Parade Pact voor de Ouderenzorg zet aandacht voor ouderen stevig op de kaart

Bij de oprichting van het Pact voor de Ouderenzorg op 8 maart deed minister Hugo de Jonge (VWS) een duidelijke oproep aan iedereen: kom en doe met ons mee. Die vond weerklank, zo bleek tijdens de landelijke bijeenkomst van 11 oktober in het Utrechtse Spoorwegmuseum. In de stampvolle zaal bruiste het van de ideeën. En ook de op die dag officieel aangestelde Raad van Ouderen maakte duidelijk dat ze een bijdrage wil leveren om het pact tot een succes te maken.

Nederland telt op dit moment 1,3 miljoen 75-plussers en in 2030 zullen dit er 2,1 miljoen zijn. ‘Er lag dus een prachtige taak voor mij toen ik aantrad als minister’, opent Hugo de Jonge de landelijke bijeenkomst, ‘want die groei confronteert ons met een enorme uitdaging. We moeten onze samenleving voorbereiden op een toekomst waarin een substantieel deel van onze inwoners uit ouderen bestaat. Wat betekent dat voor de organisatie van de zorg als we tegelijkertijd te maken krijgen met een kleinere beroepsbevolking? De overheid kan dat vraagstuk nooit alleen oplossen, Daar hebben we de hele samenleving voor nodig, ook het bedrijfsleven en de maatschappelijke organisaties. Maar er liggen ook mooie kansen natuurlijk: we krijgen steeds meer mensen die niet meer fulltime in het arbeidsproces zitten, maar die wel vitaal zijn. Een heel nieuwe spilgeneratie in onze samenleving die nog een actieve bijdrage aan die samenleving kan leveren. En dat is ook nodig, want tegelijkertijd zullen we ook steeds meer ouderen gaan zien die hulpbehoevend worden.’

Een recent werkbezoek aan Duitsland leerde De Jonge dat Nederland vooroploopt in het bieden van innovatieve technologische oplossingen voor ouderen met dementie. Die oplossingen zijn uiterst relevant om de drie doelstellingen van het pact – eenzaamheid tegengaan, zorgen dat mensen langer thuis kunnen blijven wonen en goede kwaliteit verpleeghuis garanderen – te kunnen realiseren. ‘Ik hoor nog te vaak dat er schroom is om die technologie te gebruiken omdat zorg vooral mensenwerk moet zijn’, zei hij. ‘Maar je kunt die technologie juist gebruiken om warme zorg mogelijk te maken.’

Veel initiatieven

Inmiddels zijn al ruim 170 partijen aangesloten bij het Pact voor de Ouderenzorg. ‘We zien heel veel initiatieven’, zei De Jonge, ‘en het eerste waarmee we nu bezig zijn is zorgen dat die met elkaar worden verbonden. We zien hoeveel er al gebeurt in de aanpak van kwaliteitsverbetering in de verpleeghuiszorg. We zien ook dat de mogelijkheden om langer thuis te kunnen blijven wonen volop worden verkend. En op het gebied van eenzaamheidsbestrijding zien we veel landelijke en lokale initiatieven. Daarom is dit soort bijeenkomsten zoals vandaag ook zo belangrijk, om tot kruisbestuiving te komen. Ik kan vanuit het ministerie niet precies dicteren wat de uitkomst van het pact zal zijn, maar ik kan de partijen die erin participeren wel bij elkaar brengen. Dit soort bijeenkomsten zullen we dus gedurende de looptijd van het pact – drie jaar – vaker organiseren.’

De Jonge toonde zich verheugd over het feit dat er al zoveel gebeurt om de doelstellingen van het pact te realiseren. ‘Kijk naar de nieuwe initiatieven voor wonen en zorg bijvoorbeeld’, zei hij. ‘Maar er moet nog veel meer gebeuren. Daarom komt er – begin 2019 – ook een stimuleringsregeling met dertig miljoen euro om dit een impuls te geven. En daarom is ook een kennisprogramma in ontwikkeling, om in kaart te brengen welke initiatieven het meest waardevol zijn en die vervolgens als best practices te delen. Ik hoop dat we het daar allemaal heel druk mee gaan krijgen.’

Voorbeelden uit de praktijk

KPN – De Zilverlijn en KPN Health

Een paar partijen kwamen kort aan het woord om te vertellen waarmee ze al bezig zijn. Als eerste Wouter Meijer van KPN. ‘Wij zijn erg betrokken bij ouderen’, vertelde hij. ‘We hebben bijvoorbeeld de Zilverlijn om eenzame ouderen iedere week te bellen. Dat is begonnen met vrijwilligers van KPN en inmiddels is ook het Ouderenfonds actief betrokken, dat ons aan de contacten helpt. Maar we doen meer. Met ouderen naar het Rijksmuseum gaan bijvoorbeeld of kerstdiners verzorgen. En we hebben het bedrijfsonderdeel KPN Health, dat zich richt op technologische oplossingen voor zorginstellingen.’
Meijer nodigde De Jonge spontaan uit om aan te schuiven bij het kerstdiner. Die reageerde door te stellen dat hij het verhaal van Meijer een goed voorbeeld vindt om duidelijk te maken waarom het pact het bedrijfsleven hard nodig heeft. ‘En dan met name bedrijven die snappen dat ze onderdeel van de samenleving zijn en openstaan voor maatschappelijk verantwoord ondernemen’, zei hij. ‘Die Zilverlijn vind ik een fantastisch initiatief. Ik heb daar zelf een keer aan meegedaan en heel mooie gesprekken gevoerd.’

LOC – Radicale Vernieuwing Ouderenzorg

Tweede spreker was Marthijn Laterveer van LOC Zeggenschap in zorg. ‘In de ouderenzorg gaat het om de relatie tussen de zorgvrager, diens mantelzorger en de zorgverlener’, zei hij. ‘We zijn gestart met het programma Radicale Vernieuwing Verpleeghuiszorg om te kijken hoe we vanuit die relatie de zorg kunnen organiseren. Dat kan overal anders zijn. Sensire doet dit bijvoorbeeld door de verbinding met de gemeente en de lokale samenleving te zoeken, om de muur tussen verpleeghuis en samenleving te slechten. ’t Zorghuus in Noord-Limburg doet het door voorzieningen te creëren die ouderen in staat stellen om in het dorp te blijven wonen waar ze hun hele leven hebben gewoond. We moeten niet denken dat we één blauwdruk kunnen maken. We moeten vooral aansluiten op wat er lokaal al gebeurt, om te zorgen dat ouderen een goed leven kunnen blijven leiden.’

De Jonge erkende een fan van Radicale Vernieuwing Verpleeghuiszorg te zijn. Hij noemde het: even aan de kant zetten wat je altijd al deed en jezelf opnieuw uitvinden op basis van de vraag hoe je zelf de zorg zou willen ontvangen. ‘Het is indrukwekkend om te zien wat dan mogelijk is’, zei hij. ‘Tijdens een werkbezoek in Brabant hoorde ik een verpleegkundige zeggen: “Ik heb gewoon een uur per dag extra om zorg te kunnen bieden”, gewoon door de zorgregistratie anders in te richten. Prachtig.’

Incluzio – Living lab en gesprekken in de wijk

Als derde werd Peter de Visser van Incluzio voor de microfoon gehaald. Deze organisatie is op veel plekken in Nederland actief in de ouderenzorg en heeft in de regio Utrecht een living lab opgezet om de vernieuwing in die ouderenzorg een versnelling te kunnen geven. In dit kader is het bijvoorbeeld gesprekken gaan voeren met mensen in de wijk op basis van de vraag: waarover maakt u zich zorgen als u tien of vijftien jaar ouder bent? ‘Een van de dingen die daaruit kwam is wonen’, zei De Visser. ‘Bijvoorbeeld iemand die zei: ik woon alleen in een groot huis en ik wil daar graag blijven wonen, maar ik zou het leuk vinden als daar ook een paar anderen bij komen. Maar ook: ik ben alleenstaand en dat gaat prima, maar wat als ik de griep krijg? Juist door op dat kleine niveau naar oplossingen te zoeken, te beginnen bij de ouderen zelf, leg je een basis om partijen bij elkaar te brengen die oplossingen kunnen bieden. En als die succesvol zijn, kun je vervolgens kijken hoe je die kunt opschalen.’

Hierin kon De Jonge zich helemaal vinden. ‘Het gaat erom dat je eigen vierkante kilometer duidelijk en overzichtelijk is’, zei hij. ‘Heel slim dus om op dat kleine niveau te beginnen en daarover ook de mensen aan het woord te laten om wie het gaat. Dan hoor je de heel praktische, kleine dingen. Een stoplicht bijvoorbeeld dat zo strak afgesteld staat dat een oudere het niet redt om op tijd de overkant van de straat te halen.’

Gemeente Almere – Goud in Almere

Vierde en laatste was Rosita Mertens van de gemeente Almere. ‘Wij zijn begonnen met “Goud in Almere” omdat we onze ouderen als het goud van onze stedelijke samenleving beschouwen’, vertelde ze. ‘We willen zorgen dat ze op een waardige manier oud kunnen worden: eigen regie behouden, een geschikte woning hebben en een goede woonomgeving. We willen jongeren in contact brengen met ouderen en we willen vitale ouderen vragen om een bijdrage te leveren voor de meer kwetsbare ouderen in onze gemeente.’

Raad van Ouderen

Na deze presentaties was het tijd voor het hoogtepunt van de dag: de formele installatie van de Raad van Ouderen. De Jonge vertelde: ‘Je kunt eindeloos over ouderen praten maar je kunt je beter door ze laten adviseren. Dus stel ik deze raad in, bestaand uit elf ouderen, om ons te laten adviseren over alles wat in het kader van het Pact voor de Ouderenzorg wordt ontwikkeld, gevraagd en ongevraagd. We praten nog teveel over ouderen als object van zorg terwijl ze steeds langer vitaal zijn en nog een onderdeel van de samenleving vormen. We streven dus naar een herwaardering van ouderdom, maar hoe realiseren we die? Daarmee kan de Raad van Ouderen ons helpen, met gevraagd en ongetwijfeld ook met ongevraagd advies. De elf leden zijn aangedragen door het Netwerk BeterOud en wat ze allemaal met elkaar gemeen hebben, is dat ze verder kunnen kijken dan hun eigen verhaal maar ook het verhaal van hun achterban kunnen meenemen in hun adviezen.’

Dat de elf leden hiertoe zeker in staat zullen zijn, werd snel duidelijk toen ze één voor één werden voorgesteld. De een was wethouder geweest, een tweede inspecteur voor de gezondheidszorg, een derde was een oudere met een  migratie-achtergrond. Anderen hadden ervaring bij ZonMw, de Vereniging van gepensioneerden, de Samenwerkende Ouderenbonden Friesland, de Wmo-raad, het Nationaal Programma Ouderenzorg, het Sociaal Cultureel Planbureau en de centrale cliëntenraad van een zorgaanbieder. Maar het was degene die zei “Ik ben gewoon oud”, die het grootste applaus uit de zaal oogstte. En voor degene die voorstelde een andere term te bedenken voor dat woord had De Jonge een ontnuchterende repliek: ‘Je kunt het ook anders gaan noemen, maar oud worden we allemaal een keer. Wen er maar aan. Waar het nu om gaat, is dat we ouderen laten weten dat ze er nog steeds toe doen.’

Verslag door Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 23 oktober 2018
Laatst gewijzigd op: 23 oktober 2018