Hugo de Jonge: ‘Straal je trots uit op wat tot nu toe al is bereikt’

De beweging Thuis in het verpleeghuis heeft een enorme dynamiek losgemaakt. In driekwart van de verpleeghuizen ervaren cliënten nabijheid, geborgenheid, vertrouwen, begrip en respect van zorgmedewerkers, concludeert de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd. Nog steeds moet veel werk worden verzet. Maar alle aanwezigen, inclusief minister Hugo de Jonge, tijdens het congres Thuis in het verpleeghuis waren het erover eens dat inmiddels een waardevolle basis voor de toekomst is gelegd.

Openingsfilm Thuis in het verpleeghuis

Als het congres Thuis in het verpleeghuis van 1 juli één ding duidelijk maakt, dan is het wel hoezeer de beweging Thuis in het verpleeghuis. Waardigheid en trots op locatie momentum heeft gekregen. Het aantal deelnemers – 3.000 – was dermate groot dat een deel van hen het plenaire deel niet live in de zaal meemaakte, maar via een videoverbinding in een belendende zaal. Dit congres was bedoeld om te laten zien waar we nu staan met de beweging sinds het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg van kracht is geworden, vertelde dagvoorzitter Lennart Booij in zijn openingswoord, maar ook om in kaart te brengen wat nu nodig is.

plenaire zaal RAI congres Tihv19

Toch is het allereerst zaak om even stil te staan bij de huidige situatie, vond minister Hugo de Jonge.

‘Ik wil even de gelegenheid nemen om te vieren wat in de afgelopen tijd allemaal al is bereikt’, sprak Hugo de Jonge de zaal toe.‘Dat het lukt om in de uitdagende situatie waarin de verpleeghuiszorg zich bevindt te zorgen voor een hogere kwaliteit, waarbij de aandacht voor persoonsgerichte zorg echt structureel is toegenomen, vind ik een compliment waard. En hoewel het natuurlijk waardevol is dat werkgevers de zorgmedewerkers de ruimte bieden om dit congres te bezoeken, vind ik het ook prachtig dat de helft van de aanwezigen in zijn vrije tijd hier naartoe gekomen is.’

De mooie en de moeilijke verhalen

panelgesprek congres Tihv19

Hugo de Jonge kon door fileleed pas aanschuiven toen Booij al het gesprek begonnen was met Korrie Louwers (Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd), Manon Schook (verpleegkundige De Haaglanden), Ageeth Ouwehand (bestuurder beweging 3,0) en Caro Verlaan (senior manager CZ zorgkantoor). Eerder op de ochtend had de Inspectie bekendgemaakt dat de verpleeghuiszorg in Nederland in toenemende mate wordt georganiseerd rondom de behoeften van de cliënt (zie bericht: IGJ: verpleeghuiszorg georganiseerd rondom behoeften bewoner). ‘Het lukt dus echt’, stelde Louwers.

Op de website van de Inspectie is gedetailleerde informatie te vinden over alle bezoeken aan verpleeghuizen waarop ze dit oordeel baseert. Louwers vertelde hoe de inspecteurs tijdens hun bezoeken aan verpleeghuizen praten met cliënten, mantelzorgers, medewerkers en bestuurders, maar vooral ook de tijd nemen om in een stil hoekje te observeren hoe er wordt gewerkt en geleefd. Bij de meeste organisaties kennen ze inmiddels de cliënten en hun wensen en vragen, en is ook sprake van voldoende deskundige medewerkers, concludeert ze uit deze bezoeken.

‘Toch blijft er werk aan de winkel’, zei Louwers. ‘Mensen vinden en binden voor werk in het verpleeghuis blijft echt een uitdaging,’

Schook voegde hieraan toe hoe lastig het is voor de medewerkers om al snel na de verhuizing een goed beeld te krijgen van een nieuwe cliënt. ‘Er zit spanning tussen enerzijds zware zorg moeten leveren en anderzijds iemand echt leren kennen’, zei ze. ‘Daarbij is het beeld van de buitenwereld over verpleeghuiszorg soms wat te romantisch. Vervelende situaties horen er ook bij. De bewoner die in tranen op de grond zit en die eigenlijk niet meer wil. Daar zit je dan naast en dan vraag je je af: wat kan ik nog voor deze man doen?’ De Jonge vond het goed dat ze dit aankaartte. ‘In mijn functie als minister probeer ik daar een ander beeld tegenover te stellen. Het is vervelend dat er soms met te weinig begrip over de zorg wordt gesproken en ook dat er soms een te romantisch beeld van wordt geschetst. Ik wil graag het hitteschild vormen voor het temperen van de te hoge verwachtingen die mensen van verpleeghuiszorg kunnen hebben, en voor het voorkomen dat incidenten teveel worden uitvergroot. Maar iedereen die in de zorg werkt is ambassadeur. Vertel de mooie én de moeilijke verhalen. Zet de luiken wagenwijd open.’

Hugo de Jonge: ‘Leer van elkaar’

Alle sprekers erkenden het belang van realistische beeldvorming over verpleeghuiszorg. Daarbij hoort ook dat goed rekening wordt gehouden met de belastbaarheid van medewerkers, vond Ouwehand. ‘We moeten zorgen dat medewerkers gekwalificeerd zijn voor hun werk, maar we moeten ze ook niet overvragen door ze allerlei cursussen te laten doen’, zei ze. ‘Ze moeten er gewoon dagelijks zijn voor de bewoners. We hebben vrijwilligers hard nodig, maar professionals ook. Soms schuurt het tussen wat moet en wat kan.’

Goed werkgeverschap is dan ook essentieel, vond Hugo de Jonge. ‘Tijdens mijn werkbezoeken – en dat zijn er best veel – zie ik werkgevers waarvan ik denk: daar zou ik zo morgen kunnen solliciteren’, vertelde hij. ‘Maar ook werkgevers waarvan ik denk: jij zou best nog wat kunnen leren van de buren. Gelukkig lukt het om mensen te vinden voor de zorg, maar het is wel zaak om uitstroom te voorkomen.’

In dat personeelsbeleid spelen de zorgkantoren ook een rol, benadrukte Verlaan. ‘Wat de minister zegt is waar, we zien nog heel veel verschil tussen het ene verpleeghuis en het andere’, zei ze. ‘Daarom gaan we ook altijd het gesprek aan met verpleegkundigen, verzorgenden en cliëntenraden. En we proberen aanbieders in de regio met elkaar in contact te brengen zodat ze van elkaar kunnen leren.’ Die rol horen de zorgkantoren ook te spelen, vond Hugo de Jonge. ‘Het is heel belangrijk dat verpleeghuizen van elkaar leren’, zei hij, ‘dus het is goed dat dit wordt gestimuleerd. Onderschat niet welke uitdaging er nog ligt.’

Minister Hugo de Jonge tihv19

Wetenschap en praktijk verbinden

Aansluitend kwam Katrien Luijkx aan het woord, bijzonder hoogleraar ouderenzorg en coördinator van de academische werkplaats ouderen van Tranzo in Tilburg. ‘In verpleeghuiszorg gaat het erom als mens gezien en gehoord te worden’, vertelde zij. ‘Dat is best ingewikkeld in een situatie waarin het om zorgafhankelijke mensen. In de verpleeghuizen zie ik mensen die met passie hard werken in een gastvrije maar ook complexe omgeving. De zorgvraag is complexer geworden, de familie bemoeit zich er soms teveel en soms te weinig mee en cliënten zitten te wachten of lopen doelloos rond. Wat ik ook zie, is samenwerking in multidisciplinaire teams en met de eerstelijns zorgaanbieders. En soms medewerkers die buiten hun directe leeromgeving kijken. Dat zou nog wat meer mogen.’

Wat ze ook ziet, is samenwerking met de universiteit waaraan zij verbonden is. Elf regionale verpleeghuizen werken met haar samen in onderzoek dat persoonsgerichte zorg een impuls moet geven. Vanuit de verpleeghuizen worden science practitioners vrijgesteld voor promotieonderzoek. Luijkx noemde twee voorbeelden. Het eerste was intimiteit en seksualiteit.

‘Bij de verhuizing naar het verpleeghuis verandert heel veel in een relatie, maar de liefde en trouw blijven bestaan’, vertelde Luijkx.

‘Wel blijken mensen vaak de ruimte voor intimiteit en seksualiteit te missen. Een extra bed plaatsen in een eenpersoonskamer is niet altijd mogelijk en betekent bovendien dat je erover in gesprek moet met de medewerkers. De woonkamer wordt gedeeld door meerdere mensen en geeft dus niet altijd een gevoel van veiligheid.’ Een promovendus is nu bezig tools te ontwikkelen om intimiteit en seksualiteit beter bespreekbaar te maken en oplossingen te bieden.

Katrien Luijkx Tranzo congres Tihv19

Het tweede voorbeeld was de toegang. ‘Hierbij is veelal de familie de klant want de toekomstige bewoner kan dit zelf niet meer aan’, vertelde Luijkx. ‘Ze komen in een nieuwe wereld waarin niemand hen de weg wijst. Het is belangrijk dat de medewerkers van de klantenservice daar oog voor hebben. Daarom heeft een promovendus een analyse-instrument ontwikkeld om het huidige toegangsproces in kaart te brengen. Op basis daarvan kan ieder verpleeghuis een plan van aanpak maken om tot verbetering te komen. Dat biedt een oplossing die bij ieder individueel verpleeghuis past.’

Bijzondere mensen

Een sprankelend moment in het plenaire ochtendprogramma was het gesprek met Marion Smits-Kovacs, bewoner van het Rosa Spier Huis. ‘Een huis voor bijzondere mensen’, vertelde ze, en het was ook snel duidelijk dat zij er zelf één was. Als kunstenares heeft ze ook in dit verpleeghuis haar eigen werkplaats. En toen welzijnscoördinator Martijn Derrix aan het woord kwam om te vertellen hoeveel ruimte er is voor alle kunstzinnige bewoners om zich nog steeds te uiten in hun kunst, liet Smits zien behalve beeldend kunstenaar ook actrice te zijn. Ze genóót van de aandacht.

Derrix vertelde over de samenwerking met de Hogeschool voor de Kunsten en Smits haakte meteen in: ‘Laatst hadden we een theaterproject. Het geeft meteen een heel andere sfeer als die jongeren in huis komen. Je wordt weer helemaal actief, verrukkelijk.’ En het kan in ieder verpleeghuis, benadrukte ze. ‘Ik ben theaterdocent geweest voor amateurs. Op dat niveau kun je hetzelfde in ieder huis doen.’

Rosa Spierhuis congres Tihv19

Buitengewoon betrokken

Tot slot kwamen kort specialisten ouderengeneeskunde Annemiek Bijlevelt en Maartje Klapwijk aan het woord. Booij bood hen de gelegenheid om nog even terug te komen op het al eerder in de ochtend aangehaalde thema van de betrokkenheid van familieleden bij het leven in het verpleeghuis. ‘Soms is die te beperkt en soms is die te beklemmend en veeleisend’, zei Klapwijk. ‘Het gaat een grens over als elk incidentje wordt opgeblazen tot Omroep Max formaat.’ De reactie uit de zaal maakte duidelijk hoe herkenbaar dit voor iedereen is. Om die reden hebben Bijlevelt en Klapwijk het initiatief genomen tot Buitengewoon betrokken familie. ‘We willen weten hoe we van elkaar kunnen leren hoe we hiermee het best kunnen omgaan’, vertelde Bijlevelt. ‘We willen weten wanneer en waarom betrokkenheid ontspoort en of medewerkers zich dan gesteund voelen door hun bestuurders, de Inspectie en VWS.’

Alle bezoekers werd gevraagd om bij de evaluatie van het congres toestemming te geven voor het toesturen van de enquête waarmee Bijlevelt en Klapwijk de praktijksituatie in kaart willen brengen.

Verslag door: Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 1 juli 2019
Laatst gewijzigd op: 8 augustus 2019