Met persoonsvolgende bekostiging kun je de cliënt echt centraal stellen

Het experimenteren met persoonsvolgende bekostiging in de instelling wordt ook in 2018 ondersteund door het ministerie van VWS. En dat is, afgaande op de levendige bijeenkomst van 4 juli over dit thema, een goede zaak. Want de organisaties die hier al mee experimenteren verdienen opvolging en ondersteuning in het verder ontwikkelen van deze werkwijze, oordeelden de deelnemers aan het slot van deze bijeenkomst. Omdat met persoonsvolgende bekostiging wat van waarde is voor de cliënt daadwerkelijk centraal komt te staan.

Drie uur eerder hadden Aad van Fulpen en Herre van Kaam, themacoördinatoren persoonsvolgende bekostiging, de bijeenkomst geopend. Aanwezig waren onder andere vertegenwoordigers van zorginstellingen in de ouderenzorg en gehandicaptensector, de Nederlandse Zorgautoriteit, Zorginstituut, Vilans en de belangenvereniging voor PGB-houders. De motieven voor hun aanwezigheid, zo vertelden zij: van elkaar leren, nieuwe ideeën opdoen, de wens om de financiering beter te laten aansluiten bij de zorgvraag en de wens om bij te dragen aan de verandering van het stelsel. Meerdere zorgorganisaties bleken ook lid te zijn van het Kiss-netwerk dat een vereenvoudiging van het zorgstelsel nastreeft en meer recht doet aan de wensen en behoeftes van de individu.

Voorbeelden uit de praktijk

Na deze korte introductieronde gaf Aad van Fulpen het woord aan Eppie Fokkema, bestuursvoorzitter van de Archipel Zorggroep in Eindhoven. Deze zorgorganisatie besloot vijf jaar geleden om te gaan experimenteren met persoonsvolgende bekostiging en cliënten dus daadwerkelijk de beschikking te geven over een deel van het budget.

“Wij wilden eigen regie voor cliënten, maar in eerste instantie lukte dat niet omdat medewerkers geen eigen regie hadden. Archipel heeft toen gekozen voor zelfsturing: we hebben een bestuur dat uit drie mensen bestaat, maar geen managers meer. De teams regelen het zelf”, vertelde Fokkema, die zelf pas in januari van dit jaar als bestuursvoorzitter aantrad. Inmiddels heeft Archipel het principe van eigen regie volledig doorgevoerd in de dagbesteding voor cliënten van huurappartementen op de locaties. Een klantcoach bespreekt met de cliënt wat de wensen zijn en regelt dit voor zo ver mogelijk met aanbieders. “Je doet alleen de dingen die de klant wil, biedt dan dus geen standaardproducten meer. Cliënten kiezen hun eigen aanbod, zowel collectief als individueel.”

De bewoners van de huurappartementen op één locatie hebben verder een transparant persoonsvolgend budget. Na aftrek van de kosten voor overhead en collectieve voorzieningen zoals nachtzorg, alarmering en infobalie, resteert een bedrag dat zij zelf kunnen besteden aan bijvoorbeeld uren huishoudelijke hulp en uren persoonlijke verzorging. In het maken van keuzes worden zij ondersteund door een onafhankelijke klantadviseur. Zo ontstaat een arrangement op maat. “De cliëntenraad is razend enthousiast”, vertelde Eppie Fokkema, die de discussie over wat er moet gebeuren als er geldt overblijft in het persoonsvolgende budget, of als juist sprake is van een tekort, nog even uitstelde tot later die middag.

Persoonsvolgende bekostiging bij ZZG Zorggroep

Hans Vos, gebiedsdirecteur bij de ZZG Zorggroep gaf aansluitend een uitgebreide toelichting op de wijze waarop deze zorgorganisatie in de regio Nijmegen persoonsvolgende bekostiging vormgeeft.

Zijn verhaal kwam in veel opzichten overeen met dat van Eppie Fokkema, want ook de ZZG Zorggroep heeft ingezet op eigen regie voor zowel cliënt als medewerker. En de organisatie kiest eveneens voor persoonlijke arrangementen. Daarbij onderzoekt de organisatie wat nodig is om de wensen van de cliënt zoveel mogelijk in diens eigen omgeving op te pakken. “Wij onderzoeken wat een arrangement toevoegt aan de kwaliteit van leven van de cliënt. Daarnaast kijken we ernaar vanuit het maatschappelijk perspectief van duurzaamheid. Wat wij in de praktijk zien, is dat die cliënt in een arrangement vaak minder verbruikt dan wat standaard is binnen het pakket”, vertelde Hans Vos. Hij benadrukte dat je als organisatie moet stoppen met begroten als je persoonsvolgende bekostiging een succes wil laten zijn. Op een vraag uit de zaal wat de nieuwe werkwijze nu precies oplevert, antwoordde hij dat er een heel ander type relatie met de cliënt ontstaat. “Er ontstaat een gezamenlijk perspectief om het maximale voor die cliënt eruit te halen.” En dat, reageerde Eppie Fokkema, moet ook de doelstelling zijn.

Solidariteit onder druk?

Terwijl de deelnemers een korte pauze hadden, destilleerden Aad van Fulpen en Herre van Kaam diverse stellingen uit de betogen van Fokkema en Vos. Uiteindelijk ging de groep aan de hand van twee stellingen met elkaar in gesprek volgens de Fishbowl methode: mensen in een binnenkring gaan met elkaar in discussie, maar een van hen verlaat de kring als een toehoorder uit de buitenkring toetreedt. Persoonsvolgende bekostiging zet de solidariteit onder druk, luidde de eerste stelling waarop de deelnemers in de binnenkring mochten reageren. Wat de ervaringen zijn van Archipel en Zorggroep ZZG, wilde een deelnemer graag weten. “Mensen vragen minder dan er beschikbaar is, dus eigenlijk is dit geen vraag. Maar”, zei Eppie Fokkema, “misschien gaan mensen eerder in het rood als we dit intramuraal invoeren.” Hans Vos antwoordde dat de solidariteit geregeld is in de verplichte bijdrage voor de infrastructuur van de organisatie.

Een andere deelnemer aan de binnenkring merkte op dat het oude model, waarin het organiseren van zorg wordt gekoppeld aan standaardbedragen, ten einde loopt. Mensen denken dan recht te hebben op een bepaald budget, terwijl het moet gaan om de vraag welke zorg zij nodig hebben, was zijn oordeel. “In de Wmo zie je al veel meer differentiatie, gebaseerd op wat de cliënt echt nodig heeft. Persoonsvolgend budget is ook geen goed woord. Dan blijven we denken in geldstromen”, luidde een reactie. Waarop een andere deelnemer concludeerde dat ontschotting in de financiering nodig is om echt te kunnen kijken naar wat die cliënt nodig heeft. Duidelijk is dat experimenteren met persoonsvolgende bekostiging de dialoog tussen medewerker en cliënt versterkt en organisaties stimuleert om te veranderen. “Ik denk dat de verandering van het stelsel ook van onderop moet komen, dat we dicht bij die praktijk moeten blijven”, zei Eppie Fokkema. Aanwezigen oordeelden dat het belangrijk is om binnen de grenzen van het huidige stelsel al ervaring op te doen met deze werkwijze om zo het denken over hoe het stelsel zelf kan veranderen aan te scherpen. Daarvoor is het nodig dat meer organisaties met deze manier van werken gaan experimenteren. Zo kunnen de koplopers vooruit geduwd worden om verder te komen in hun ontwikkeling.

Van wie is het geld?

Aan het slot van de bijeenkomst ging de groep nog kort in discussie over een tweede stelling: Het overschot/tekort van het persoonsvolgend budget is van de cliënt. “Natuurlijk niet. En dat is nu ook niet zo, ook niet bij het Persoonsgebonden Budget”, klonk het resoluut in de binnenkring. Klopt, was de reactie van een vertegenwoordigster van de belangenvereniging voor PGB-houders. “Als er geld overblijft, gaat dat terug naar de verstrekker om het jaar daarna weer ingezet te worden. Ook hier geldt als uitgangspunt: wat heeft de cliënt nodig”, vertelde zij. Het oordeel dat het geld wat overblijft niet van de cliënt is, werd breed gedeeld. Maar wat als er sprake is van een tekort? Ook dat mag niet voor rekening van de cliënt komen, was het unanieme oordeel: het gaat om de zorg die iemand nodig heeft. Hans Vos merkte daarbij op dat er veel gesproken wordt over “zorggebruik” waar cliënten vaak meer behoefte hebben aan diensten die bijdragen aan de kwaliteit van leven.

“Dat zie je ook bij medewerkers: die willen niet alleen zorgen, die willen ook tijd hebben om aandacht te kunnen geven en dat praatje te maken”, zei Vos, die de aanwezigen vroeg om de organisatie te helpen in het veranderproces. Dat, zo bleek snel, willen zij allemaal graag. Waarbij een van de aanwezigen opperde om in een volgende bijeenkomst ook gemeenten uit te nodigen die experimenteren met domein overstijgend werken. Eppie Fokkema en Hans Vos waren verheugd over de geboden steun en het aanbod om hier verder over te praten. “Want”, zo besloot Eppie Fokkema, “wij zijn geholpen met die stimulans en onze praktijk heeft daar baat bij.” Unaniem werd besloten om het thema op de agenda te plaatsen van de volgende KISS bijeenkomst op 27 september. Een afvaardiging van de groep van de bijeenkomst van 4 juli zal uitgenodigd worden om deze bijeenkomst mee voor te bereiden.

Verslag Karin Burhenne

Meer weten

 


Geplaatst op: 10 juli 2018
Laatst gewijzigd op: 10 juli 2018