Korsakov-syndroom: dilemma’s rond diagnostiek en gestoord ziekte-inzicht

Mensen met het syndroom van Korsakov kunnen boos en opstandig zijn: hun geheugen en planningsvaardigheden zijn aangedaan. Vaak begrijpt iemand de eigen behandeling niet doordat het hij onvoldoende ziekte-inzicht heeft.

Een filmpje illustreert dit treffend tijdens de workshop van klinisch neuropsycholoog Serge Walvoort (Vincent van Gogh, Venray): een Korsakov-patiënt geeft duidelijk aan dat ze wil vertrekken uit de beschermde woonvorm. Maar ze kan niet in actie komen om deze stap daadwerkelijk nog te kunnen zetten. Ze is boos en verbitterd.

Deelnemers aan het druk bezochte het Atlant-symposium rond zorgdilemma’s bij  het syndroom van Korsakov herkennen veel in het filmpje. “Ze begrijpt écht niet waarom ze in deze situatie zit”, stelt iemand. Serge Walvoort gaat onder meer in op wat zo’n gebrek aan ziekte-inzicht betekent voor diagnose en behandeling. Belangrijke vragen: wat is ziekte-inzicht, hoe meet je het en hoe beïnvloedt het de diagnostiek?

Piramide

“Ziekte-inzicht gaat verder dan ziektebesef. Bij ziektebesef weet iemand dat er iets aan de hand is. Bij ziekte-inzicht is hij beter in staat over zichzelf na te denken. Hij beseft dat hij abnormale symptomen heeft die horen bij een stoornis die behandeld moet worden.” Meerdere keren laat Walvoort een piramide zien die is onderverdeeld in een basis, een middenstuk en een top. Daartussen horizontale lijnen. “Zo kun je je ziekte-inzicht voorstellen. Het onderste gedeelte is: weten dat er iets aan de hand is. Het niveau daarboven betekent weten dat er iets aan de hand is en ervoor kunnen compenseren. Het hoogste niveau van ziekte-inzicht is weten dat er iets aan de hand is, ervoor kunnen compenseren en kunnen anticiperen op de toekomst. Het model van cognitief functioneren van Allen kan hier worden ingevoegd. Hierin is aandacht de cognitieve basis, met daarboven het geheugen en als meest complex cognitief domein het plannen en organiseren van het eigen gedrag.

Ziekteinzicht Korsakov

Iemand zonder ziekte-inzicht begrijpt de situatie niet en heeft onrealistische verwachtingen: ‘Morgen ga ik weer aan het werk.’ Hij is niet of minder gemotiveerd om mee te werken aan de behandeling, verzet zich ertegen of breekt haar af. Verminderd of afwezig ziekte-inzicht kan een psychologische of neuropsychologische oorzaak (hersenletsel) hebben. De neuropsycholoog laat beelden van hersenen zien met daarop precies aangegeven welke delen en verbindingen tot welke cognitieve problemen leiden en hoe gestoord ziekte-inzicht hiermee samenhangt.

Wat wil je weten en waarom?

In het diagnostisch proces is het van belang om je niet alleen te baseren op de uitkomst van één test of één vragenlijst. Een vragenlijst die meet in hoeverre er sprake is van gestoord ziekte-inzicht is de Q8-lijst. Deze korte vragenlijst wordt door de persoon ingevuld en beoordeeld door iemand die de persoon goed kent. Op deze manier voorkom je de vertroebeling die bij zelfrapportagevragenlijsten vaak optreedt – enerzijds door effecten van alcoholonthouding en anderzijds door cognitieve problemen. “Vraag je bij het gebruik van elke test of vragenlijst goed af wat je wilt weten en waarom. Wat beoogt zo’n vragenlijst of test te meten? En: houd altijd het opleidingsniveau van de invuller in gedachten als je een test of lijst beoordeelt, bijvoorbeeld een cognitieve screener als de MoCA (Montreal Cognitive Assessment).”

Een goede diagnose bepaalt waar iemand zich bevindt op de lijn tussen zelf iets nog wel en zelf iets niet meer kunnen. Afhankelijk van hoezeer iemands cognitieve vaardigheden zijn beschadigd, bepaal je waarop je inzet met de behandeling. Ga je trainen op het herstel van de cognitieve functies of op het compenseren van de inmiddels verloren functies? Het concept ‘foutloos leren’ kan een goed instrument zijn.

Hoge hakken op de gang

“Kijk ook hoe iemand een test maakt of lijst invult, mis niks”, drukt Walvoort de deelnemers op het hart. Observaties tijdens het uitvoeren van een dergelijke taak kunnen iets zeggen over hoe de behandeling vervolgens vormgegeven moet gaan worden en waarmee rekening gehouden moet worden “Iemand was bezig de MoCA-test in te vullen en gaf volgens de opdracht bij elke ‘A’ en tik op de tafel. Maar daarmee hield hij opeens op. Hij werd afgeleid door een medewerkster die met hoge hakken de gang op kwam lopen…” Serge Walvoort concludeert: “De kans is groot dat deze persoon in een groep snel is afgeleid.”

Ken je patiënt!

Serge Walvoort besteedt ook aandacht aan de onthouding van alcohol: abstinentie. “Daarbij helpt het als iemand kan doen wat hij leuk vindt. En om te weten wat iemand graag doet of deed, moet je je patiënt kennen. Dat is heel belangrijk.”

Verslag door Linda van Ingen

Meer weten


Geplaatst op: 15 mei 2018
Laatst gewijzigd op: 17 mei 2018