Startbijeenkomst Zorgplan: Samen vernieuwen

Op 13 oktober 2015 vond de startbijeenkomst Zorgplannen plaats. Deze bijeenkomst werd op initiatief van het Ministerie Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) georganiseerd. Veertien organisaties namen deel: Zorgbalans, Alliade Zorggroep, De Hoven, Laverhof, De Koperhorst, Inovum, De ZorgSpecialist, Omring, Humanitas, Marga Klompé, Surplus, De Gouden Leeuw Groep, Valkenhof en De Blije Borgh. Deze zorgaanbieders hebben in het kader van Ruimte voor verpleeghuizen van Waardigheid & trots een voorstel ingediend dat zich (onder andere) richt op de vernieuwing van het zorgplan. In een eerder stadium gaven zij aan graag inzichten te willen delen en van elkaar te willen leren. VWS werd vertegenwoordigd door Manon Jansen en Anouk Segond Von Banchet.

Cliënt in de regie

Na een kort welkomstwoord van Ted Kraakman, themacoördinator, ging Manon Jansen in op de achtergrond van dit initiatief. Zij zette uiteen dat een van de speerpunten van Waardigheid en trots zich richt op het Zorgplan. De doelstelling is dat over 2 jaar alle cliënten of hun vertegenwoordiger eigenaar van het zorg(leef)plan zijn. Dat wil zeggen dat de cliënt en zijn naasten de regie hebben over het opstellen en actueel houden van het zorgplan. In het zorgplan dient tot uitdrukking te komen wat de cliënt wil om waardig te kunnen leven en wordt in een voortdurend gesprek tussen professional en cliënt en zijn verwanten op- en bijgesteld. Zij dienen voortdurend samen te bezien hoe kwaliteit van leven is te realiseren. Daarbij gaat het niet primair om ‘het plan’ en wat wordt vastgelegd, maar juist ook om hoe dit onderdeel is van ‘het goede gesprek’

Opgebouwde kennis zorgplan benutten

Manon Jansen gaf aan dat het in eerste instantie de bedoeling was om uniform zorgplan te ontwikkelen, waarvan alle organisaties gebruik zouden gaan maken. Maar uit gesprekken met professionals, cliënten en hun mantelzorgers en aanbieders van zorg bleek dat er veel goede voorbeelden van zorg(leef)plannen zijn ontwikkeld en worden gebruikt. Om te zorgen dat deze opgebouwde kennis wordt benut, is een koppeling gelegd met de organisaties die in het kader van ‘Ruimte voor verpleeghuizen’ een voorstel hebben ingediend dat zich richt op zorg(leef)plannen.

Na de bijdrage van Manon Jansen ging Anouk Segond Von Banchet in de op feiten en fictie rond het zorgplan. Zij legde de relatie met de bepalingen in de Wet langdurige zorg, het Besluit Langdurige Zorg en het toezicht door de IGZ.

Zorgorganisaties en het zorgplan

Vervolgens was het woord aan de zorgorganisaties. Elke zorgorganisatie schetste in 5 minuten de huidige situatie met het zorgplan, wat de organisatie anders gaat doen of al anders aan het doen is, en wat daarbij de uitgangspunten zijn – oftewel: wat en hoe zij zaken willen bereiken. Een aantal organisaties gaf aan nog in de oriëntatiefase te zijn. Anderen zijn al een stap verder.

Zo staan in het traject bij Zorgbalans de wensen en behoeften van de cliënt centraal. Voorafgaande aan het opstellen van het zorgplan wordt een gesprek gevoerd met de cliënt en verwanten. Ze gebruiken hierbij een formulier dat tijdnes het gesprek wordt ingevuld. Doel is om beter aan te sluiten op de leefwereld van de cliënt. Hierin worden de mensen die het zorgplan maken geschoold via e-learning. Vervolgens worden de zorgplannen overgezet.

Het traject van Alliade betreft de ontwikkeling en implementatie van een one-page-profile: ‘Ik-in-in-een-oogopslag’. Het leefplan kent 7 domeinen: welbevinden, adl, eten en drinken, gezondheid, communicatie, bewegen en vrijheidsbeperking. Ook binnen Alliade is het gesprek met de cliënt en verwanten essentieel. De medewerkers voeren het gesprek aan de hand van gesprekskaarten. Deze zijn speciaal hiervoor ontwikkeld.

Laverhof heeft enige tijd geleden ‘Familiezorg’ geïntroduceerd, een methode om met familie in gesprek te gaan. Dit wordt in het traject verder vertaald naar het zorgplan. De Laverhof is bezig de instrumenten hiervoor te ontwikkelen.

Het traject van SZMK (Marga Klompe) richt zich op het cliëntportaal. Hier moeten mantelzorgers inzage in cliëntdossier krijgen zonder tussenkomst van medewerkers. Items uit het ECD die voor hen relevant zijn, worden in het cliëntportaal getoond.

Rode draden

Naar aanleiding van de presentaties en de discussie zijn een aantal ‘rode draden’ benoemd:

  • Zoals hierboven beschreven wordt de dialoog met de cliënt en verwanten als essentieel beschouwd, waarbij het eigenaarschap van de cliënt van het zorgplan gerealiseerd moet worden. Het is een zoektocht hoe dat te realiseren is.
  • Ook valt op dat het zorgplan op dit moment, naast het vastleggen van de afspraken met de cliënt, ook andere doelen dient (verantwoordingsdocument, werkplannen, kwaliteitsbewaking, etc.). Het zijn zaken die uiteraard ergens moeten worden vastgelegd, maar in feite niet in het zorgplan horen. Hiermee is het zorgplan een doel geworden in plaats van een middel. De organisaties zoeken naar een manier om te komen tot een eenvoudiger, gebruikersvriendelijker, ‘levend’ zorgplan waarin de wensen en behoeften van de cliënt centraal staan (afspraken die ertoe doen voor de klant).
  • Vastgesteld wordt dat andere organisaties (bijvoorbeeld het zorgkantoor) ook (vorm)eisen aan het zorgplan stellen, die feitelijk niet gericht zijn op de bedoeling van het zorgplan. Organisaties zijn op zoek naar een eenvoudige, slimme wijze om te voldoen aan de regels.

Meer weten

Geplaatst op: 29 oktober 2015
Laatst gewijzigd op: 26 juli 2019