Marius Buiting: ‘De laatste levensfase is modderen. Ontken dat niet’

Het is goed dat het nieuwe kwaliteitskader voor de ouderenzorg er is gekomen, maar hoe moet daaraan nu in de praktijk invulling worden gegeven? Marius Buiting, directeur van NTVZ toezichthouders in zorg & welzijn, onderstreepte daarbij hoe belangrijk het is om kwaliteit vooral te vertalen als: van betekenis zijn voor het individu.

Het gebeurt wel vaker dat mensen tot een beleidsverandering worden aangezet door iets wat ze in hun persoonlijke leven meemaken, stelde Marius Buiting, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in de Zorg (NTVZ) tijdens zijn lunchlezing bij Vilans op 30 januari. ‘Dat was ook wat bij de staatssecretaris gebeurde toen de berichtgeving over zijn ouders in relatie tot de ouderenzorg in de media kwam’, riep hij in herinnering. ‘Een ander bekend voorbeeld is Bas Bloem, die door een confrontatie met Parkinson in zijn eigen omgeving werd aangespoord om de stap te zetten naar ParkinsonNet. Maar om terug te keren naar de ouderenzorg: Martin van Rijn werd vanuit een persoonlijke drijfveer uitgedaagd om op een andere manier te gaan kijken naar het begrip kwaliteit in de ouderenzorg. Hij besloot hiervoor tot oprichting van een denktank, de Gideonsbende, met diverse mensen uit het zorgveld.’ Een van hen is Marius Buiting.

Ander vertrekpunt

De eerste boodschap die de Gideonsbende aan Van Rijn meegaf, was: probeer je niet teveel door de media en de Tweede Kamer te laten verleiden om de incidenten in de ouderenzorg centraal te zetten. Buiting: ‘Dat heeft namelijk een negatief motivationeel effect op de mensen die in de zorg werken. Probeer veeleer de goede voorbeelden in het licht te plaatsen.’

Wat de Gideonsbende Van Rijn ook voorhield, was dat het waardevol was om vanuit een ander vertrekpunt naar de ouderenzorg te kijken. ‘We moeten onder ogen zien dat de laatste fase van het leven moeizaam is’, zei Buiting. ‘Het is modderen en je weet één ding zeker: het gaat achteruit. Onze boodschap was: ontken dat niet. Het medisch model geldt niet meer in die fase. Het gaat erom om – zoals Atul Gawande het stelde – een mens van één dag te zijn. Die dag moet het waard zijn om geleefd te worden en we moeten proberen die dag zo dragelijk mogelijk te maken.’

Kwaliteitskader

Buiting stond stil bij de totstandkoming van het onlangs gepubliceerde nieuwe kwaliteitskader voor de ouderenzorg. ‘Bij de discussie hierover werd in eerste instantie naast de Gideonsbende ook een klankbordgroep van de belangenorganisaties betrokken’, vertelde hij. ‘Zowel de Gideonsbende als de maatschappelijke organisaties waren betrokken bij de ontwikkeling van het kwaliteitskader en uiteindelijk is het door het Zorginstituut definitief vastgesteld.’

De vraag is echter hoe de uitgangspunten van dit nieuwe kwaliteitskader nu in de praktijk vorm te geven. Dit vraagt om het toevoegen van meer hart en dialoog, stelde Buiting. ‘We moeten toe van kruispunten naar rotondes’, vertelde hij. En ter verduidelijking trok hij de vergelijking met het wegverkeer: rotondes houden mensen waakzaam omdat ze zelf verantwoordelijkheid moeten nemen, terwijl kruisingen met stoplichten juist de gevaarlijkste plekken in het wegverkeer zijn omdat ze de verantwoordelijkheid bij mensen wegnemen.

‘Misschien is in de zorg teveel ingezet op de verkeerde dingen’, zei hij. En hij stelde dit ook te hebben gemerkt in de zorg voor zijn dementerende moeder. ‘In de familie zeiden we vaak: hoe hoger geschoold, hoe minder waardencreatie’, zei hij. Wat het meeste waarde toevoegde aan haar laatste levensfase, was liefdevolle zorg die vooral gegeven werd door mantelzorgers, zorgzame buren en ervaringsdeskundigen. Het leek wel alsof zij hun intuïtie en vanzelfsprekendheid niet verloren hadden.’

Aandachtspunten

Buiting presenteerde in zijn lezing een aantal punten die de Gideonsbende in de discussie over het nieuwe kwaliteitskader aan de orde had gesteld. In de eerste plaats het gegeven dat kwaliteit en belangen vaak met elkaar worden vermengd. ‘Bij kwaliteit moet het gaan over betrokkenheid en  vernieuwende manier van denken’, stelde hij. Ook stelde hij dat we niet moeten proberen het veld van de modderige problemen dat de laatste levensfase te plaveien. ‘Durf de complexiteit toe te geven’, zei hij. ‘En durf daarbij te blijven uitgaan van de eigenwaarde van het individu.  Bij incontinentie kun je kiezen voor een permanente luier, maar je kunt ook accepteren dat het eens een keer misgaat en daar liefdevol mee omgaan.’

Een andere boodschap: laat je niet leiden door de media. En: breng het gewone in kaart om te zien wat daarin goed gaat. Ter verduidelijking vertelde Buiting bij dit laatste dat zijn moeder tegen het einde van haar leven soms angstig was. ‘Een ervaringsdeskundige begeleider nam dan de tijd om haar even in haar armen te nemen en te wiegen’, zei hij. ‘Dat heb ik een arts nog nooit zien doen, die zou eerder een CT-scan laten maken.’ Die ruimte voor een verzorgende ontstaat als de organisatie de medewerkers in de frontlinie de ruimte geeft en niet van het werk houdt met kwaliteitsuitvraag.

Naar een ecosysteem

Nederland heeft een goede, maar ook een verkokerde zorg, stelde Buiting. ‘De zorg moet loskomen van de deelbelangen en toegroeien naar een ecosysteem’, stelde hij. Ook de naasten van de cliënt hoort daar deel van uit te maken. ‘Ik had graag gezien dat mijn broer – die de primaire mantelzorger voor mijn moeder was – eens wat uitleg van de zorgaanbieder had gekregen over de zorg’, zei Buiting, ‘maar er is nauwelijks een relatie tussen het formele en het informele circuit.’ Als andere mantelzorger zag Buiting dat hij ook een rol kon spelen door er niet alleen te zijn voor zijn moeder, maar ook voor zijn broer. Door net als hij op gezette tijden te overnachten bij zijn moeder ontlastte hij niet alleen zijn broer, maar leerde hij ook facetten van zijn moeder kennen die tot die tijd ongekend waren gebleven voor hem. ‘Ze leerde mij om de rust te nemen om naar de zonsondergang te kijken niet alleen het vreselijke van het ouder worden te zien’, zei hij. In het verlengde hiervan ligt het advies om de zorg voor ouderen te zien als het creëren van waarde.

Van betekenis zijn

Toezichthouders raadde Buiting aan om ook eens de organisatie in te gaan en op die manier niet alleen te oordelen op wat meetbaar is, maar ook op wat merkbaar is. Professionals raadde hij aan om niet alleen lineair te denken, langs de lijnen van protocollen en richtlijnen, maar iteratief. Ter illustratie vertelde hij hoe zijn moeder na een val in het ziekenhuis belandde en hoe haar zoons haar tegen het doktersadvies in weer meenamen in plaats van haar daar een nacht ter observatie te houden. Zij zagen hoe vermoeid en gedesoriënteerd van die ziekenhuisomgeving werd, de arts had alleen het protocol voor ogen, dat weliswaar geschikt is voor een jongere die een hockeybal tegen het hoofd krijgt maar in deze specifieke context geen waarde toevoegde.

Een laatste advies was: denk goed na voordat je iets doet en denk tijdens dat doen nog steeds na. ‘Wees waakzaam op het creëren van continue verbetering’, zei Buiting hierbij. Samenvattend stelde hij dat de discussie over kwaliteit niet over waarden en normen moet gaan, maar over van betekenis zijn voor het individu. ‘Het gaat om leren’, zei hij, ‘en in de ouderenzorg valt nog veel te leren. Veiligheid is daarbij veel meer een benaderings- en dialoogkwestie dan een hard gegeven. Een voorbeeld: in haar dementie ging mijn moeder terug naar haar verleden. Van haar ouders had ze geleerd haar handen te wassen met zeep. Ze is dit tot de laatste dagen van haar leven blijven doen. Met zo’n etherpompje dat je tegenwoordig overal in de zorg tegenkomt was dat nooit gelukt. Wat is dan veiligheid?’

Verslag door Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 20 februari 2017
Laatst gewijzigd op: 1 april 2019