Hugo de Jonge in discussie met verpleeghuisbestuurders

Wat gaat het programmaplan Thuis in het verpleeghuis betekenen voor de verpleeghuizen? ActiZ organiseerde op 23 april een ledenraadbijeenkomst waarbij verpleeghuisbestuurders hierover vragen konden stellen aan minister Hugo de Jonge.

De presentatie van de ActiZ-publicatie Resultaten uit het verpleeghuis, 23 april in Hart van Vathorst in Amersfoort, was een uitgelezen moment om minister Hugo de Jonge niet alleen het eerste exemplaar te overhandigen, maar hem ook meteen vragen te stellen over het nieuwe programmaplan Thuis in het verpleeghuis. ActiZ-voorzitter Henk Kamp nodigde De Jonge hiertoe uit op het podium met de boodschap dat hij in hem een bondgenoot ziet. ‘We hebben de indruk dat we samen met u zoveel mogelijk kunnen bereiken voor de bewoners van de verpleeghuizen’, zei hij. ‘Maar mag ik beginnen met u te vragen welk beeld u van onze sector hebt?’. De Jonge reageerde: ‘Dat beeld is heel divers. Er wordt hard gewerkt en er worden stappen gezet voor kwaliteitsverbetering, maar het succes daarvan is nog wisselend. En dat bedoel ik in termen van de kwaliteit die wordt geboden zowel als de personele bezetting. Ik denk dat dit ook logisch is, want die personele bezetting is – in de hele zorg – echt een probleem en de samenhang met kwaliteit is natuurlijk groot. Wel kan ik zeggen dat het beeld dat de buitenwereld heeft van de verpleeghuizen geen recht doet aan de werkelijkheid. De verpleeghuiszorg is duidelijk beter dan het negatieve beeld erover dat een paar jaar geleden overheerste, en dat de sector helaas ook nu nog in de weg zit. Tijdens een recent werkbezoek kreeg ik de vraag of ik niet meer als het hitteschild voor de sector zou willen fungeren om dit beeld te nuanceren. Dat wil ik graag en het vraagt om twee dingen: tellen en vertellen. De sector moet zich verantwoorden en dit kan ze deels doen door de feiten te presenteren  en verhalen te vertellen. Voor die feiten biedt het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg het juiste aanknopingspunt, en voor die verhalen is de publicatie Resultaten uit het verpleeghuis het ideale vertrekpunt. Mijn boodschap is: laat het hier niet bij, blijf verhalen vertellen.’

Kwaliteitsverbetering en inkoop

Dit wierp van een bestuurder de vraag op of het kwaliteitskader niet voldoende was om tot de gewenste kwaliteitsverbetering te komen. Toch niet, vond De Jonge. ‘Het is niet voor niets dat we verpleeghuizen nu ook vragen om met kwaliteitsplannen te komen als basis voor de inkoop door de zorgkantoren’, zei hij. ‘Wel hoop ik dat u de congruentie opvalt. Alles wat wordt gevraagd van u – het verbeterplan, het jaarverslag – speelt een rechtstreekse rol in de inkoop. Zie het dus niet als iets extra’s dat er weer bij komt, het doel is juist om de administratieve last zo beperkt mogelijk te houden. Toets dit ook. En als het niet werkt zoals ik het nu zeg, laat me dit dan weten. En laat duidelijk zijn dat we naar een heel andere vorm van inkoop gaan. De basis is de prijs zoals onderhandeld voor 2018, voor 2019 komt daar 600 miljoen euro bij. Dit geeft ruimte aan de zorgkantoren om per instelling of per locatie keuzes te maken om te kunnen voldoen aan de eisen van het kwaliteitskader, op basis van het kwaliteitsplan. Dit moet geen jaarlijks circus van papier worden. Bij het kwaliteitsplan komt een begroting over het budget dat aanvullend beschikbaar is gesteld. Als dit geld wordt uitgegeven, wordt het structureel zodat het verpleeghuis niet bang hoeft te zijn het aangenomen personeel een jaar later weer te hoeven ontslaan.’

Beeld en imago

Een andere bestuurder wilde weten of De Jonge zich voldoende realiseert welk beeld hij zelf in interviews schetst van het imago van de verpleeghuiszorg. ‘U zet zich in voor de sector en vertelt daar positieve verhalen over’, zei ze. ‘Maar u zegt ook dat de verpleeghuizen liefdevolle zorg moeten leveren, en dan heb ik de volgende dag een huis vol boze verpleegkundigen die zeggen: dit doen we al jaren en de minister doet het voorkomen alsof het iets nieuws is. Of u zegt dat het extra geld niet in gebouwen moet gaan zitten, terwijl ook goede huisvesting een belangrijke rol speelt in kwaliteit van zorg.’
We hebben op dit punt allebei een moeilijk vak, reageerde De Jonge. ‘Ik ben nu een half jaar minister en de debatten die ik tot nu toe in de Tweede Kamer over gezondheidszorg heb gevoerd gingen vooral over incidenten. Ik heb daarbij steeds proberen uit te leggen: als het ergens niet goed gaat, zien we dat onder ogen. Maar ik heb daar ook aan toegevoegd dat ik voortdurend debatteren over het imago van de sector onverstandig vind omdat dit een negatieve invloed kan hebben op de bereidheid van mensen om in het verpleeghuis te werken en daarmee ook op de kwaliteit. Mijn werk is om het verhaal in evenwicht te vertellen.’

85:15

Hoe hard houdt u daarbij vast aan de 85:15 verhouding voor de besteding van die extra middelen, wilde een bestuurder weten. Moet echt 85 procent naar personeel? De Jonge: ‘Die 85:15 verhouding is hard voor mij. Als ik aan het einde van deze kabinetsperiode niet in de Kamer kan uitleggen hoeveel FTE erbij is gekomen, staat mij een heel moeilijk debat te wachten. Dat ik zo hard aan die verdeling vasthoud, heeft te maken met de berekeningsgrondslag van het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg: welk deel van de benodigde kwaliteitsverbetering vergt personele inzet en welk deel zou je ook anders kunnen invullen, bijvoorbeeld met technologie. Ik wil zo dicht mogelijk bij dat uitgangspunt blijven.’

Harde toezegging

Ook kwam de vraag of het beschikbaar gestelde bedrag van 2,1 miljard euro in politiek Den Haag nog ter discussie kan worden gesteld. Dat is niet het geval, maakte De Jonge ondubbelzinnig duidelijk. ‘Dat bedrag staat in de boeken en gaat er dus niet meer uit’, zei hij. ‘Het laatste wat we willen is gebrek aan voorspelbaarheid over de financiering. Die is er dus niet, punt. Wat overigens niet betekent dat het vrijblijvend is. We plaatsen het extra geld niet in het tarief maar koppelen het aan de eisen die per locatie aan kwaliteitsverbetering wordt gesteld, op maat dus. In ruil daarvoor verwachten we wel dat betekenisvolle stappen worden gezet in die kwaliteitsverbetering.’

Maar ontstaat geen aparte verantwoording, wilde iemand weten. Er zijn verschillende budgetten, regelingen, geldstromen. De Jonge liep ze na: ‘De hoofdstroom vormt het tarief en het kwaliteitsbudget. Daarvoor moeten we op zoek naar een dataset en dit regelen de Nederlandse Zorgautoriteit en Zorginstituut Nederland samen met de sector. Hou ons scherp op dit punt, help me met het kiezen van de indicatoren die tot heldere verantwoording leiden. Dan de arbeidsmarktaanpak, die kent een aparte geldstroom omdat je daarmee als verpleeghuizen in de regio samenwerkt. Daar kan ik niet aan ontkomen.’

Diversiteit en toekomst

Kleinschalige settings zijn in het nadeel, bracht een bestuurder naar voren. Twee zieke zorgverleners  kan al een ziekteverzuimcijfer van tien procent opleveren en dan kom je er in de dataset niet best vanaf. ‘Daar moeten we rekening mee houden’, zei De Jonge, ‘we kunnen de diversiteit van de sector niet ontkennen. We moeten de sturing dus schaalbaar maken voor grote én kleine instellingen. Dat is een taak voor NZa en ZiN.’

Hoe ziet De Jonge dan de toekomst van de verpleeghuizen voor zich? Hoe ziet het veld er over tien jaar uit en wat betekent dit voor de koers en de investering nu? ‘Ik ben in mijn beleid bewust begonnen met het pact voor de ouderenzorg’, zei De Jonge, ‘want het gaat niet over verpleeghuizen alleen. Het gaat ook over langer thuis wonen. De vergrijzing neemt toe, als we de zorg zo blijven organiseren als we nu doen, moet in 2040 een op de vier mensen in de zorg werken. Die mensen zijn er helemaal niet. We gaan dus een enorme verandering meemaken en staan pas aan het begin daarvan. Nu voorspellen hoe de zorg er over tien jaar uitziet kan ik daarom niet. Wel weet ik al dat de zorg voor ouderen vooral thuis zal plaatsvinden en slechts voor een klein deel in het verpleeghuis. Daarop is de zorg nu nog niet ingericht. We moeten dus stappen zetten. Daarom ben ik ook bewust niet met een heel pakket aan wetgeving gekomen, want dat is de langzaamste weg naar resultaat. Ik maak me graag afhankelijk van zorginstellingen, het moet van jullie komen.’

Personeel

Hierbij kon de vraag war het personeel vandaan moet komen voor de ouderenzorg niet achterwege blijven. ‘Ik weet dat het moeilijk is om personeel te vinden’, zei De Jonge. ‘Maar ik denk niet dat we alles al geprobeerd hebben. We hebben mensen die ooit voor de zorg zijn opgeleid maar die er nu niet werken. We hebben mensen die vertrekken, wat iets zegt over werkgeverschap. We hebben de optie van zij-instromers. Niet meteen de handdoek in de ring gooien dus, maar elkaar in de ogen kijken en vragen of we écht alles gedaan hebben. Pas als het antwoord volmondig ja is, gaan we iets anders bedenken. Maar ik denk dat we een heel eind komen.’

Door Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 26 april 2018
Laatst gewijzigd op: 26 april 2018