MRSA-uitbraak: wat nu?

Dit artikel is een verslag van een workshop die is gegeven tijdens het Woonzorgcongres van ZorgAccent op 12 april 2018.

Vorig jaar, 23 mei, prachtig weer. Zorgmedewerker Janien Tijhuis zit lekker in de tuin in de zon als de telefoon gaat. “Janien, zit je?” Direct weet ze dat het mis is. MRSA op de afdeling… Wat nu? “Ik ben meteen naar het werk gegaan. Samen met de deskundige infectiepreventie hebben we de eerste stappen gezet. Er gaat van alles door je heen, de adrenaline stroomt volop. Er komt zó veel op je af, er moet zó veel worden georganiseerd.”

Want opeens zit je er als afdeling middenin. Een bewoner met een wond die niet wilde helen werd door een ziekenhuisarts voor de zekerheid getest op MRSA. Een toevalstreffer. En dan begint het: hoe lichten we de mensen in? Waar staan precies de mogelijk besmette materialen? In welke volgorde trek je ook weer de beschermende kleding aan en uit? Zo hygiënisch mogelijk werken, vanaf de eerste minuut, daar gaat het in zo’n geval om. Terwijl de contactonderzoeken in volle gang zijn, wordt met alles rekening gehouden. Tegelijkertijd komen collega’s, bewoners en familieleden met allerlei vragen: mag de betrokkene de afdeling af? Lopen de kleinkinderen gevaar?

Handhygiëne-handhygiëne-handhygiëne!

Lian Clemens werkt als deskundige infectiepreventie bij ZorgAccent en vertelt tijdens een workshop meer over wat MRSA precies is en hoe je ermee om gaat. “MRSA (meticilline resistente staphylococcus aureus) is eigenlijk een heel gewone bacterie die ongevoelig is geworden voor gangbare antibiotica. Je wordt er niet ziek van. Het wordt pas een probleem als hij in een wond of in de bloedbaan komt.” Ze vertelt dat behandeling met speciale antibiotica heel moeilijk is en dat de MRSA-bacterie daar op den duur óók resistent tegen zal worden. “Plus dat er voorlopig geen nieuwe antibiotica op de markt komen. Dat is zakelijk gezien niet interessant want ze blijven in het algemeen op de achterste plank van de apotheek liggen.” Preventie en goed handelen bij een uitbraak zijn dus cruciaal.

Het aller-allerbelangrijkste punt daarbij is volgens Lian handhygiëne: “Want het overdragen gebeurt bij intensieve, langdurige verzorging en door besmette oppervlakken. Alléén handalcohol gebruiken, dat is het beste. Dat doodt bacteriën binnen dertig seconden.” Basishygiëne vindt ze natuurlijk ook van belang en pas op de laatste plaats noemt ze de speciale MRSA-maatregelen. “Hier in Twente en de Achterhoek hebben we dat goed geregeld. Onlangs hebben we subsidie aangevraagd bij Regionale Zorgnetwerken Antibioticaresistentie voor ons werk. We zouden bijvoorbeeld ook een app kunnen gaan ontwikkelen. Ideeën genoeg.”

Lian Clemens

Alle medewerking

Zowel Janien als Lian zijn lovend over hun organisatie waar het aankwam op de noodzakelijke medewerking. Lian: “Je begint bijvoorbeeld met contactonderzoeken om te zien of er nog meer mensen besmet zijn – naast bewoners ook medewerkers. Het kan wel tien dagen duren voordat je alle medewerkers gezien hebt. Maar als er zoiets aan de hand is, komt iedereen.” Janien vertelt hoe intussen de inventarisatie verliep op het punt van nóg hygiënischer werken: “Waskommen bijvoorbeeld gingen heen en weer tussen kamers en spoelkeuken. Die blijven nu bij de persoon op de kamer. Als we daar dan planken voor wilden laten maken, kon dat direct.” Ook laat ze de po-zak met absorptiemat zien voor in de po’s. “Daar werken we sindsdien mee.”

Een ander voorbeeld van goede samenwerking is het uitbraakteam dat direct wordt gevormd. De arts, de microbioloog, de teamcoach, de zorgmedewerkers, de praktijkverpleegkundigen, de manager, de bedrijfsarts en de deskundige infectiepreventie overleggen samen regelmatig over de situatie.

Emotioneel

Uiteindelijk bleek uit de contactonderzoeken dat vier bewoners op één afdeling de MRSA-bacterie bij zich droegen. Zij moesten onder meer zeven dagen lang elke dag onder de douche gescrubd worden en een neuszalf gebruiken. “En dat is niet niks als het buiten 28 graden is en je zo’n beschermend schort en mondkapje moet dragen”, vertelt Janien. Daarnaast was ook een medewerkster besmet. “Ik moest direct van de afdeling af, naar huis. Dat was heel emotioneel. Ik had nog een bewoner op het toilet zitten zelfs. Thuis voelde ik me verdrietig, boos, vies.” Zij was op dat moment zwanger, op zichzelf geen aanleiding voor extra maatregelen bij MRSA-besmetting. Maar toen ze in de zesde maand van haar zwangerschap in het ziekenhuis moest worden opgenomen om een andere reden, volgde daar direct isolatie en verpleging in beschermende kleding etc. “Dat was heel erg – ik had geen enkel persoonlijk contact met mijn verpleegkundigen, zag hun gezicht pas maanden later, bij mijn ontslag.”

ZorgAccent congres

Bewustwording

Alles gebeurt tegelijk als ergens een MRSA-uitbraak is: terwijl de contactonderzoeken nog lopen, gaan de MRSA-maatregelen al in en wordt tegelijkertijd de hele werkwijze op het punt van de hygiëne doorgelicht en waar nodig aangepast. Want een kweek duurt drie tot vier dagen. Pas na een jaar kan iemand definitief negatief verklaard worden.

Janien en Lian beamen dat er ook een ‘winstpunt’ is voor de afdeling: door zo’n ingrijpende ervaring is men zich veel beter bewust van de gevolgen die een bepaalde – ingesleten – manier van werken heeft voor de hygiëne. Lian Clemens “Neem nou de voorraad. Natuurlijk is het belangrijk om daar zuinig mee om te gaan. Maar zorg ervoor dat er nooit materiaal van de kamer van de bewoner terug gaat naar de voorraad. Breng zulke gewoonten in kaart en verander ze.” Ze sluit de workshop af met een quiz. De deelnemers doen fanatiek mee en scoren flink. Mag een kleinkind nog op schoot bij oma die de MRSA-bacterie bij zich draagt? Ja hoor. Genees je er altijd van? Nee, niet altijd.

Een vraag die ook nog ter sprake komt: Hoe kan het dat Nederland het zo veel beter doet dan Zuid-Europese landen? “In verschillende landen gaat men verschillend om met MRSA en antibiotica. De Scandinavische landen en Nederland hebben een actief ‘search and destroy-beleid’. Ook schrijven artsen bij ons niet zo snel antibiotica voor als in andere landen, waardoor bacteriën minder snel resistent worden. Op deze manier krijgt preventie de beste kans,” stelt Lian.

Verslag door Linda van Ingen

Meer weten


Geplaatst op: 23 april 2018
Laatst gewijzigd op: 19 februari 2019