Met PDL (Passiviteiten van het Dagelijkse Leven) dichter bij je cliënt komen

Wassen en aankleden kan zó veel energie van iemand vragen dat er niets over blijft voor de rest van die dag. De PDL-methode neemt deze belastende handelingen zo veel mogelijk over. Rust, oprechte aandacht en contact: zo houdt de passieve cliënt ruimte voor enige activiteit. Tijdens het congres ‘Passiviteiten van het Dagelijks Leven’ op 26 november 2019 in de ReeHorst in Ede, stond deze zorgmethode centraal.

PDL-verzorging voor passieve mensen bestaat uit handelingen, hulpmiddelen en maatregelen die helpen ontspannen en complicaties als decubitus en contracturen voorkomen of verminderen. Het resultaat is een hogere kwaliteit van leven en meer lichaamsbeleving voor de cliënt. PDL is toepasbaar in alle dagelijkse zorgsituaties, zowel binnen zorgorganisaties als thuis. Het kan gaan om volledig zorgafhankelijke mensen met dementie of een andere hersenaandoening, een somatische of verstandelijke beperking.

Uitgangspunt van de wetenschappelijk getoetste PDL-methode: accepteer de passiviteit en biedt de cliënt via een andere weg een zinvol leven in zorgafhankelijkheid. Non-verbaal contact, rekening houden met een vertraagde prikkelverwerking, multidisciplinair werken waarbij je ook de familie betrekt – het zijn belangrijke pijlers van die ‘andere weg’. De Stichting PDL deelt de steeds voortschrijdende kennis rond PDL. ‘Het levert de cliënt, maar ook de medewerker zó veel op’, stelt bestuurslid Sylvia Barten in de wandelgangen van het druk bezochte PDL-congres. ‘En op onze trainingen leren we zorgmedewerkers hoe dat rustige, aandachtige contact geen extra tijd kost.’

PDL: wat is echt van waarde?

Eerst de context. Jet Wiechers is directeur ouderenzorg bij Novicare. Ze drukt de zaal met de neus op de harde werkelijkheid van de explosieve vergrijzing bij een arbeidsmarkt die zulke cijfers onmogelijk kan bijhouden. ‘Efficiënter werken helpt ons tegen deze achtergrond onvoldoende. Het moet slimmer. En dan kom je er niet met technologie alleen. We moeten ons afvragen: “Wat heeft waarde voor degene voor wie we het doen? Wat werkt echt?” De focus moet op waardegedreven zorg komen te liggen. Ook moeten we meer multidisciplinair gaan samenwerken over afstanden. Verder zijn zelforganisatie en teamwork heel belangrijk.’ Ze vindt dat de Nederlandse ouderenzorg al behoorlijke stappen heeft gemaakt op deze punten, zeker vergeleken met de ziekenhuiswereld.

Terugkomend op de hamvraag ‘wat is écht nodig?’ noemt ze een voorbeeld van te praktisch denken bij de zorg voor een immobiele cliënt: ‘Als je met zijn tweeën die zorg kunt verlenen binnen een half uur, lijkt dat snel. Maar: je bent gauw geneigd onderling te praten. Dit gaat over het hoofd van de cliënt heen, waardoor hij onrustig wordt. Doe je diezelfde handeling in je eentje volgens de PDL-methode – rustig en met volle aandacht –  dan ben je misschien drie kwartier bezig. Maar je hebt contact met de cliënt, de zorg heeft meer kwaliteit. Vraag je steeds af wat waardevol is voor je cliënt en zijn mantelzorger. Bij goede zorg kan iemand het thuis langer volhouden.’ Ze lacht en concludeert: ‘En je hebt nog een kwartier winst ook.’

Aandacht geven aan iemand met verdriet

Contact. Aandacht. Rust. Die woorden vormen vandaag de rode draad. Ook in de indrukwekkende verhalen van emeritus-hoogleraar van KU Leuven Manu Keirse. De klinisch psycholoog en rouwspecialist komt met een serie herkenbare en duidelijke voorbeelden. ‘Om een verlies goed te verwerken moet je warmte en genegenheid van mensen om je heen ervaren.’ Hij weet hoe moeilijk mensen het vinden om te praten over verlies en vindt dat iedereen zou moeten leren een ander met een groot verdriet te benaderen. ‘Vaak durf je niet goed. Wat moet je zeggen? Vraag niet: “Hoe gaat het met je?”, maar liever “hoe ben je de voorbije uren doorgekomen?” En schrijf een kaartje, dat doet mensen goed.’

Keirse vertelt van Rita, een verpleeghuis-cliënt die ’s morgens bij de foto van haar overleden zoon Rudy zit. De verzorgende die de kamer opkomt weet niet wat te zeggen en heeft bovendien haast. ‘Wat nu als ze in haar dossier precies kan zien dat het vandaag twee jaar en twee dagen geleden is dat Rudy overleed? Ze zou kunnen zeggen: “Rita, is het nu alweer twee jaar en twee dagen dat Rudy er niet meer is… Hoe ben je de voorbije dagen doorgekomen?’ Rita praat even, dan moet de verzorgende door. Maar: ze is het niet vergeten, ze heeft er aandacht voor gehad. Rita kon er even over praten. En dat is belangrijk.’

Eén roos en twee tranen

Manu Keirse herinnert zich een andere situatie waar oprechte aandacht van een zorgprofessional voor haar overleden patiënt de ouders bijzonder goed deed. ‘Een echtpaar verloor na zeventien  jaar intensieve zorg hun zoon aan een hersentumor. Iemand vroeg kort daarna wat hen in deze periode het meest stoorde en wat het meest hielp. Iets negatiefs konden ze niet zo snel bedenken. Wel wisten ze direct het meest waardevolle te noemen.

Toen ze op de dag dat hun zoon stierf met hem alleen in stilte wat tijd in het mortuarium doorbrachten, ging opeens de deur open. De behandelend arts kwam binnen. Ze schrok, ze had de ouders daar op dat moment niet verwacht. Ze wilde afscheid nemen van haar patiënt. In haar hand had ze een roos en in haar ogen twee tranen. Dát moment was het meest dierbare, het meest helpende voor de ouders. Keirse sluit af: ‘Ik wens u allemaal één roos en twee tranen.’

Dichter bij komen door humor

Je kunt dichterbij iemand komen door serieuze aandacht voor hem te hebben. Maar ook humorvolle aandacht kan een manier zijn. De dag wordt afgesloten door Marcellino Bogers met zijn presentatie ‘Humor als verpleegkundige interventie’. Marcellino: ‘Grappige situaties werken bevrijdend, ze geven contact. Humor brengt je dichter bij de ander. Gebruik het. We komen dagelijks grappige situaties tegen op het werk. Samen even ergens om kunnen lachen haalt spanning of de angst eventjes weg. Humor is de kortste afstand tussen twee mensen. Godfried Bomans zei: “Humor is overwonnen droefheid.”’

Bogers vindt een glimlach al heel belangrijk, vooral bij dementie. ‘Die glimlach blijft tot de laatste fase.’ Een anekdote volgt: ‘Ik was verdwaald in een Turkse vrachthaven, totaal gedesoriënteerd in plaats en tijd. Heel erg in de war. Ik zocht wanhopig naar iemand die me de weeg wees. Een man die ik helemaal niet begreep of verstond, wekte vertrouwen door zijn brede glimlach. Op hem durfde ik af te stappen. En hij hielp me.’

Door: Linda van Ingen

Meer weten

Geplaatst op: 9 december 2019
Laatst gewijzigd op: 7 februari 2020