Onderzoek en kennisdeling in de gehandicaptensector

De gehandicaptensector heeft een rijke traditie van onderzoek en kennisdeling. Aan de basis staat samenwerking tussen wetenschap en praktijk. Maar hoe geef je die samenwerking vorm? En hoe zorg je dat de kennis bij de juiste mensen terechtkomt? Op het Topcare-symposium gaven Hilair Balsters (Kennisplein Gehandicaptensector), Linda Gerth (ZonMw) en Kristel Vlot-van Anrooij (Radboudumc) een inkijkje. ‘We zijn geen losse bubbels.’

Kennisplein Gehandicaptensector

Hilair Balsters is senior adviseur bij Vilans en coördinator van het Kennisplein Gehandicaptensector, een initiatief van VGN, ZonMw, MEE en Vilans. ‘Het Kennisplein is een platform van en voor de sector. De primaire doelgroep zijn uitvoerend medewerkers in de gehandicaptenzorg en de mensen die hen ondersteunen. Ons doel is verbinden en kennisdelen. Dat doen we online via de website en offline door bijvoorbeeld bijeenkomsten te organiseren. Juist die wisselwerking is interessant.’ Op het Kennisplein is kennis in de breedste zin van het woord te vinden, praktijkkennis én wetenschappelijke kennis. En er staan niet alleen eindproducten, maar ook het proces ernaartoe wordt gedeeld. ‘De functionaliteiten van het platform – polls, werkplaatsen, de mogelijkheid dingen te plaatsen – dragen daaraan bij.’ Maar bovenal sluit het Kennisplein aan op de trend dat het steeds gewoner wordt dat medewerkers zelf op zoek gaan naar nieuwe kennis. ‘Mensen van de werkvloer zijn “eager” naar nieuwe kennis. Waar ze vroeger vaak een meer afwachtende houding aannamen en wachtten op topdowninformatie, nemen ze nu zelf het initiatief. Daarvoor kunnen ze op het Kennisplein terecht.’

Gewoon Bijzonder

ZonMw ziet het Kennisplein als een belangrijke schakel in het opbouwen van een goede kennisinfrastructuur. Linda Gerth is programmamanager van Gewoon Bijzonder, een programma voor mensen met een verstandelijke beperking, meervoudige beperking en niet-aangeboren hersenletsel. ‘We richten ons op vernieuwing en verbetering van de zorg en ondersteuning. Centraal staan de kwaliteit van leven, zelfredzaamheid, eigen regie en kansen op deelname aan de samenleving.’ Gewoon Bijzonder doet dat door kennis op de thema’s gezondheid, gedrag en participatie (door) te ontwikkelen, door kennis te bundelen en toe te passen en door een duurzame kennisinfrastructuur op het raakvlak van onderzoek, zorg en ondersteuning te bevorderen.’ Hiervoor worden netwerken opgericht waarin onderzoeksgroepen (universiteiten en/of hogescholen), zorgpraktijken, organisaties voor mensen met een beperking, opleidingen voor beroepen in het werkveld en wanneer relevant ook gemeenten en zorgverzekeraars samenwerken. ‘Dit is een harde eis waaraan een netwerk moet voldoen en wordt dan ook vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.’ Het Kennisplein, waar Gewoon Bijzonder een eigen ingang heeft, speelt een belangrijke rol in het ophalen van beschikbare en nieuwe kennis, het signaleren van lacunes, kennis bundelen, toegankelijk maken en verspreiden, de toepassing van kennis stimuleren en nieuwe kennisvragen verzamelen en prioriteren. ‘Een doorgaande cyclus, die kennisdelen vanzelfsprekend maakt’, aldus Linda. ‘Activiteiten van Gewoon Bijzonder zijn direct vindbaar op de website van het Kennisplein.’

De krachten gebundeld

Een van de netwerken van Gewoon Bijzonder is ‘Ondersteunen van een gezonde leefstijl: de krachten gebundeld’. ‘Gezond leven is lastig vol te houden voor mensen met een verstandelijke beperking’, legt Kristel Vlot-van Anrooij uit. ‘Daarom richt “De krachten gebundeld” zich op de ondersteuning van een gezonde leefomgeving, met andere woorden: op de begeleiding en de fysieke omgeving. Zo worden gezonde keuzes ook gemakkelijke keuzes.’ De krachten gebundeld is een groot samenwerkingsverband, waaraan negentien zorgorganisaties, drie universiteiten, een ROC, een hogeschool en verschillende kennisinstituten meedoen. Het netwerk maakt deels gebruik van bestaande netwerkstructuren. ‘De basis van het netwerk was de bestaande samenwerking tussen vier leefstijlonderzoekers. Elke onderzoeker bracht zijn eigen netwerk van zorgorganisaties mee. Daarnaast maken we gebruik van de bestaande academische werkplaatsen.’ Om die bestaande netwerken samen te brengen werd een structuur bedacht. ‘Er zijn twee onderzoekers aangesteld die het project uitvoeren. Daarvan ben ik er één. Wij zorgen voor de informatie-uitwisseling. Daarnaast is er een klankbordgroep gevormd. Concreet betekent dat dat ik vier keer per jaar aan tafel zit met heel verschillende mensen van zorgorganisaties. Zij denken met ons mee: hoe zetten we het onderzoek op, hoe voeren we het uit en wat doen we met de informatie die we vinden.’

Hilair Balsters, Kennisplein Gehandicaptensector
‘Ik hoop dat onze verhalen voldoende duidelijk hebben gemaakt dat we geen losse bubbels zijn. En ze laten mooie werkzame bestanddelen zien.’

Contact met de praktijk

Kristel benadrukt dat de structuur heel belangrijk is, maar wel ondersteunend moet zijn aan het contact en de samenwerking met de praktijk. ‘We hebben drie projecten: kennis verzamelen, kennis ontwikkelen en kennis implementeren en evalueren. In alle drie de projecten werken we samen met de praktijk. Inclusief onderzoek – samenwerking met ervaringsdeskundigen met een verstandelijke beperking – is een belangrijk onderdeel. Dat doe ik vier uur per week. Daarnaast is er een projectgroep met alle onderzoekers en natuurlijk de klankbordgroep.’ Contact met de praktijk legde ‘De krachten gebundeld’ ook direct in het begin, door de start van het netwerk te vieren. ‘We waren blij dat we de subsidie hadden gekregen. Daarom hebben we een kick-off georganiseerd voor de medewerkers van de betrokken zorgorganisaties. Ook hebben we een aftrap gedaan met de eigenlijke doelgroep: mensen met een verstandelijke beperking. We zijn met een startevent waarin bewegen centraal stond langs verschillende zorgorganisaties gegaan.’

Werkzame bestanddelen

‘Ik hoop dat onze verhalen voldoende duidelijk hebben gemaakt dat we geen losse bubbels zijn’, vervolgt Hilair. ‘En ze laten mooie werkzame bestanddelen zien.’ Hilair zet een aantal op een rijtje:

  • Gedeeld eigenaarschap: ‘Het is iets gezamenlijks en co-creatie hoort daarbij.’
  • Halen en brengen: ‘Wij hebben een site waar mensen veel kunnen halen, maar willen dat mensen ook brengen. Bijvoorbeeld via zo’n startevent. De eigen ervaring en mening van mensen doen ertoe.’
  • Inhoud en proces: ‘Het draait niet alleen om het eindproduct, het proces is minstens zo interessant.’
  • Creativiteit: ‘De krachten gebundeld organiseerde de kick-off op Valentijnsdag, hartjes speelden dan ook een belangrijke rol die dag. Het is goed om een beetje buiten de kaders te denken.’
  • Denken vanuit de kenniscirkel: ‘De kenniscirkel van ZonMw: kennis ontwikkelen en ophalen, kennis bundelen en verspreiden, kennis toepassen, kennisvragen ophalen, een continu proces.’

Kleine concrete stappen

Met de kenniscirkel gaan de deelnemers vervolgens zelf aan de slag. Vier groepen buigen zich ieder over één onderdeel van de kenniscirkel. Het levert leuke inzichten op. Zoals: ‘Voor kennis ophalen is een drijfveer nodig, oftewel het waarom, want mensen gaan pas nadenken als ze het belang voelen.’ Of: ‘Kennis ontwikkelen vraagt om motivatie en iemand die het voortouw neemt.’ Om kennis te verspreiden stellen deelnemers voor met een smoelenboek in kaart te brengen wie welke kennis bezit. ‘Er zit veel kennis in de organisatie!’ Verspreiden van kennis kan ook via intranet, met een mailing die erop wijst dat de kennis daar staat. Een andere deelnemer oppert een puntensysteem om mensen te motiveren nieuwe kennis tot zich te nemen. Wat betreft kennis toepassen worstelt een van de deelnemers met het vormgeven van uitwisseling tussen teams over ‘zelf koken’. Hilair stelt voor om te beginnen met een medewerker of verwant uit te nodigen om bij een ander team te gaan eten. ‘Maak kleine concrete stappen, zodat medewerkers het niet voelen als een belasting, maar juist als een meerwaarde. En wees creatief: zoek naar de juiste vorm om medewerkers te inspireren.’

Door: Ingrid Brons

Meer weten


Geplaatst op: 29 november 2017
Laatst gewijzigd op: 29 november 2017