Meer kwaliteit voor Korsakov-cliënten door onderzoek en multidisciplinair werken

In verpleeghuis Markenhof van Atlant wonen 138 cliënten met het syndroom van Korsakov. Vanuit de Topcare-gedachte – systematische kennisontwikkeling en effectiviteitsmeting – werkt Atlant aan verbetering van de kwaliteit van leven van deze specifieke cliëntengroep. Op het Topcare-symposium presenteerde specialist ouderengeneeskunde Ineke Gerridzen de eerste resultaten van de Korsakov-studie ‘prevalentie, ernst en zorglast van probleemgedrag’. Praktijkverpleegkundige Agaath Bruin lichtte de opzet van het multidisciplinaire project COPD toe.

Syndroom van Korsakov

Het syndroom van Korsakov ontstaat door een langdurig tekort aan vitamine B1, met chronische hersenbeschadiging als gevolg. De ziekte is alcohol-gerelateerd. De belangrijkste kenmerken zijn geheugenverlies en executieve functiestoornissen. En dit kan gepaard gaan met allerlei vormen van probleemgedrag, zoals agressie, ontremd gedrag en apathie. Zorgverleners worden er dagelijks mee geconfronteerd. Toch is onderzoek naar probleemgedrag bij deze cliëntengroep nog nauwelijks voorhanden. Ineke Gerridzen, specialist ouderengeneeskunde bij Atlant en onderzoeker bij VUmc, brengt daar nu verandering in. ‘Directe aanleiding was een dossieronderzoek in 2014. Daaruit bleek dat Korsakov-cliënten veel psychofarmaca gebruiken. Psychiatrische problematiek bood echter onvoldoende verklaring. We vermoeden dat psychofarmaca worden voorgeschreven bij probleemgedrag.’ Maar hoe vaak komt probleemgedrag nu eigenlijk voor? En wat is de ernst en de zorglast? Ineke startte een onderzoek, met als doel de zorg en behandeling van deze cliënten te verbeteren en zo hun kwaliteit van leven te vergroten.

Ernst en zorglast probleemgedrag laag

Op negen gespecialiseerde verpleeghuisafdelingen verspreid over Nederland nam Ineke bij 281 Korsakov-cliënten de NPI-Q en NPI-D af. ‘Dit zijn vragenlijsten voor mensen met dementie, maar ze worden ook voor mensen met ander hersenletsel gebruikt. De EVV’ers, die de cliënten goed kennen, vulden de lijsten in.’ Het onderzoek toont aan dat probleemgedrag zeer vaak en gelijktijdig voorkomt. De ernst en de zorglast van het probleemgedrag zijn echter laag. ‘Dat vind ik een belangrijke bevinding. Want het beeld heerst dat de zorglast hoog is, maar gemeten met dit instrument valt het wel mee.’ In de top drie staan prikkelbaarheid/labiliteit, agitatie/agressie en ontremd gedrag. Deze komen niet alleen het vaakst voor, maar zijn ook het ernstigst en veroorzaken de meeste zorglast.

Pleidooi voor gespecialiseerde afdeling

Ineke noemt verschillende mogelijke verklaringen voor de lage zorglast. ‘De belangrijkste is dat verzorgenden op de gespecialiseerde afdeling het gedrag gewend zijn en ervoor toegerust zijn, door specifieke scholing. Een dementieverzorgende zou waarschijnlijk een veel hogere zorglast scoren. Deze resultaten zijn dus een pleidooi voor gespecialiseerde afdelingen voor Korsakov-cliënten.’ Waarom bestaat dan toch het beeld van de hoge zorglast? ‘10% van de verzorgenden ervaart wel een hoge zorglast. Misschien bepaalt deze 10% het beeld dat wij hebben.’ Feit blijft dat probleemgedrag veel voorkomt bij cliënten met Korsakov. In een vervolgonderzoek zou Ineke het effect van een interventie, zoals de dagbesteding, kunnen meten.

Multidisciplinair project COPD

Agaath Bruin, praktijkverpleegkundige bij Atlant, presenteert het project multidisciplinaire COPD-zorg voor cliënten met Korsakov. Ze vertelt dat 90% van deze cliënten rookt. ‘Naar schatting heeft 23-30% van hen COPD, maar wij denken dat er sprake is van onderdiagnostiek.’ In november 2016 startte Atlant een multidisciplinair project. Naast een centrale projectgroep zijn er vier werkgroepen:

  • Diagnose en behandeling
  • Roken
  • Bewegen
  • Gezonde voeding

De werkgroepen voeren verschillende onderzoeken uit. Bijvoorbeeld het praktijkonderzoek naar de kennis, vaardigheden en rol van zorgmedewerkers rondom roken of het praktijkonderzoek naar een passend beweegaanbod voor Korsakov-cliënten met COPD GOLD 1.

Longaanvalplan

Agaath zoomt in op de activiteiten van de werkgroep Diagnose en behandeling. ‘Onze aanname was dat er sprake van onderdiagnostiek en onderbehandeling is. We zijn daarom begonnen met COPD-screening en hebben een multidisciplinair COPD-protocol geschreven, inclusief longaanvalplan. Hier ben ik echt trots op. Want als wij een longaanval eerder herkennen en vervolgens sneller actie ondernemen, verbeteren we de kwaliteit van leven van onze cliënten enorm. We denken zelfs dat we hiermee acute ziekenhuisopnames kunnen voorkomen.’ Een aandachtspunt is dat de medewerkers op de gespecialiseerde afdeling hierin geschoold moeten worden. Net zoals de werkgroep nu inhalatietraining aan de medewerkers geeft.

Agaath Bruin, praktijkverpleegkundige bij Atlant
‘We bieden de cliënten wat ze nodig hebben. Zodat ze zoveel mogelijk kwaliteit van leven ervaren. Multidisciplinaire aandacht voor COPD draagt daaraan bij.’

Gebrek aan ziekte-inzicht

Een knelpunt bij de screening is het gebrek aan ziekte-inzicht, dat kenmerkend is voor mensen met het syndroom van Korsakov. ‘We gebruiken de Clinical COPD Questionnaire (CCQ), maar een Korsakov-cliënt zegt al snel dat hij geen last heeft en dan krijg je dus een te lage CCQ. Daarom vragen wij de EVV’er, die de cliënt goed kent, om de CCQ ook in te vullen.’ Ook de spirometrie is niet altijd betrouwbaar, omdat mensen met Korsakov niet goed te instrueren zijn. ‘Daarom kijken wij liever naar het ziektebeeld en de ziektelast.’ (Praten over) stoppen met roken is moeilijk. ‘Cliënten met Korsakov zien gewoon niet in dat ze veel roken. Ze vinden dat het wel meevalt, ook al roken ze een pakje per dag. En ze melden dat ze er geen last van hebben.’ Agaath geeft aan dat de werkgroep Roken nog gaat kijken bij goede voorbeelden elders in het land. Een van de deelnemers heeft een goede suggestie: ‘Ook al dachten we dat het zinloos was, toch hebben we op een gegeven moment ingegrepen. Onze cliënten mogen niet meer overal roken. Ook hebben we rookvrije uren ingesteld. En het werkt. Geheel tegen de verwachting in gaan de cliënten gewoon mee in deze afspraak’

Dilemma’s

Terugkijkend stelt Agaath dat de multidisciplinaire aanpak de Korsakov-cliënten positief lijkt te beïnvloeden. Maar dilemma’s blijven altijd bestaan. Ze legt er een aantal aan de deelnemers voor. Zoals ‘Het heeft geen zin om cliënten die willen roken zuurstof te geven’. Dit brengt de discussie al snel op kwaliteit van leven. Die staat altijd voorop. Of zoals een deelnemer zegt: ‘Deze mensen hebben een verslavingsziekte, daar moet je rekening mee houden’ ‘We bieden de cliënten wat ze nodig hebben’, zegt Agaath. ‘Zodat ze zoveel mogelijk kwaliteit van leven ervaren. Multidisciplinaire aandacht voor COPD draagt daaraan bij.’

Meer weten


Geplaatst op: 30 november 2017
Laatst gewijzigd op: 29 november 2017