Introductiebijeenkomst ‘Indicatiestelling’: laatste groep deelnemers met regelruimte

Op 10 december 2015 vond de laatste introductiebijeenkomst plaats van deelnemers aan het programma Waardigheid en trots – Ruimte voor verpleeghuizen, die extra regelruimte nodig hadden om met hun verbeterplan aan de slag te gaan. De laatste groep die daarmee van start gaat bestaat uit 7 organisaties die geclusterd zijn op het thema ‘Indicatiestelling’.

Experiment Regelarme Instellingen (ERAI)

De rode draad in de projectplannen richt zich op het toepassen van de uitgangspunten van het ERAI- traject. ERAI staat voor Experiment Regelarme Instellingen.
ERAI is al sinds 2012 gestart bij een beperkt aantal instellingen en binnen het thema ‘regelarm’ is ook veel aandacht voor het proces van indiceren. ERAI heeft laten zien dat op diverse punten het indicatieproces vereenvoudigd, efficiënter en sneller toegepast kan worden.  Dat betekent veranderingen op het gebied van procedures en binnen de samenwerking tussen aanbieders en CIZ. Alles is er op gericht dat de klant zo min mogelijk hinder ondervindt van de administratieve processen en dat de juiste zorg zo snel mogelijk kan starten als dat nodig is.

Uitgangspunten en ambities

Themacoördinator Brenda Klos-Berkhout opende de startbijeenkomst. Brenda komt uit de gehandicaptenzorg en is jarenlang als aandachtfunctionaris indicatiestelling bij een landelijke zorgorganisatie betrokken geweest bij het inrichten van het proces van indicatiestelling, het ontwikkelen van zorgzwaartepakketten, en zij heeft meegedacht over taakmandatering en alle aanverwante thema’s. Zij is ook directeur van een welzijnsorganisatie voor mensen met een beperking, in de regio Zuid- Kennemerland.

Na de kennismakingsronde vertelt Merel Gosens, projectleider Waardigheid en trots – Ruimte voor verpleeghuizen vanuit VWS over de uitgangspunten en ambities van het programma. Gosens: “Er was veel (negatieve) aandacht in media voor verpleeghuizen, en weinig oog voor alle mooie ontwikkelingen in dit veld. Er is in het afgelopen jaar al heel veel gedaan om het imago te verbeteren, waardoor het beeld al verbeterd is. Er is vanuit VWS en de sector veel aandacht voor het verbeteren van de kwaliteit en de focus werkelijk te hebben op de klant en zijn welbevinden. Binnen het programma Waardigheid en trots is er nu veel ruimte en veiligheid gecreëerd om op allerlei relevante thema’s samen te werken, kennis te delen en de kwaliteit te verhogen.”

Programmastructuur

De organisaties hebben allen projectplannen ingediend waar zij de komende 2 jaar aan gaan werken. De themacoördinator onderhoudt het contact met de organisaties, is aanspreekpunt en draagt zorg voor kennisdeling en kennisvergroting. Daarnaast onderhoudt de themacoördinator het contact met de stakeholders en brengt verbinding tot stand tussen de partijen die elkaar nodig hebben of iets aan elkaar kunnen ontlenen. Communicatie en het gebruik van de media is erg belangrijk in dit programma. Er is veel aandacht voor de ‘parels’, de best practices rondom de diverse thema’s, waarbij de focus is om deze goede voorbeelden naar buiten te brengen en te delen met de wereld om ons heen.

Inhoud projectplannen

Deze groep bestaat uit 7 organisaties: Opella, Magentazorg, NNCZ, Norschoten, Vilente, WelThuis, ZuidOostZorg.

De rode draad in de projectplannen van de organisaties richt zich op:

  •  het vereenvoudigen van het indicatieproces. Hierbij is aandacht voor vormen van mandatering, een betere aansluiting van zorgvragen met de zorgprofielen, versnellen van de doorlooptijd zodat de zorg snel en op tijd kan starten
  • het verbinden van de Wet langdurige zorg (Wlz) met de Wmo-procedures en samenwerking met andere partners in het veld.

De plannen beschrijven ambities om veel beter aansluiting te vinden bij de zorg die al thuis geboden wordt. Denk aan intake en indicatieaanvraag dichtbij de klant regelen, in de vertrouwde omgeving door mensen die de klant kennen, zoals de wijkverpleegkundige. De beweging om mensen zo lang mogelijk thuis te laten wonen en  verpleegzorg in de thuissituatie te kunnen leveren, ontwikkelt een grote behoefte om de lijnen kort te houden. Beschikbare informatie moet zoveel mogelijk benut worden en het betrokken netwerk behouden blijven. Ook is de behoefte groot om ontschotting van financiering te realiseren en informele en formele zorg te combineren.

Er is nog veel onduidelijkheid bij verwijzing van klanten naar verpleegzorg. Vaak willen mensen nog niet naar het verpleeghuis, of de diagnose is niet duidelijk. Verwijzers weten vaak niet welke indicaties nodig zijn en hoe deze te regelen.

Vanuit de wens van de klant om langduriger thuis te blijven wonen en zorg thuis te ontvangen, ontstaat er een spanningsveld tussen de geïndiceerde zorg en het beschikbare budget. Kan je 24 uur toezicht en ongeplande zorg in de thuissituatie leveren? Diverse aanbieders zijn aan de slag met het inzetten van domotica en werken samen met het informele netwerk.

Presentatie Opella en CIZ over regelarm indiceren

Opella heeft al een aantal jaren ervaring met regelarm indiceren. Samen met het CIZ en een aantal andere organisaties hebben zij binnen de AWBZ en nu de Wlz gezocht naar een vernieuwde werkwijze. Bij de visie die Opella achter het indiceren had, stond klantvolgende bekostiging centraal.
Opella heeft vanuit project ERAI bevoegdheid gekregen om de ingezette werkwijze met een jaar te verlengen. De veranderingen door de stelselwijziging en de invoering  van de Wlz betekenden weer opnieuw onderzoeken wat een geschikte methode was; de indicatie- taal moest ook weer opnieuw aangeleerd worden.

Professionaliteit

Opella benoemde dat  na verloop van tijd weerstand ontstond bij de indicatie-adviseurs binnen de eigen organisatie. De aanmeldfunctionaliteit maakte professionaliteit overbodig. Het werd een ‘kunstje’, ieder wist welk vinkje zou leiden tot welk profiel. Opella wilde terugkeren naar het werkelijk analyseren van het cliënt profiel en dat als leidend laten zijn voor de aanvraag; veel meer contact met de zorgvraag en de persoon achter de vraag.

Opella geeft duidelijk te kennen dat indiceren  een vak is. Om de aanvraag te motiveren wordt een format gebruikt. Op dit format moet een duidelijk, inhoudelijk beeld ontstaan van het zorgprofiel en de diagnose van de klant. Hiervoor moeten de interne adviseurs kennis hebben van het beschrijven van dit profiel.

Er is in grote mate behoefte aan ‘opleiding’ en kennisdeling en richtlijnen hoe op een goede wijze een indicatieadvies te formuleren. Opella werkt hard aan een eigen kennis – en opleidingscentrum om deskundigheid te borgen en er zorg voor te dragen dat het proces van indicatiestellen zo zorgvuldig mogelijk verloopt en zo min mogelijk leidt tot terugkerend contact en herschrijven van adviezen. CIZ erkent dat het formuleren van een advies niet eenvoudig is. Zij denken graag mee, en hebben ook een handleiding opgesteld. Toch moet vooral de praktijk en de contacten tussen het CIZ en de aanbieder leiden tot een juiste werkwijze. Al doende leren…
Opella en CIZ benoemen dat een aanvraag die niet tot een gewenst resultaat leidt, juist een casus is waar veel van geleerd kan worden. Voorop staan de uitgangspunten van W&T: de klant centraal, de rest moet daar dienend aan zijn. Vanuit die gemeenschappelijke doelstelling moet de samenwerking met de klant, zijn netwerk en het CIZ ook vorm krijgen.

Onafhankelijke indicatiestelling

Hoe garanderen jullie onafhankelijke indicatiestelling, vraagt Actiz. Opella legt uit dat is sprake van een  lumpsumafspraak, dus als je hoger indiceert, krijg je daar toch niet meer geld voor. Toetsing is erg belangrijk, juist om de schijn tegen te gaan dat we niet onafhankelijk indiceren, maar ook om kennis op te doen: deskundigheidsbevordering. Elke toetsing wordt opgepakt als een leermoment. Ook voor onafhankelijkheidsborging: De klant heeft recht op een onafhankelijke toetsing door CIZ.  Klantadviseurs werken niet in de lijn bij Opella. Want in de lijn bestaat het risico dat er belangenverstrengeling bestaat. Klantadviseurs zijn expliciet onafhankelijk.

Uit de groep komt de vraag: Kunnen we toewerken naar een situatie van alleen achteraf toetsen? CIZ geeft aan in overleg met VWS te kijken naar het controleren achteraf. Daar wordt nu met 3 organisaties meegewerkt. Uiteindelijk is het een groeimodel. Opella heeft vanaf september achteraf-toetsing van de herindicaties. Voor de nieuwe indicaties is vooraf overleg.

Organisatie en afspraken vanaf de startbijeenkomst

Er zijn vier CIZ adviseurs vrijgemaakt om met de zorgaanbieders te gaan samenwerken. Iedere zorgorganisatie krijgt een vast CIZ-contactpersoon. CIZ leidt de indicatiestellers in de organisatie niet op. Wel geven zij tips waar je op moet letten. Het CIZ en Opella adviseren om de deskundigheid eerst in een kleine groep te ontwikkelen, daarna kan je de kennis uitrollen.  Op de inhoudelijke kant is het vooral learning by doing, met CIZ als hulplijn.

  • De themacoördinator komt in de eerste 2 weken van januari langs op intake gesprek.
  • CIZ deelt hun contactpersonen in, en plant in de tweede week van januari kennismakingsgesprekken en maakt afspraken over de start van de werkwijze
  • Organisaties leveren gegevens aan over te verwachten indicatiesaanvragen in 2016
  • CIZ regelt toegang tot Portero / ontsluiting tot ERAI
  • CIZ past de huidige handleiding aan. De bestaande handleiding wordt alvast doorgemaild.
  • De UZI-pas is nodig. Het aanvraagtraject duurt zes weken. Alleen indien de pas nog niet aanwezig is.
  • De themacoördinator verzamelt alle gegevens en stuurt dit door aan CIZ.
  • Eind februari, als iedereen begonnen is, plannen we een eerste themabijeenkomst voor projectleiders en indicatie adviseurs in de instelling, samen met het CIZ
  • De themacoördinator onderhoudt ondertussen contact met projectleiders en signaleert als er behoefte is aan andere kennis of informatie uitwisseling. In dit traject is er intensieve samenwerking tussen organisaties om zoveel mogelijk van elkaar te leren en elkaar ook verder te helpen.

Meer weten

Lees ook de verslagen van de andere introductiebijeenkomsten van december 2015:

 


Geplaatst op: 21 januari 2016
Laatst gewijzigd op: 8 februari 2016