Kwaliteitsverbetering verpleeghuiszorg

Paneldiscussie: Vrijheid en veiligheid in relatie tot de wet BOPZ

Wat is vrijheid? Wat is veiligheid? Hoe verhouden vrijheid en veiligheid zich tot de wet BOPZ? In een workshop over deze thematiek tijdens de Waardigheid en trots-congresdagen 2017, gingen themacoördinatoren Angelique Noordeloos en Peter Hoekstra met de deelnemers én een panel in gesprek. Het panel was samengesteld uit medewerkers die bij zorgorganisaties werken en deelnemen aan de themagroep BOPZ van Waardigheid en trots.

Samenstelling panel

  • Een bestuurssecretaris/medewerker kwaliteit en beleid
  • Een locatiemanager
  • Een zorgmanager die echter als familielid deelneemt aan het panel
  • Een verpleegkundige HBO psychogeriatrie en gerontologie
  • Een zorgondernemer, die domotica inzet om weg te blijven van het moeten inzetten van vrijheidbeperkende maatregelen.
  • Een beleidsmedewerker met aandachtsgebied BOPZ
  • Een specialist ouderengeneeskunde tevens BOPZ-arts.

Vrijheid en Veiligheid

De themagroep is begonnen onder de noemer BOPZ, naar de naam van de wet die de rechten regelt van mensen die te maken krijgen met dwang in de zorg. Inmiddels is de naam van de themagroep omgedoopt in Vrijheid en Veiligheid, vertellen de themacoördinatoren. Dat geeft namelijk veel meer aan waar het wezenlijk om draait: een focus op zoveel mogelijk vrijheid voor de cliënt en diens veiligheid. Wezenlijk hierin is dat het individu in Nederland in vrijheid moet kunnen leven. Als je die vrijheid wilt inperken, moet je dus bijzonder goede redenen hebben om dat te doen en dat ook kunnen uitleggen.

Voor mensen die vanuit deze vrijheid een gevaar kunnen vormen voor zichzelf of voor anderen moet je de risico’s zien te beperken. Laten we echter niet vergeten dat het leven an sich risico’s inhoudt. Voor iedereen. Risico’s zijn dus inherent aan het leven. In het streven om ongelukken te voorkomen, moet je je dus afvragen hoe ver je wilt gaan in het afdekken van die risico’s.

Stel je als organisatie de vraag of je liever hebt dat een bewoner struikelt doordat hij of zij versuft is door medicatie dat hem gegeven is vanwege zijn loopdrang of liever hebt dat hij struikelt op straat omdat hem die medicatie niet is gegeven en hij daarom een rondje op straat loopt.

Focus op vrijheid

Met een 16-tal organisaties heeft de themagroep met die focus op vrijheid onderzocht:

  • hoe regeldruk is terug te dringen
  • hoe technologie het beste kan worden toegepast
  • hoe je veilig wonen kunt organiseren
  • hoe je de dialoog met familie organiseert en vormgeeft
  • hoe je opendeurenbeleid invoert
  • hoe je omwonenden betrekt
  • hoe je de verantwoording richting de Inspectie regelt.

Het nieuwe kwaliteitskader sluit daar op aan: werken vanuit vrijheid. Als je mensen hun vrijheid ontneemt moet je dat goed kunnen uitleggen. Belangrijk is daarbij de visie op zorg van de organisatie. Wie vanuit een doorleefde visie werkt, kan ook de risico’s uitleggen. Aan familie maar ook aan de Inspectie. Je kunt vervolgens een verschil van inzicht hebben met de Inspectie, maar als je werkt vanuit jouw visie, dan heb je als het goed is een goed gesprek. Dit staat voor een kentering in het denken over zorg, vrijheid en veiligheid die ook bij de Inspectie waarneembaar is. Een organisatie die het eigen verhaal op orde heeft, handelt bewust en bekwaam en dat is (ook) voor de Inspectie een belangrijk gegeven.

Omdat verschillende organisaties met deze beweging bezig zijn, is het interessant om te onderzoeken of er nu bijvoorbeeld meer ongelukken gebeuren bij organisaties die de nadruk op vrijheid zijn gaan leggen. Dergelijke onderzoeken zijn nu ook gaande.

Dilemma’s zijn er ook. Je kunt achter ‘vrijheid’ staan maar wel denken ‘not in my shift’. Of neem de bestuurder die de volgende week een gesprek heeft met de Inspectie of gewoonweg niet met ‘zijn kop in de krant’ wil. Er zijn binnen organisaties genoeg redenen te bedenken om als medewerker of bestuurder geen trek te hebben om er persoonlijk op te worden aangesproken.

Metrokaart vrijheidbeperkende en vrijheidbevorderende maatregelen

De metrokaart is ‘under construction; hij is ontwikkeld door de themagroep Vrijheid en veiligheid (BOPZ) van Waardigheid en trots, in overleg met onder meer de Inspectie. De metrokaart heeft een viertal elementen:

  1. Ken je cliënt (in de driehoek met naaste en professional), niet pas als hij er komt wonen, maar eerder thuis op bezoek. Amsta heeft bijvoorbeeld cliëntadviseurs die kennis van buiten naar binnen brengen. Dat heeft een positief effect op de kwaliteit van zorg.
  2. Visie: wie ben je als organisatie, wat versta je onder kwaliteit van zorg? Wat is je zorgconcept? Hoe sta je tegenover vrijheid en veiligheid?
  3. Professional moet bewust en bekwaam kunnen handelen. Investeer daarin! Zij hebben ook gereedschap nodig; facilitair hen zoveel mogelijk.
  4. Uitvoering: zorg voor een optimaal zorgleefpan. Werk zoveel mogelijk multidisciplinair bij beslissingen over vrijheid en veiligheid.

Enkele aanbevelingen, verwoord door de themacoördinatoren.

  • Praat met elkaar over casuïstiek. Koers niet op het wettelijke kader alleen, koers op de inhoud.
  • Geef casuïstiek ook door aan de themagroep Vrijheid en veiligheid.
  • Praat met de hele organisatie over de visie op zorg, vrijheid en veiligheid; de visie van het bestuur is niet meteen die van de medewerkers.
  • De wet zorg en dwang komt eraan, sorteer daar vanuit de praktijk op voor.

Paneldiscussie

Casus 1. Meneer en mevrouw K.

Meneer en mevrouw K. wonen sinds 10 maanden in een verpleeghuis op een gezamenlijke kamer op een somatische afdeling. Mevrouw heeft een CVA gehad en in het verleden een collumfractuur. Zij heeft kortom intensieve verpleeghuiszorg nodig, ZZP 6. Zij is gekluisterd aan stoel en bed. Meneer heeft de ziekte van Alzheimer, ZZP 5, BOPZ artikel 60.

Meneer heeft in maart een CVA doorgemaakt, krabbelde goed op maar in juni brak hij zijn heup. Lopen zonder begeleiding is niet verantwoord. De valkans is groot en daarmee de kans op lichamelijk letsel. Hij staat echter toch op uit de stoel en gaat aan de wandel. Toezicht is noodzakelijk. Overdag kan de zorg dat garanderen. In de avond minder.

Meneer en mevrouw zijn op een somatische afdeling geplaatst toen zij binnenkwamen. Maar logisch is dat niet gezien de BOPZ-indicatie van meneer en de maatregelen die inmiddels in het kader daarvan zijn genomen.

Wat vindt het panel? En wat vinden de deelnemers aan de workshop?

Een bloemlezing uit de vragen die ter tafel komen.

  • Hoe leefde meneer hiervoor? Was hij altijd al een beweeglijke man? Is er bijvoorbeeld een vrijwilliger gezocht die iedere dag even met hem wil wandelen?
  • Is meneer wilsbekwaam en waarvoor wel/niet?
  • Wat vindt mevrouw ervan? Wat is de voorgeschiedenis. Wat doet het met haar? Ligt zij er wakker van?
  • Hoe is het gesprek met beide mensen gegaan? Wat vindt de zorgafdeling en is dat vervolgens getoetst bij deze mensen? Willen zij zelf naar een gesloten afdeling?
  • Kan de somatische verpleegkundige zich wel goed verplaatsen in dementie? Kwaliteit van zorg moet uitgangspunt zijn. Saillant is hier overigens dat op de somatische afdeling van deze organisatie betere ondersteuning kan worden geboden dan op de PG-afdeling.

Een bloemlezing uit de aanbevelingen, van panel en publiek.

  • Verdiep je in wie de cliënt is. Onderzoek de oorzaak van het gedrag. Lopen kan een symptoom zijn. Als je dat weet, kun je er een passende maatregel bij zoeken.
  • Maak de afwegingen steeds opnieuw. Het leven van deze mensen dient uitgangspunt te zijn. Niet meer uitgaan van algemene wetmatigheden, maar het individu.
  • Ken je cliënt en zorg voor een visie/concept op zorg. Koppel beide: hoe ga je uitvoering geven aan de ondersteuningsvraag vanuit je visie? En: het kan iedere paar weken weer anders zijn.

Opvallend is dat niemand meteen roept dat meneer onmiddellijk naar een BOPZ-afdeling moet worden verhuisd. Er is een communis opinio dat deze mensen moeten kunnen leven zoals zij dat primair willen en dat ga je dan vervolgens organiseren. Een BOPZ-indicatie betekent dus niet meer vanzelfsprekend het opleggen van vrijheidbeperkende maatregelen. Conclusie over deze casus: er is een echtpaar met een ondersteuningsvraag. Punt.

Casus 2. Open deuren bij Zorgspectrum Het Zand

Bij Zorgspectrum Het Zand hebben ze de deuren naar het Atrium (binnentuin) opengezet. Dat betekent onder meer dat bewoners een trap op kunnen waar ze vanaf kunnen vallen. Van te voren zagen de medewerker dit en andere risico’s volop. Maar wat blijkt in de praktijk? Geen cliënt heeft de tocht naar boven ondernomen. We zien kortom soms risico’s die in de praktijk niet bestaan.

Wet BOPZ biedt de ruimte om risico’s te lopen en dat goed vast te leggen. Ken je cliënt, zorg voor een visie op zorg, vrijheid en veiligheid en overleg met familie, dat zijn de lessen van de organisatie. Beschrijf dat in het zorgleefplan. Maak gezamenlijke besluiten én evalueer die ook frequent.

Ook hier een bloemlezing van de vragen en aanbevelingen van panel en publiek.

  • Maak per cliënt een afweging. Shampoo op de kamer, sigaretten, messen: bij de een kan het prima en bij de ander niet. Zet je afwegingen en afspraken met familie in het zorgleefplan.
  • Als je een situatie tijdelijk veiliger moet maken, bijvoorbeeld de messen achter slot en grendel, zet dat dan in als tijdelijke maatregel en evalueer regelmatig hoe het gaat en of het nog nodig is.
  • Geen beleid maken op basis van incidenten; omdat een bewoner aceton heeft gedronken, wil dat niet zeggen dat iedere bewoner aceton drinkt en het dus achter slot en grendel moet.
  • GPS kan helpen om mensen hun vrijheid te laten behouden. Zet het niet in als vrijheidbeperkende maatregel maar als helpende maatregel.
  • De wet bepaalt niet dat mensen met een BOPZ-indicatie niet meer naar buiten mogen. Er zijn specialisten ouderengeneeskunde die het wel zo interpreteren, zo blijkt. Maar het is niet de wet die dat voorschrijft; het is een interpretatie van de wet.
  • Mensen die zich opgesloten weten, hebben daardoor snel een hoog stressniveau. De deuren open houden, zorgt voor positieve prikkels.

Ook bij deze casus komen de aanwezigen tot de conclusie dat je als zorgorganisatie dient te handelen op basis van een zorgvraag van de cliënt in combinatie met een visie op zorg, vrijheid en veiligheid. Op basis daarvan ga je in gesprek met familie.

Een voorbeeld van zo’n visie op zorg verwoordt de locatiemanager in het panel: zij wil mensen met BOPZ-indicatie niet opsluiten. Familie die dat niettemin wilde, heeft uiteindelijk voor een andere organisatie gekozen.

Vanuit het panel komt de aanbeveling dat je ergens moet beginnen. Iedere organisatie is ergens begonnen met het zoveel mogelijk intact houden van de vrijheid van bewoners; je bent er ook niet door alleen het gesprek met familie te voeren. Je moet ook in gesprek met de buurt, het dorp, de wijk en de supermarkt; voorlichten, informatie geven, een stukje opleiden wellicht. We vinden het vanzelfsprekend als er een whatsappgroep is voor de buurt die we inzetten voor een kat die kwijt is. Waarom kunnen we iets dergelijks niet ook organiseren voor bewoners?

Er zijn ook deelnemers aan de themagroep die middenin een drukke verkeersroute zitten. Dat is geen belemmering, maar neem wel de tijd voor een traject als dit. Je hoeft het niet van vandaag op morgen in te voeren.

Naast het invoeren van opendeurenbeleid zijn er meer maatregelen te nemen. Bijvoorbeeld het aantrekkelijk maken van de organisatie binnen de muren. Het aanbrengen van verlichting zodat mensen wel een rondje lopen, maar als vanzelf via de lampen weer terug naar binnen worden geleid.

Een lastige discussie blijkt hoe je een groep mensen bij elkaar zet van wie enkelen ernstige gedragsproblematiek hebben. Er is bij de aanwezigen vandaag zowel de aanbeveling om deze mensen te isoleren van anderen als juist ook de aanbeveling om groepen zoveel mogelijk te mengen. Dat voor mensen met gedragsproblematiek meer deskundigheid nodig is onder de medewerkers, is wel een gedeelde mening.

Verslag door: Ellen Kleverlaan

Meer weten


Geplaatst op: 11 augustus 2017
Laatst gewijzigd op: 14 augustus 2017