligt. We proberen de aankomsttijd zoveel mogelijk vast te leggen, zodat we voldoende tijd hebben. Als iemand vanuit huis komt, gaat dat goed, een transfer vanuit het ziekenhuis is minder goed te plannen. Cliënt en familie krijgen een rondleiding en dan volgt het intakegesprek. Daarbij zijn de arts, de verpleegkundige, de cliënt en familie aanwezig. In het gesprek komen de wensen en de wederzijdse verwachtingen aan bod. Uiteraard zijn afspraken niet in beton gegoten. Ze kunnen in latere gesprekken altijd worden bijgesteld, want wensen kunnen veranderen!’

Andere culturen

Elke donderdagmiddag is er palliatief overleg. Amber: ‘Dan bespreken we de 5 cliënten en de cliënten die in de week daarvoor zijn overleden. We evalueren of we het goed hebben gedaan.’ Een van de aanwezigen vraagt of de medewerkers ook rekening houden met bewoners uit andere culturen. ‘In het Westland hebben we niet zo heel vaak te maken met andere culturen’ zegt Hannie. ‘Toch kwamen we er laatst voor te staan, toen een vrij jonge Marokkaanse man bij ons werd opgenomen.’ ‘Dan verdiep ik me zo snel mogelijk in hun cultuur en hoe zij met sterven en de dood omgaan’, vervolgt Amber. ‘Ik weet nu bijvoorbeeld dat de zorg tot het eind toe verleend wordt door de familie. Marokkaanse mensen komen dan ook niet vaak op een palliatieve afdeling terecht. Ook staan ze anders tegenover lijden en pijnbestrijding. Voor deze man was het belangrijk om rekening te houden met de gebedstijden en als vrouw geef je mannen geen hand. Dit soort dingen moet je weten als je de cliënt en zijn naasten echt centraal wilt stellen.’

Alle diensten in huis

‘Waarom hebben jullie de palliatieve afdeling eigenlijk opgericht?’, vraagt een van de aanwezigen. ‘Omdat mensen niet altijd in staat zijn thuis te sterven, antwoordt Hannie. ‘Dat heeft te maken met de leeftijd en het systeem om hen heen. Wij krijgen cliënten vanuit het ziekenhuis en vanuit huis.’ ‘En wat is dan het verschil tussen een hospice en de palliatieve afdeling van een verpleeghuis?’ ‘Een hospice heeft niet alle diensten in huis, het verpleeghuis wel.’ ‘En hoe is de nachtdienst geregeld?’ ‘Dat is het enige smetje op ons blazoen’, besluit Hannie. ‘Ik heb een nachtdienst voor de hele afdeling van 31 bedden, waar de palliatieve unit deel van uitmaakt. Als cliënten rustig slapen is dat te doen. Als mensen onrustig zijn, moeten we terugvallen op de “zwerfnachtdienst”.’

Door: Ingrid Brons

Meer weten


Geplaatst op: 18 april 2019
Laatst gewijzigd op: 17 september 2019