Anja Jonkers: ‘Hoe vertaalt de IGZ het kwaliteitskader naar haar toezichtskader?’

Op woensdag 1 februari 2017 gaf Anja Jonkers, hoofdinspecteur ouderenzorg van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), projectleiders van verschillende zorginstellingen die deelnemen aan Waardigheid en trots, alvast een inkijkje in de voortgang van twee pittige opdrachten waar de inspectie momenteel aan werkt: het nieuwe kwaliteitskader vertalen naar toezicht op de verpleeghuiszorg en een plan opstellen om de komende vier jaar de volledige verpleeghuissector in kaart te brengen.

Op vrijdag 13 januari 2017 werd het kwaliteitskader verpleeghuiszorg gepubliceerd. In de Kamerbrief waarmee Staatssecretaris Van Rijn het kwaliteitskader aanbiedt aan de Tweede Kamer beschrijft hij tevens wat dit betekent voor het werk van de IGZ:

“In 2016 heeft de IGZ haar toezichtskader voor verpleeghuiszorg gepresenteerd onder de titel ‘Zo houdt de inspectie de komende jaren toezicht op de verpleeg(huis)zorg’. Omdat de nieuwe benadering van de IGZ al gebaseerd was op de uitgangspunten van het kwaliteitskader zal dat al per 1 maart 2017 geoperationaliseerd kunnen zijn.”

“Omdat het kwaliteitskader een nieuwe norm stelt voor alle verpleeghuizen zal naast het risicogestuurde toezicht de IGZ in een meerjarencyclus van 4 jaar de gehele sector in beeld houden door inspectiebezoeken, kwaliteitsinformatie van de sector zelf en andere databronnen. Op deze wijze ontstaat een integraal beeld, rekening houdend met context en groepszwaarte van het zorgaanbod van de verpleeghuiszorg. Hierbij zal de IGZ o.a. samenwerken met de zorgkantoren.”

De inspectie komt voor de zomer met een plan hoe zij deze tweede opdracht, het in kaart brengen van de gehele verpleeghuiszorg, gaat uitvoeren.

Kwaliteitskader ontrafeld

Jonkers: ‘Wij zaten inderdaad al vroeg in de ontwikkeling van het kwaliteitskader aan tafel. Maar ook voor ons stonden er een aantal verrassingen en onvoorziene zaken in het kwaliteitskader. Mijn collega’s zijn momenteel bezig om letterlijk het kwaliteitskader te ontrafelen en per onderdeel te bepalen wat dit voor het toezicht betekent. Bij elk onderdeel stellen wij ons de vraag: moeten we dit meenemen in het toezicht, ja of nee? Het onderdeel over personeelssamenstelling (onderdeel 6) is bijvoorbeeld nog een flinke klus om dat te vertalen naar toezicht. Maar bij de onderdelen 7 en 8, over het gebruik van hulpbronnen en gebruik van informatie, is het helder dat de IGZ daar niet over gaat.’

Tegelijkertijd blijft ook wetgeving die niet expliciet in het kwaliteitskader genoemd wordt, gewoon bestaan en blijft dus ook onderdeel van het toezicht. Niet alles verandert; sommige zaken, zoals het toezicht op veiligheidsvraagstukken (bijvoorbeeld medicatieveiligheid en de inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen) blijven hetzelfde.

Horen, zien, voelen

Het resultaat van de vertaling wordt openbaar gemaakt in de vorm van een handreiking met daarbij het nieuwe toezichtsinstrument. Met dit instrument is al in pilots ervaring opgedaan. ‘Het gaat daarbij zeer nadrukkelijk niet meer om afvinklijstjes’, vervolgt Jonkers.

‘Inspecteurs gaan zich meer onder de bewoners, hun familie en het personeel begeven om te horen, zien en voelen in plaats van in de ordners te duiken. Onderdeel 2 van het kwaliteitskader over wonen en welzijn is een duidelijk voorbeeld van iets dat je niet kunt vangen in vragenlijstjes. Toezicht houden vraagt dan veel meer om algemene observaties van inspecteurs. We vragen dan dus niet letterlijk ‘hoe vaak gaat een bewoner onder de douche’, maar we observeren wel gericht of een bewoner er fris en verzorgd bij zit. We kijken ook niet letterlijk naar of een verzorgende wel lief is voor een bewoner, maar observeren wel of er ruimte is voor het personeel om aandacht te besteden aan de individuele bewoner. Toch moet de inspectie op een aantal zaken nog steeds om feiten vragen en feitelijk zaken vaststellen, daar ontkomen we niet aan.’

Context versus uniformiteit

Dit is een spannende ontwikkeling voor zowel het veld als de inspectie zelf. ‘Meer de context mee laten wegen in het toezicht is een contrabeweging op wat we eerder zagen, namelijk de wens om meer uniformiteit in het toezicht aan te brengen’, aldus Anja Jonkers. ‘We willen daarnaast een bepaalde gelaagdheid in het toezicht aanbrengen, screeningslagen noemen we dat. Dit wil zeggen dat als een inspecteur constateert dat bepaalde zaken op orde zijn, hij daar niet dieper op in hoeft te gaan. Bestuurders moeten bijvoorbeeld kunnen aangeven hoe zij (bij)sturen op kwaliteit en wat dat oplevert. Als een bestuurder daar een goed verhaal over heeft, dan hoeft de inspecteur vervolgens geen decubituscijfers op te vragen. Of vinden we dat een inspecteur altijd alle punten moet langslopen? Dat is nog een discussiepunt.’

Het nieuwe toezichtsinstrument van de IGZ bestaat uit 3 pijlers
  • Pijler 1 Persoonsgerichte zorg
    • Kent de medewerker de cliënt
    • Heeft de cliënt regie
    • Wordt het netwerk van de cliënt betrokken
  • Pijler 2 Deskundige zorgverlener
    • Wordt er gewerkt op professionele wijze
    • Beschikken medewerkers over voldoende kennis en kunde
    • Wordt er goed samengewerkt
  • Pijler 3 Sturen op kwaliteit en veiligheid
    • Veilige zorg
    • Leren van incidenten
    • Samenwerking met andere instanties

Vernieuwing op meerdere fronten

De vernieuwing van het toezicht is ook op een aantal andere punten ingezet, los van het kwaliteitskader. Bijvoorbeeld het onaangekondigd bezoeken van zorginstellingen door de inspectie. Jonkers: ‘Ook willen we, anders dan voorheen, niet meer direct aan het einde van een inspectiebezoek een terugkoppeling geven aan de zorginstelling, maar dit voortaan op een later moment doen. Dit omdat we merkten dat er door zo’n directe terugkoppeling nog wel eens misverstanden ontstonden of overhaaste conclusies getrokken werden.’ De rapportage die een zorginstelling krijgt gaat er ook visueel totaal anders uitzien.

Goed toezicht houden is goed communiceren

Jonkers: ‘Goed toezicht houden is ook goed communiceren. In de afgelopen jaren zagen we dat als de inspectie misstanden constateerde bij één locatie van een zorginstelling en daarop actie ondernam, dat er dan in de media vaak het beeld ontstond dat er met de hele organisatie iets mis was. Daarom gaan we nu meerdaagse bezoeken aan zorgaanbieders brengen om zo meerdere locaties te kunnen bezoeken. We steken de thermometer diep in de organisatie en kunnen dan duidelijker zijn in de communicatie; is er op één locatie, op meerdere locaties of in de hele organisatie iets mis.’

Verslag door Vera Hendrikse

Meer weten


Geplaatst op: 8 februari 2017
Laatst gewijzigd op: 1 april 2019