Opbrengsten Ruimte voor verpleeghuizen: zorgorganisaties delen ervaringen

Met domotica vrij naar buiten, interne audits door bewoners, actieve participatie van familie en meer eigen regie voor mensen met dementie: het zijn slechts enkele opbrengsten van het project Ruimte voor verpleeghuizen. In Bergen op Zoom wisselden 18 zorgorganisaties ervaringen uit. En ze stonden stil bij de vervolgstappen: de geleerde lessen toepassen in de dagelijkse praktijk.

Afsluiten en doorgaan

Jaap Janse, plaatsvervangend directeur langdurige zorg bij het ministerie van VWS, opent met een terugblik op Ruimte voor verpleeghuizen: ‘In 2015 startte het project, meer dan 150 verpleeghuizen deden mee. Medewerkers van verpleeghuizen werkten in themagroepen aan hun eigen verbeterplannen.’ Het project kreeg een impuls met de publicatie van het nieuwe Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg begin 2017, dat gaat over leren en verbeteren. . ‘Nu is het 2018,  verpleeghuizen hebben veel  ruimte om aan verbetering te werken en om het kwaliteitskader waar te maken. Daarom is dit een speciaal moment: we sluiten af én we gaan door.’

Samen leren en verbeteren

Janse roemt de beweging die op gang is gekomen. ‘Via publicaties, leernetwerken, de website van Waardigheid en trots en bijeenkomsten als deze verspreiden we de kennis die we hebben opgedaan. Want alleen door samen te leren en te verbeteren kunnen we de kwaliteit verhogen.’ Ook beleidsvormend zijn er resultaten die genoemd mogen worden: nieuwe manieren om kwaliteit inzichtelijk te maken , de aangepaste hygiënecode, experimenten met persoonsvolgende bekostiging en indicatiestelling door aanbieders.

Ouderenpact

‘Ik hoop dat jullie ook stilstaan bij het vasthouden en verankeren van de ontwikkelingen’, zegt Janse. ‘Zodat het niet enkel bij mooie voorbeelden blijft.’ Hij sluit af met een doorkijkje naar de toekomst. ‘VWS wil met alle partijen die betrokken zijn bij de ouderenzorg een pact voor de ouderenzorg sluiten.’ Daaronder vallen drie programma’s: bestrijding eenzaamheid, langer thuis wonen en kwaliteit verpleeghuiszorg. ‘Er komt een programmaplan kwaliteit verpleeghuiszorg en we denken na over een stimuleringsprogramma, gericht op een concrete verbeteraanpak tot op locatieniveau. Kortom, we zetten met elkaar de beweging voort.’

Vrijheid terug met domotica

De bijeenkomst vindt plaats op locatie Moermont van zorgorganisatie TanteLouise, ook deelnemer van Ruimte voor verpleeghuizen. De organisatie voerde verschillende projecten uit. Bestuurder Conny Helder noemt bijvoorbeeld de leerwoning. Omdat verbeteren niet alleen over goede zorg aan cliënten gaat, maar ook over voldoende en goed gekwalificeerde medewerkers. Trots is ze op locatie Vissershaven waar mensen met dementie vrij kunnen bewegen met hulp van domotica. ‘Wij vinden dat mensen de risico’s van binnen zitten onderschatten, terwijl de risico’s van zelf koekjes halen bij de supermarkt juist overschat worden. Als bewoners verdwalen, krijgen wij een foto-sms en halen we ze op.’

Menswaardiger bestaan

Dankzij het programma Ruimte voor verpleeghuizen raakte TanteLouise op de juiste manier over Vissershaven in gesprek met inspectie en toezicht. ‘Er was veel uitwisseling en we konden laten zien dat het werkt. In Vissershaven hebben bewoners minder rustgevende medicatie nodig, ze hebben een menswaardiger bestaan. De bewoners overlijden over het algemeen door andere oorzaken dan het laatste stadium van dementie.’ TanteLouise breidt de aanpak daarom uit naar andere locaties. Bovendien smaken de resultaten naar meer. ‘Met ons gelukprogramma gaan we ons nu ook op de welzijnskant richten.’

Het programma Ruimte voor Verpleeghuizen, onderdeel van Waardigheid en trots, is in 2015 gestart. In tien regionale bijeenkomsten presenteren de ruim 150 betrokken zorgorganisaties hun opbrengsten. Ze wisselen kennis en ervaringen uit met elkaar en met de stuurgroep bestaande uit Actiz, V&VN, BTN, Zorginstituut, het ministerie van VWS en IGJ. De verwachting is dat het ministerie van VWS dit kwartaal  de eindrapportage Ruimte voor Verpleeghuizen aanbiedt aan de Tweede Kamer.

Dialoog over kwaliteit

De aanwezigen verdelen zich over praattafels om met elkaar het gesprek aan te gaan en vooral ervaringen uit te wisselen. Zo vond zorggroep Ter Weel de informatie uit de tweejaarlijkse CQ ontoereikend voor kwaliteitsverbetering. Onder de noemer ‘trimodale dialoog’ ontwikkelde de organisatie 3 instrumenten om de dialoog aan te gaan over kwaliteit:

  • De interne audit, waarbij cliënten in gesprek gaan met cliënten van een andere locatie
  • Het jaarlijkse cliënttevredenheidsonderzoek met de individuele cliënt of zijn vertegenwoordiger
  • De zorgleefplanbespreking, een nieuwe manier van multidisciplinair overleg met de cliënt in regie

Bijzonder is de rol van de cliëntenraad en vrijwilligers in de trimodale dialoog. Vrijwilligers en cliëntenraad begeleiden de interne audits, vrijwilligers nemen de cliënttevredenheidsonderzoeken af. Vanuit de gedachte dat cliënten en familie makkelijker met vrijwilligers praten dan met verzorgenden.

Het gewone gesprek

Zorgorganisatie Allévo zocht naar een manier om familie actiever te laten participeren. Ook wilde de organisatie de cliënt meer zeggenschap geven over de eigen zorg. Medewerkers werden geschoold om het gesprek aan te gaan met familie. Het SOFA-model, dat inzicht geeft in de verschillende rollen van een mantelzorger, stond centraal. Familie en medewerkers woonden een interactieve toneelvoorstelling bij, om meer begrip te krijgen voor elkaar. Allévo leerde medewerkers het gewone gesprek aan te gaan en dingen af te spreken. Iets wat veel medewerkers de laatste jaren juist waren verleerd, onder druk van systemen en lijstjes. Medewerkers vinden dat ze hier stappen in hebben gezet. Allévo zet nu de verandering in naar kleinschalige zorg, met nog meer aandacht voor de relatie met cliënt en familie.

Minder onbegrepen gedrag

Zorgorganisatie Avoord deed ervaring op met de SOCAV-methode (spiegelen, optimaliseren, compenseren, (opnieuw) aanleren van vaardigheden). Samen met Radboud UMC werd gekeken of de voor slechthorenden en slechtzienden ontwikkelde methode ook bij mensen met geheugenproblemen zou aanslaan. Tegelijkertijd begeleidde Tilburg University Avoord bij het organisatievraagstuk: wat is er nodig om SOCAV mogelijk te maken. De organisatie schoolde de medewerkers en leidde coaches op. Ook vrijwilligers en familieleden konden de scholing volgen. De resultaten mogen er zijn. Bewoners van Avoord vertonen bijvoorbeeld minder onbegrepen gedrag. Zoals de vrouw die niet meer de hele dag alle deuren langs hoeft om haar sleutels te zoeken omdat ze weer een sleutelbos in haar zak heeft. Een bewoner ging weer accordeon spelen. Een ander doucht nog steeds zelfstandig. De coaches houden de medewerkers voortdurend een spiegel voor: géén dingen invullen voor een cliënt. En leren ze dat ze collega’s daarop mogen aanspreken. Avoord gaat de komende jaren door met het onderzoek naar de effecten van SOCAV.

Geen blauwdrukken

Frank Hagelstein, accountmanager wonen en zorg bij ActiZ én lid van de Taskforce afsluiting, heeft mooie dingen gehoord. ‘Al deze organisaties zijn hard bezig zich te ontwikkelen. Heel mooi vind ik te zien dat elke organisaties haar eigen proces doormaakt. De veranderingen zijn organisatiespecifiek, het zijn geen blauwdrukken. Dat betekent niet dat organisatie niet van elkaar kunnen leren. Op bijeenkomsten zoals vandaag merk ik dat de behoefte om ervaring en kennis te delen groot is. Dat moeten we vasthouden. Want de zorgvraag blijft veranderen en zorgorganisaties moeten daarin blijven meegaan. Verder neem ik prachtige input mee naar ActiZ: door mee te doen aan Waardigheid en trots hebben deze organisaties al voorgesorteerd op het kwaliteitskader dat we samen moeten uitvoeren.’

Door: Ingrid Brons

Meer weten


Geplaatst op: 5 februari 2018
Laatst gewijzigd op: 5 februari 2018