Samenwerking als sleutel voor medezeggenschap in de thuiszorg

Medezeggenschap in de thuiszorg  blijft ook met de WMCZ 2018 een uitdaging. Toch zijn er wel wegen om er vorm aan te geven. Hans van Dinteren, trainer en adviseur op het gebied van medezeggenschap, organisatie en governance, leidde de workshop Cliëntenraden in de thuiszorg en de Wmcz 2018  (sessie 2.1) tijdens het Landelijk Congres Cliëntenraden: Veerkrachtig samenwerken.

Het was een interactieve workshop, en dat was ook terecht. Bij cliëntenraadsleden blijken nog veel vragen te leven over de nieuwe wet. Om te beginnen al de naam: 2018? ‘Eigenlijk vreemd dat in de naam van de wet het jaartal 2018 voorkomt’, zei Van Dinteren, ‘want de ontwikkelingen in medezeggenschap gaan door. Maar in 2018 lag het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer, vandaar die datumtoevoeging aan de naam.’

Vertrouwd en nieuw

Van Dinteren belichtte in vogelvlucht de hele wet, waarbij hij stilstond bij wat hetzelfde blijft en vooral ook wat nieuw is. Hij spitste zijn presentatie toe op de medezeggenschap in de thuiszorg. ‘De lastigste sector als het gaat om medezeggenschap van cliënten’, stelde hij. ‘Iedereen krijgt immers in de thuiszorg zijn zorg op individuele basis. Daar gaat deze wet geen oplossing voor bieden.’ Het geluid uit de zaal maakte duidelijk dat zijn zorg breed gedeeld wordt.

Gelukkig biedt de wet wel handvatten, voegde hij eraan toe. ‘De cliëntenraad dient regelmatig de wensen en meningen van de cliënten te toetsen’, zei hij. ‘Klankbordgroepen bieden hiertoe in de thuiszorg wel wat mogelijkheden, maar eenvoudig is dit toch niet. De zorgaanbieder kan hierin echter de cliëntenraad behulpzaam zijn. Die houdt immers op gezette tijden cliënttevredenheidsonderzoeken. Van de gegevens die dit oplevert kan de cliëntenraad ook gebruik maken. Werk dus samen. En in die samenwerking is het natuurlijk ook mogelijk om als cliëntenraad gerichte vragen toe te voegen aan de vragen die de zorgaanbieder aan de cliënten wil stellen.’

Workshop presentatie congres clientenraden

Praktisch blijven

Uit de zaal kwam een vraag hoe de cliëntenraad kan worden vormgegeven als sprake is van een zorgaanbieder die zowel intramurale zorg als thuiszorg biedt. Hou het praktisch, was het antwoord van Van Dinteren. Met andere woorden: zorg voor een evenwichtige verdeling in de cliëntenraad. ‘Het moet niet zo worden dat vertegenwoordigers van de intramurale zorg gaan bepalen hoe de zorg voor mensen thuis moet worden vormgegeven’, zei hij. Evenwichtigheid in de cliëntenraad is sowieso essentieel, benadrukte hij. Het is bijvoorbeeld ook niet de bedoeling dat in de cliëntenraad mensen die zelf niet zorgafhankelijk zijn gaan bepalen hoe de zorg voor mensen die dat wel zijn moet worden geboden. En als het gaat om een organisatie die in meerdere regio’s actief is, heeft regionale vertegenwoordiging alleen zin als ook op regionaal niveau beslissingen worden genomen over de organisatie.

Cliëntenraad betrekken

In ieder geval, benadrukte Van Dinteren, is het belangrijk dat de cliëntenraad tijdig bij ontwikkelingen betrokken wordt. Hij zei: ‘In de praktijk hoor je nog wel eens: o ja, het moet nog even langs de cliëntenraad.’ Uit de zaal klonk herkenning. ‘Je moet als cliëntenraad in een veel vroeger stadium bij ontwikkelingen betrokken zijn’, vervolgde hij, ‘de nieuwe wet maakt dit ook expliciet. Het bestuur is verplicht eenmaal per jaar aan de cliëntenraad zijn plannen kenbaar te maken. Dat moment van bekendmaking kun je als cliëntenraad al gebruiken om het bestuur ongevraagde adviezen te geven.’

Een in de zaak aanwezige bestuurder onderkende het belang hiervan. ‘Ik zit mezelf in de weg als ik de cliëntenraad niet bij de beleidsontwikkeling betrek’, zei hij. Dat klopt, want de cliëntenraad heeft het recht naar de geschillencommissie te stappen als ze van mening is dat ze onvoldoende ruimte krijgt om haar taak uit te oefenen. Ook kan ze de landelijke commissie van vertrouwenslieden inschakelen als ze vindt dat het bestuur haar adviezen onvoldoende serieus neemt.

Door: Frank van Wijck

Meer weten

Geplaatst op: 9 december 2019
Laatst gewijzigd op: 9 december 2019