Medezeggenschap is aan herijking toe

Zelfsturende teams, het is een ontwikkeling die binnen de ouderenzorg tot veel discussie leidt. Tijdens het Congres Cliëntenraden 2018  voegde Theo van Ooi van LOC Zeggenschap in zorg een prikkelend element toe aan de discussie: wat betekent zelfsturing voor de medezeggenschap? Een vraag die uitmondde in een levendige workshop waarin zowel medezeggenschap als zelfsturing uitgebreid aan bod kwamen.

De medezeggenschap is duidelijk aan herijking toe, concludeerde Theo van Ooi al meteen bij de start van de workshop. “Want die is gebaseerd op A, terwijl de zorg nu B georganiseerd is”, zei hij. Ook de Wmcz 2018 dwingt organisaties om na te denken over de vraag hoe zij de medezeggenschap anders kunnen vormgeven. Zeker als zij voor zelfsturing hebben gekozen. “En als bestuurder kun je je ook afvragen: heb ik een passende vertegenwoordiging van cliënten in beeld?”

De Wmcz 2018
De Tweede Kamer is in november van dit jaar akkoord gegaan met de gewijzigde Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen. Als de Eerste Kamer deze Wmcz 2018 eveneens goedkeurt, wordt de wet definitief. De Wmcz 2018 verplicht instellingen en cliëntenraden om de wensen en behoeften van cliënten te inventariseren. De leefwereld van cliënten vormt daarbij het uitgangspunt. Bovendien moet duidelijk aan cliënten worden teruggekoppeld wat met de verkregen informatie gebeurt en welke besluiten op basis hiervan genomen zijn. De invloed die cliënten mogen uitoefenen, is dus wettelijk geregeld.

Onduidelijkheid

Theo van Ooi is al sinds 1999 verbonden aan het LOC Zeggenschap in zorg, een netwerkorganisatie die waarde-vol leven als uitgangspunt hanteert. Zijn constatering dat de zelfsturende teams lang niet overal goed functioneren, werd met instemming begroet. “Wij hebben het weer teruggedraaid”, vertelde een medewerker van een zorgorganisatie. Jezelf als team aansturen en daarbij het doel van de organisatie voor ogen houden, is in de praktijk niet altijd eenvoudig. En medezeggenschap in deze werksituatie zeker niet. Want weet de individuele medewerker in de intramurale zorg wat de rechten van de bewoner zijn. “Medewerkers zeggen vaak dat ze weten wat goed is voor de bewoner. Maar hebben ze het de bewoner ook gevraagd?”

Meer zelfsturing maakt de positie van de cliëntenraden er niet eenvoudiger op. Zij hebben de taak om die cliënt een stem te geven, (in)formele signalen op te vangen, de rechten en belangen van cliënten te bewaken, zich in te spannen voor goede en veilige zorg en bestuurders hierin te adviseren. Dat is lastig in een situatie waarin onvoldoende duidelijk is hoe de besluiten die bewoners treffen, genomen worden. En als onduidelijk is wie hiervoor binnen een zelfsturend team het aanspreekpunt is. “Is dat één persoon, is het een groepje medewerkers? Het wordt steeds vager”, oordeelde Theo van Ooi.

Landelijk Congres Cliëntenraden 2018: LEF op locatie
Deze workshop werd verzorgd tijdens het Congres Cliëntenraden 2018.

Dilemma’s

“Je moet het als bestuurder goed mandateren; als je dit soort zaken niet goed geregeld hebt, blijf je dit soort eeuwige dilemma’s houden”, luidde een reactie uit de zaal. Een vertegenwoordiger van Buurtzorg vertelde dat de zelfsturende teams van die organisatie binnen hele heldere kaders werken. “Die weten precies waar ze wel en waar ze niet over gaan. En ze hebben coaches om hen hierin te ondersteunen.”
Theo van Ooi bracht in herinnering dat het principe van zelfsturing voortkomt uit het idee dat besluiten het beste zo dicht mogelijk bij cliënten genomen kunnen worden. In de zelfsturende teams krijgen medewerkers het vertrouwen dat zij dankzij hun kennis en ervaring goede zorg kunnen leveren. En dat iedereen binnen een team vooral doet waar hij of zij goed in is. Maar de vraag is of teams overal voldoende ondersteund worden om echt zelfsturend te kunnen zijn. Dat lijkt niet het geval. “Er zijn medewerkers die zeggen: ik weet niet wat ik moet doen”, merkte een van de aanwezigen op. Of, zoals iemand anders vertelde: “Dan moet het team zelf een werkrooster maken, maar krijgt daar geen extra tijd voor. Terwijl dit vaak heel ingewikkeld en tijdrovend is. Dat leidt tot onrust en daar hebben de bewoners last van.” De vraag is ook: is een medewerker dan bezig met de bedoeling waarom de zorg er is.

Medezeggenschap

Theo van Ooi bracht de discussie daarop terug naar de vraag of medewerkers in de zelfsturende teams wel voldoende toegerust zijn als het gaat om medezeggenschap. Weten zij dat besluiten die het dagelijks leven van bewoners beïnvloeden, altijd aan de cliëntenraad voorgelegd moeten worden? Het antwoord op deze vraag luidt regelmatig nee. En dat geldt ook voor het antwoord op de vraag of de cliëntenraad de eigen achterban altijd voldoende kent. Dat komt volgens de aanwezigen onder andere doordat niet alle bewoners familieleden hebben die hun belangen kunnen of willen behartigen. “Vrijwilligers die wel een band met bewoners hebben, kunnen die rol vaak wel overnemen”, klonk een suggestie uit de zaal. Herijking van de medezeggenschap lijkt dus gebaat met een andere vormgeving van cliëntenraden. Theo van Ooi gaf aan het slot van de workshop nog enkele handzame tips voor het organiseren van de medezeggenschap binnen zelfsturende teams. De belangrijkste lijkt het benoemen van aandacht functionarissen in de teams. Deze medewerkers zorgen ervoor dat het cliëntperspectief in het team ingebracht wordt. Daarnaast zijn zij het aanspreekpunt voor cliëntenraden. Een formele rol op teamniveau is een goed idee, luidde een reactie in de zaal. “Mits deze medewerkers hier ook de tijd voor krijgen en hierin gefaciliteerd worden.” En daarmee leek iedereen het eens.

Door: Karin Burhenne

Meer weten


Geplaatst op: 20 december 2018
Laatst gewijzigd op: 20 december 2018