Hugo de Jonge (minister VWS): ‘De verpleeghuiszorg is zelf de verandering die ze zoekt’

Met het kwaliteitskader, Thuis in het verpleeghuis en de extra middelen voor personeel en scholing hebben de verpleeghuizen alle kansen om hun kwaliteit nú te verbeteren, vindt minister van VWS Hugo de Jonge. Maar ze hebben ook de verantwoordelijkheid om die kansen te pakken: door trots uit te stralen en goed werkgeverschap te bieden.

‘Alleen met memo’s kun je niet werken, voor het echte verhaal moet je de werkelijkheid zien’, zei De Jonge tijdens het congres Thuis in het verpleeghuis. Het is een opmerking die slaat op zijn manier van werken: De Jonge legt heel veel werkbezoeken af aan verpleeghuizen. Helaas kon hij niet bij het ochtendprogramma van het congres aanwezig zijn. ‘Ik heb wel de hele ochtend op Twitter gekeken’, zei hij, ‘maar als je dan hier binnenkomt en ziet hoeveel mensen hier zijn, dan zie je pas echt hoe geweldig dit is.’

Niet alleen de verpleeghuissector, maar de hele samenleving staat voor een grote uitdaging, stelde hij. Het aantal ouderen neemt enorm toe, wat betekent dat sterk moet worden ingezet op de mogelijkheid om mensen langer op verantwoorde wijze thuis te laten wonen en eenzaamheid te voorkomen, maar dat ook moet worden ingezet op verbetering van de kwaliteit van verpleeghuiszorg. Alle seinen om dit laatste juist nu te doen staan op groen, benadrukte hij. Voor geen enkele andere sector is in deze kabinetperiode zoveel geld beschikbaar.

Tijd en aandacht voor bewoners

De belangrijkste vraag die nu voorligt, stelde De Jonge, is wat verpleeghuisbewoners gaan merken van het programma Thuis in het verpleeghuis. ‘De kernvraag is: is dit het verpleeghuis dat ik voor mijn eigen moeder zou kiezen?’, zei hij. ‘Ik hoop dan ook dat alle verpleeghuismedewerkers gaan merken – en gaan zeggen – dat er echt meer tijd is voor aandacht voor de bewoners. Niet over drie jaar, maar nu al. Tijdens mijn werkbezoeken hoor ik dit gelukkig ook al vaak. Daar gaat het om, dat is wat persoonsvolgende zorg hoort te zijn: dat de zorg zich aanpast aan de bewoners.’

De Jonge vertelde hoe hij tijdens een recent werkbezoek aan een Brabants verpleeghuis van een medewerker had gehoord dat zij de afgelopen jaren het gevoel had steeds achter haar rooster aan te lopen. ‘Ze vertelde dat er nu veel meer ruimte is voor de bewoners. Ze was laatst met een bewoner naar de markt gegaan omdat die zo graag weer eens een harinkje wilde eten. En ze zei daarbij: “Aanvankelijk had ik het gevoel dat ik spijbelde van mijn werk. Maar op een gegeven moment realiseerde ik me: dit ís mijn werk”. Dat is precies waar het om gaat. We geven het werk terug aan de zorgverleners, zodat zij kunnen doen waarvoor zij gekozen hebben. Zorgen voor kwetsbare ouderen.’

Het is echter nog niet per se het beeld dat de media over de verpleeghuissector schetst, gaf hij toe. ‘Dat beeld wil ik graag veranderen maar dat kan ik alleen samen met jullie’, zei hij. ‘Ik wil graag het hitteschild voor de sector zijn en daar doe ik ook alles aan, maar het begint ermee dat jullie met trots en zelfbewustzijn over jullie werk kunnen spreken. We moeten met elkaar met trots het verhaal op tafel leggen over de verbeterslag die we nu in de sector aan het maken zijn.’

Hugo de Jonge: ‘Ik wil graag het hitteschild voor de sector zijn en daar doe ik ook alles aan, maar het begint ermee dat jullie met trots en zelfbewustzijn over jullie werk kunnen spreken. We moeten met elkaar met trots het verhaal op tafel leggen over de verbeterslag die we nu in de sector aan het maken zijn.’

Samen ontwikkelen

Gedurende de dag waren vier reporters op stap geweest om onder het publiek indrukken op te doen over de vraag of die trots waarover De Jonge het had ook daadwerkelijk wordt beleefd. Die vier waren Kees Hulst (de acteur die Hendrik Groen speelt in de tv-serie), Suzanne Verheijden (kwaliteitsverpleegkundige Omring), Wolter Koster (cliëntenraad Allevo) en Elise Boksebeld (zorginkoper Zilveren Kruis). De laatste zei eerlijk nog wel eens wat wantrouwen jegens het zorgkantoor te ervaren. De Jonge reageerde hierop door te zeggen dat het inkoopproces van een technisch proces een inhoudelijk vraagstuk is geworden. Op basis van dat plan volgt een dialoog tussen verpleeghuis en zorgkantoor. ‘Maar daarbij is het wel degelijk de bedoeling dat het zorgkantoor dat plan beoordeelt’, zei hij. ‘Dat is haar taak.’ Boksebeld bevestigde dit en voegde eraan toe: ‘We zijn met elkaar die ontwikkeling aan het organiseren. En dat betekent dat ook de zorgkantoren aan het ontwikkelen en leren zijn.’

Radicale vernieuwing

De verandering in de verpleeghuiszorg komt goed op gang, stelde Koster, maar hij zei ook nog dingen te zien die zijn wenkbrauwen deden fronsen. Zijn advies: ‘Ik zou zeggen, doe nou gewoon alsof die persoon thuis woont. Een mooi uitgangspunt is voor mij de vraag of iemand blij is aan het einde van de dag.’ De Jonge reageerde hierop door te zeggen dat hij dit graag steunt. Hij zei: ‘Het is waardevol om opnieuw te durven doordenken hoe je je werk doet. Het is op zich al een radicale stap om “Zo doen we het hier nu eenmaal” los te laten. Reken maar dat we de gevolgen daarvan gaan merken. En als we bereid zijn om dingen anders te doen dan we deden, dan gaan we ook de mensen vinden die daarvoor nodig zijn. We moeten alle maatregelen tegelijk nemen om aan die extra mensen te komen: mensen behouden voor de zorg, opleiden, en herintreders en zij-instromers aantrekken. Daarom is ook nog extra geld beschikbaar gesteld voor scholing.’

Goed werkgeverschap nodig

Hugo de Jonge: ‘Toen ik vroeger in het onderwijs zat, zei ik dat afkijken niet mocht. In deze sector zeg ik: afkijken móet. Leer van de goede voorbeelden.’

De sector zelf is ook aan zet om te zorgen dat het plan voor extra personeel voor de verpleeghuizen gaat slagen, benadrukte De Jonge. ‘Goed werkgeverschap kan daarbij het verschil maken’, zei hij. ‘Wees dus bereid om te leren van elkaar. Toen ik vroeger in het onderwijs zat, zei ik dat afkijken niet mocht. In deze sector zeg ik: afkijken móet. Leer van de goede voorbeelden. En geef mensen geen onzekerheid door alleen tijdelijke contracten te bieden of contracten met een beperkt aantal basisuren. Daarmee kunnen mensen de huur niet betalen.’ De sector verdient het om zelfvertrouwen uit te stralen, stelde De Jonge. ‘Ga aan de slag, wacht niet op wat er voor je georganiseerd wordt. Zoals Obama zegt: je bent zelf de verandering die je zoekt. Dat geldt zeker voor de verpleeghuiszorg.’

Verslag door Frank van Wijck

Meer weten

Geplaatst op: 3 juli 2018
Laatst gewijzigd op: 4 september 2018