Kees van der Burg (VWS): ‘Dit is hét moment om de kwaliteitsverbetering in de verpleeghuiszorg vorm te geven’

Het congres Thuis in het verpleeghuis vandaag op 2 juli in het World forum in Den Haag, markeert een belangrijk moment in de verpleeghuiszorg. De combinatie van het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg en de extra financiële middelen voor personele inzet garanderen dat er alle ruimte is om kwaliteitsverbetering nú vorm te geven.

‘Het gaat niet alleen om de regels en de pegels, maar vooral ook om het organiseren van de zorg.’ Met deze binnenkomer zette Kees van der Burg (directeur generaal langdurige zorg bij VWS) tijdens de openingssessie van het congres Thuis in het verpleeghuis meteen de toon. ‘Een dag als deze is belangrijk’, benadrukte hij. ‘En hij komt op een uniek moment, want het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg en de extra financiële middelen die beschikbaar gesteld zijn voor verpleeghuiszorg, stellen de verpleeghuizen optimaal in staat om in kwaliteit de weg omhoog te vinden. Als er nu één moment is waarop we deze stap kunnen zetten – die we allemaal zien dat nodig is – dan is het dit.’

Van der Burg stond in dit verband ook stil bij de nota Thuis in het verpleeghuis. ‘Die faciliteert wat het kwaliteitskader stelt als opdracht aan de verpleeghuizen’, zegt hij. ‘Feitelijk is het een implementatieprogramma dat iedereen in staat stelt om invulling te geven aan dit kader. Met Thuis in het verpleeghuis gaan we nog intensiever door op de weg die we met Waardigheid en trots al ingeslagen waren. “Op elke locatie” benadrukt hoe belangrijk het is dat het niet op bestuurlijk niveau blijft hangen.’

Persoonsgerichte oplossingen zoeken

Heel open vertelde Van der Burg aan het publiek hoe hij afgelopen weekend nog bij zijn vader in het verpleeghuis op bezoek was. ‘Hij verkeert nu in het vergevorderd stadium van dementie’, zei hij, ‘en is daarin ineens angstig geworden voor de douche. Wat ik heel mooi vond, was de alertheid van het team om dit te zien en om te bespreken hoe ze tot een oplossing konden komen die bij zijn unieke situatie past en die toch tegemoet komt aan de eisen die de organisatie stelt aan veiligheid en hygiëne. Hij gaat nu in bad en dat vindt hij heerlijk. Mooi dat zo’n oplossing kon worden gevonden. En ook mooi dat er nu meer personeel is. Dat het personeel niet dat kopje koffie neerzet en dan weer wegloopt, maar even tijd en aandacht heeft om een bewoner in de ogen te kijken.’

Hij zei bij de medewerkers in de verpleeghuizen soms nog ongeloof te bespeuren over de continuïteit van de extra middelen die die ruimere personele inzet mogelijk maken. ‘Maar vertrouw daarop’, hield hij de aanwezigen voor. ‘En besef ook dat wij het hitteschild voor jullie willen zijn om jullie die financiële zekerheid te bieden en om te voorkomen dat jullie met méér uitvraag worden geconfronteerd dan alleen de zaken die samenhangen met het kwaliteitskader.’

De verandering faciliteren

Na het korte gesprek met Van der Burg haalde dagvoorzitter Lennart Booij ook Lisa Bennink (specialist ouderengeneeskunde in opleiding), Henk Smets (voorzitter cliëntenraad Zorgsaam) en Charlotte de Schepper (Zorgverzekeraars Nederland) op het podium. Bennink heeft in het kader van haar opleiding de afgelopen jaren in diverse verpleeghuizen gewerkt. Een mooie manier om te leren hoe de verpleeghuiszorg in 2013 was georganiseerd en hoezeer die zorg nu is veranderd, vind ze. ‘Ik laat zeker van me horen als dingen niet goed gaan’, zei ze, ‘al vind ik dat soms nog wel lastig nu ik nog in opleiding ben. Niet iedereen is even veranderingsgezind. Maar ik besef ook hoeveel er op ze afkomt. De bewoners van nu zijn echt mensen die veel zwaardere zorg nodig hebben dan die van vijf jaar geleden.’

Die verzwaring van de verpleeghuiszorg is al jaren aan de gang maar gaat nu ineens heel snel, zei Van der Burg. ‘Het kwaliteitskader kijkt ook vanuit dat perspectief’, zei hij, ‘en faciliteert die ook. Maar daarnaar handelen vergt inderdaad wel wat van mensen.’ Smets haakte hierop in: ‘Mensen wonen nu veel korter in het verpleeghuis dan in het verleden, maar ze kunnen nog wel degelijk van betekenis zijn om de zorg beter te maken. Betrek ze dus, om te zorgen dat ze ook in die laatste fase nog een waardevol leven kunnen leiden.’ Als voorbeeld noemde hij de maaltijden, die tegenwoordig worden verzorgd door een cateraar. Maar dit neemt niet weg dat de bewoners een stem willen hebben in wat zij bij de maaltijden krijgen. ‘Dat hebben we aangekaart en dat vond ook gehoor bij de locatiemanager en bij het bestuur’, zei hij. Voor veel aanwezigen bleek het een eyeopener te zijn de bewoners op deze manier bij de maaltijdvoorziening te betrekken.

Goede samenwerking met de zorgkantoren

De Schepper ging in op de waarde van het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg voor de zorgkantoren. Die kunnen goed met dat kwaliteitskader uit de voeten, stelde ze, omdat het heel concreet beschrijft wat goede kwaliteit van verpleeghuiszorg is. ‘Hieraan invulling geven betekent ook voor de zorgkantoren een verandering’, vertelde ze. ‘De kwaliteitsplannen die de verpleeghuizen schrijven bieden de juiste basis om in de dialooggesprekken te beschreven hoe we samen de gewenste kwaliteitsverbetering kunnen vormgeven. Bij die gesprekken is altijd iemand van de raad van bestuur aanwezig, maar het is voor ons een voorwaarde dat er ook medewerkers en vertegenwoordigers van de cliëntenraad bij zijn.’

Bennink zei desgevraagd dat het beeld dat veel zorgmedewerkers van de zorgkantoren hebben niet klopt. Zij staan wel degelijk open voor een gesprek over mate en detail van rapporteren. En opnieuw haakte Smets hier vanuit het bewonersperspectief op in. ‘Als je vanuit de bewoner denkt, kun je heel goed uitleggen waarom je van regels afwijkt’, zei hij. ‘Het gaat om wat de bewoner wil, dus ga met hem in gesprek en zorg dan ook dat het gebeurt.’ Toch zit hier wel een spanningsveld, zei Bennink, omdat het gaat om mensen die erg ziek zijn. ‘De opdracht aan ons is dus om richting de familie aan verwachtingsmanagement te doen’, zei ze. ‘Als ik websites van verpleeghuizen bekijk, zie ik vaak dat de beelden van mensen daarop ver afstaan van wat verpleeghuiszorg naar mijn beleving is.’

De politiek is heel goed doordrongen van het feit dat verpleeghuiszorg anders is dan die beelden doen geloven, stelde Van der Burg. ‘De nota Thuis in het verpleeghuis gaat meteen in de eerste alinea in op het gegeven dat opname in het verpleeghuis geen keuze is maar iets wat gepaard gaat met heel veel verdriet’, zei hij. ‘Dat hoef je de politiek niet uit te leggen. Ik erger me ook wel eens aan de beelden die ik op websites zie.’

Gezamenlijke opdracht

Booij vroeg zich af of de kwaliteitsverbetering in de verpleeghuizen wel snel genoeg gaat. Voorafgaand aan zijn gesprek met Van der Burg had hij een kort gesprekje met een zorgaanbieder in de zaal. Die vertelde dat het niet altijd makkelijk was om kennis uit te wisselen met andere verpleeghuizen, omdat nog wel eens sprake kan zijn van concurrentiedenken. De Schepper benadrukte dat dit leren van elkaar voor de zorgkantoren juist heel belangrijk is. En Van der Burg was heel uitgesproken. ‘Juist daarom organiseren we deze bijeenkomsten’, zei hij. ‘Ik zou boos worden als ik merk dat bestuurders uitgaan van concurrentie. Dan ben je echt fout bezig. Je kunt je dat niet permitteren, gelet op de opdracht waar we gezamenlijk voor staan.’

Als afsluiting van de plenaire sessie mochten de vier sprekers op de knop drukken waarmee de vernieuwde website van Waardigheid en trots werd onthuld.

Verslag door Frank van Wijck

Meer weten

Geplaatst op: 2 juli 2018
Laatst gewijzigd op: 3 juli 2018