‘Zou het u verbazen als deze cliënt binnen het jaar overlijdt?’

Verpleegkundige Erwin Mantel werkt in hospice  Kajan in Hilversum. Hij is ook betrokken bij het SigMa-project, dat onderzoek doet naar instrumenten voor signaleren en markeren: van verpleeghuiszorg naar palliatieve zorg naar terminale zorg. Zijn workshop op de themabijeenkomst Palliatieve zorg in het verpleeghuis op 8 april in Utrecht ging over het gebruik van dergelijke instrumenten.

Themabijeenkomst palliatieve zorg in het verpleeghuis
Elk verpleeghuis moet aandacht voor palliatieve zorg hebben. Vanzelfsprekend. Inmiddels is er veel kennis voorhanden. Maar hoe breng je dat vervolgens in de praktijk? Dat thema verdient het om op de kaart te worden gezet. De themabijeenkomst Palliatieve zorg op 8 april in Utrecht was een begin. Erwin Mantel verzorgde een workshop over symptomen signaleren. Het verslag lees je hieronder. Lees ook het verslag over het plenaire deel van deze bijeenkomst.

Surprise question

Vaststellen dat een bewoner een volgende levensfase ingaat blijft lastig. Bewust zijn dat die volgende fase eraan kan komen, is essentieel. Daarom start Erwin met de ‘surprise question’: zou het u verbazen als deze cliënt binnen een jaar komt te overlijden? Een aantal deelnemers aan de workshop gebruiken de surprise question al. Als ze een opname hebben of als iemand in het ziekenhuis heeft gelegen en weer terugkomt of bij algemene achteruitgang.

Onderbuikgevoel

Erwin voegt daaraan toe dat ook een vraag of opmerking van een cliënt of zijn naaste aanleiding kan geven de surprise question te stellen. Hij vergelijkt het met een ‘niet-pluisgevoel’ of ‘onderbuikgevoel’. ‘Zorgmedewerkers zijn toch vaak de eersten die veranderingen opmerken, vertrouw daar op!’ Een van de aanwezigen deelt haar ervaring met de surprise question. ‘Wij zien iedereen die bij ons binnenkomt als palliatief. We stellen de vraag wat iemand nodig heeft. Bij ons is de terminale zorg heel goed geregeld, maar het stukje daarvoor wilden we verbeteren. Toen zijn we de surprise question gaan stellen. En die herhalen we ook regelmatig. Op de ene locatie lukte dat beter dan op andere. Misschien omdat sommige medewerkers het eng vinden. Maar op de locaties waar de medewerkers het serieus oppakken, gebeuren mooie dingen. Bovendien is daar het aantal valincidenten enorm gedaald. Medewerkers weten hoe dat komt: ze zien het aankomen nu.’

Instrumenten om te signaleren

Erwin raadt de aanwezigen aan om het gesprek over de palliatieve fase aan te gaan voordat het echt aan de orde is. ‘Als iemand plotseling erg achteruitgaat en je hebt zijn wensen niet helder, kan dat voor spanning zorgen bij de cliënt, naasten of zorgverleners. Advance Care planning zorgt ervoor dat vroegtijdig in gesprek gaat over wensen en hoe je hierin kan faciliteren.  Hij bespreekt een aantal instrumenten die helpend kunnen zijn bij het signaleren.

  • De grafiek ‘Veranderingen in de conditie van een bewoner’ van het programma PACE. ‘Gebruik deze grafiek maandelijks tijdens de MDO’s om veranderingen in de fysieke conditie van een bewoner te signaleren. Zo kun je in grote lijnen zien of iemand achteruitgaat of redelijk stabiel is. Bij achteruitgang kun je de surprise question stellen.’
  • Het Utrecht Symptoom Dagboek 4 dimensionaal (USD-4D). ‘Hierin staan de symptomen die het vaakst voorkomen in de palliatieve fase. Bij een score van 4 of hoger is een interventie nodig om verlichting te bieden. In het hospice gebruiken we de USD 2 keer per week. Een belangrijke vraag in het USD is de prioriteit van de bewoner. Een bewoner kan de pijn bijvoorbeeld dragelijk vinden, maar veel last hebben van een droge mond. Bied dan eerst verlichting voor de droge mond. Want als de prioriteit van de bewoner minder aanwezig is, nemen vaak ook andere klachten af.’
  • De signaleringsset palliatieve fase van IKNL. De methode helpt om het onderbuikgevoel concreet te maken. De methode kent vijf fasen om stapsgewijs zorgproblemen te signaleren en deze vervolgens aan te pakken. De verzorgende of verpleegkundige doorloopt deze fasen per zorgprobleem met behulp van de signaleringskaarten en bijbehorende achtergrondinformatie. Per stap noteert de zorgprofessional de resultaten op het werkblad. In het begin kost de methode best veel tijd, maar het gaat steeds sneller en  mijn ervaring vanuit de praktijk is dat de signaleringsset helpend is.’

Erwin stipt nog een volgorde in de instrumenten aan: ‘De surprise question gebruik je voor markering. Voor monitoring zijn de grafiek van PACE en het USD geschikt. Verdieping en screening doe je met de methode signalering palliatieve fase.’

Door: Ingrid Brons

Meer weten


Geplaatst op: 18 april 2019
Laatst gewijzigd op: 18 april 2019