Martin van Rijn: ‘Wat ik ons allen gun is verpleeghuizen die voortdurend bezig zijn met vernieuwen’

De tweede congresdag van Waardigheid en trots, op 4 juli, stond in het teken van het vasthouden van de vernieuwing die in de verpleeghuizen in gang is gezet. Het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg speelt hierbij een belangrijke rol.

Staatssecretaris Martin van Rijn startte in 2015 met het programma Waardigheid en trots. Over de naamgeving heeft hij goed nagedacht, vertelde hij aan de start van de tweede congresdag. ‘Ik ben trots op die twee woorden’, zei hij, ‘omdat ze de twee discussies over verpleeghuiszorg bij elkaar brengen. Iedereen hoopt op een waardige plek op het moment dat hij afhankelijk wordt van verpleeghuiszorg, en we mogen best wat meer trots zijn op die zorg. Er wordt heel hard gewerkt aan kwaliteitsverbetering. En over die kwaliteit kun je heel abstract praten – in termen van veiligheid bijvoorbeeld – maar nu daarin al heel veel stappen zijn gezet wordt het tijd om vooral ook na te denken over kwaliteit van leven. Natuurlijk is ons ultieme streven daarin, het wonen in het verpleeghuis zoveel mogelijk als thuis laten zijn, nooit helemaal haalbaar. Maar zaak is wel dat we luisteren naar wat bewoners willen en dat we dat faciliteren.’

Demissionair Staatssecretaris Martin van Rijn
‘Ik ben trots op die twee woorden’, zei hij, ‘omdat ze de twee discussies over verpleeghuiszorg bij elkaar brengen. Iedereen hoopt op een waardige plek op het moment dat hij afhankelijk wordt van verpleeghuiszorg, en we mogen best wat meer trots zijn op die zorg. Er wordt heel hard gewerkt aan kwaliteitsverbetering.

Van Rijn zegt er niet bang voor te zijn dat het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg ertoe zal leiden dat alle kwaliteitsaspecten rondom verpleeghuiszorg weer in regels en vinkjes zullen vervallen. ‘Het schetst het kader maar biedt juist ook ruimte aan de verpleeghuizen om de context bepalend te laten zijn’, zei hij. ‘Daarom gebruiken we in relatie tot dat kwaliteitskader ook die term contextgebonden zorg.’

Kwaliteit zichtbaar maken

In de totstandkoming van het Kwaliteitskader speelden de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en Zorginstituut Nederland (ZiNL) een prominente rol. ‘Dat Kwaliteitskader gaat over iets wat ons alle drie raakt, namelijk zorg voor kwetsbare ouderen in het verpleeghuis’, zei Marian Kaljouw, bestuursvoorzitter van de NZa. ‘Ook ons werk moet daarop terug te voeren zijn, ook op het punt van de financiering van die zorg dus.’

Het raakt niet alleen alle drie die partijen, stelde Van Rijn, het heeft ook voor alle drie gevolgen en niet alleen voor de verpleeghuizen zelf. Hij zei: ‘ZiNL zet niet langer de lijstjes, de vinkjes centraal, maar de contextgebonden zorg. De NZa moet op een andere manier naar de kostprijzen gaan kijken. En de Inspectie heeft een nieuwe rol in hoe ze toezicht houdt.’

Met dat Kwaliteitskader is het fundament gelegd voor verdere kwaliteitsverbetering in verpleeghuiszorg, maar inderdaad ook voor het toezicht daarop, stelde Ronnie van Diemen, inspecteur generaal voor de gezondheidszorg bij de IGZ. ‘Kwaliteit is een mooi begrip’, zei ze, ‘maar het moet worden vertaald naar de vraag wat goede, persoonsgerichte zorg is. Belangrijk voor ons in het toezicht is het lerend vermogen van de organisatie, een uitgangspunt dat terecht heel sterk in het Kwaliteitskader is neergezet. In de totstandkoming van het document hebben we ook benadrukt hoe essentieel dit voor ons was.’

De rol van de media

Het is duidelijk dat dit uitgangspunt een andere vorm van toezicht vereist dan verpleeghuizen van oudsher van de IGZ gewend zijn. Van Diemen was het hiermee eens. ‘Wij vertalen het in ons toezicht door observerend te kijken wat er in de praktijk gebeurt en op basis daarvan het gesprek aan te gaan met de medewerkers over waarom ze doen wat ze doen’, vertelde ze.

- Marian Kaljouw - NZa
click to tweet Het is belangrijkdat we nu in de #verpleeghuiszorg een krachtenbundeling voorstaan die alleen maar winnaars kent

Wat echter vooralsnog niet verandert, is hoe de media reageren als er iets fout gaat in een verpleeghuis. Toch zal dat gaandeweg wel anders worden, stelde Arnold Moerkamp, voorzitter van ZiNL. Hij zei: ‘Met het Kwaliteitskader hebben we voor het eerst als partijen in de publieke en de private sector de handen ineen geslagen om een belangrijke maatschappelijke klus te klaren. We staan nu veel sterker in het realiseren van deze uitdaging.’ Toch is het een illusie te denken dat zich geen incidenten meer zullen voordoen, stelde Kaljouw. ‘Het is dus belangrijk te benadrukken dat we nu in de verpleeghuiszorg een krachtenbundeling voorstaan die alleen maar winnaars kent’, zei ze, ‘los van incidenten en gericht op kwaliteit.’ Wel zal het soms echt nodig blijven om maatregelen te nemen, stelde Van Diemen. ‘Dat zal zo blijven, maar tegelijkertijd zien we wel dat iedereen in de verpleeghuiszorg de laatste jaren heel nadrukkelijk bezig is met een kwaliteitsverbeteringsslag. Die beweging is echt een andere dan in het verleden. We voeren al meteen het goede gesprek.’

Vragen uit de zaal

Vanuit de zaal kwam de vraag hoe je het Kwaliteitskader moet toepassen als je niet alleen verpleeghuiszorg levert, maar ook wijkverpleging en thuiszorg. Een dilemma dat Van Diemen heel goed zei te herkennen. ‘Het is ook voor ons de vraag hoe we bij zulke aanbieders het best toezicht kunnen gaan houden’, zei ze. ‘We zijn intern en ook met aanbieders in gesprek over de vraag of dit tot een andere manier van toezichthouden moet leiden.’

En wil IGZ daarin dan ook blijven samenwerken met de Arbeidsinspectie, vroeg iemand anders zich af. ‘Die samenwerking was een experiment waarvan wij hebben geleerd dat onze doelen hetzelfde zijn maar onze talen erg verschillend’, zei Van Diemen. ‘We gaan kijken hoe we dat bij elkaar kunnen brengen.’ Een van de aanwezigen sprak de wens uit dat ook de Arbeidsinspectie zich meer gaat richten op leren en ontwikkelen.

De balans bewaken

Iemand anders wilde weten hoe je als zorgaanbieder in het Kwaliteitskader de balans kunt bewaken tussen kwaliteitsnormen en de ruimte om daar creatief mee om te gaan. Van Rijn stelde dat dit niet alleen een dilemma is in het toezicht door de IGZ maar ook een politiek dilemma. ‘De kern is dat we de balans blijven organiseren tussen doen wat goed is voor je cliënten en leren van anderen’, zei hij. ‘Het Kwaliteitskader kan daarin als beweging zeker helpen.’

Maar hoe gaat de IGZ dat lerend vermogen toetsen? ‘Daarover zijn we druk in gesprek met zorgprofessionals’, zei Van Diemen. ’Heel belangrijk in dit kader is dat leernetwerken ontstaan waarin de vraag wordt gesteld “Wat maakt dat de zorg vandaag goed ging en wat zou beter kunnen?”. Op dat gesprek zullen we erg gaan letten.’

Extra geld

Natuurlijk kon niet de vraag uitblijven hoe de ruimte om een lerende organisatie te zijn zich verhoudt tot de werkdruk in verpleeghuizen en de personeelskrapte. ‘We moeten niet onze ogen sluiten voor het feit dat de aandacht die we nu voor kwaliteit vragen ook een financiële component heeft’, zei Van Rijn. ‘Er is al wat extra geld beschikbaar gekomen en ik raad iedereen aan de komende dagen de kranten in de gaten te houden. Demissionair of niet, we moeten als kabinet toch de begroting voor 2018 opstellen en daarin willen we structureel extra geld beschikbaar stellen voor de verpleeghuizen. Waarbij we natuurlijk wel zullen kijken naar de vraag of het geld wel ingezet wordt voor de zorg en niet voor andere zaken.’

Meer tijd, aandacht en vaste medewerkers voor bewoners verpleeghuizen
Tijdens het Waardigheid en trots-congres kondigde Staatssecretaris Martin van Rijn het al aan. Bewoners van verpleeghuizen en hun naasten kunnen volgend jaar rekenen op meer tijd, aandacht en vaste medewerkers die zij kennen. Verplegenden en verzorgenden in de verpleegzorg kunnen rekenen op duizenden extra collega’s.

Lees het nieuwsbericht dat in de middag van het congres in de krant gepubliceerd werd

In aanvulling hierop zei Kaljouw: ‘Toen het Kwaliteitskader er lag heeft de staatssecretaris aan ons gevraagd om een impactanalyse te maken. We hebben dit samen met de verpleeghuizen gedaan. De uitkomst is dat de implementatie van dat kwaliteitskader echt wel geld gaat kosten. Dat geld komt er ook en je kunt dat vervolgens wel massaal de verpleeghuizen in sturen, maar dan heeft de ene aanbieder teveel en de andere te weinig. We hebben dus ook meteen gekeken naar welke verpleeghuizen al bijna aan het kwaliteitskader voldoen, zodat we die als voorbeeld kunnen gebruiken voor de andere.’

Vooral dat laatste zei Van Rijn heel belangrijk te vinden. ‘Het heeft ook te maken met emancipatie van de verpleeghuizen’, zei hij. ‘Het gaat er niet alleen om als zorgaanbieder je eigen kwaliteit te verbeteren, maar om ook voortdurend bezig te zijn met vernieuwen. Denk aan bestuurders die bij elkaar komen om kennis te delen en zo elkaar verder te helpen, aan brancheorganisaties die best practices over het voetlicht brengen. Een verpleeghuiszorg met mensen die voortdurend met verbetering van het vak bezig zijn. Dat gun ik ons allemaal.’

Meer weten


Geplaatst op: 5 juli 2017
Laatst gewijzigd op: 17 juli 2017