Evidence-based werken en de noodzaak om breder te kijken

‘Bewezen effectief’ is het stempel waarmee de afgelopen jaren in veel (zorg)sectoren bepaalde methodieken en interventies zijn omarmd. Of juist afgewezen, omdat onderzoek niet kon laten zien dat ze (voldoende) effectief waren. Maar is dat wel terecht? Hoe wordt effectiviteit bepaald? Is onderzoek dé manier om te bepalen of iets effectief is? Op 8 maart lieten zo’n veertig geïnteresseerden zich bijpraten over de laatste inzichten rond het werken met bewezen kennis door dr. Mirella Minkman, directeur Innovatie & Onderzoek bij Vilans, en dr. Willem-Jan Meerding namens de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving.

Vaak wordt bij Evidence-based Werken gedacht dat het alleen om kennis gaat die wetenschappelijk bewijs levert of methode of interventie effectief is. Mirella Minkman verbrede dat perspectief direct; wetenschappelijke kennis is een belangrijke bron, maar bij ‘evidence-based werken’ is het ook belangrijk om te kijken naar ervaringen van experts en beroepsbeoefenaars zelf en naar ervaringen van gebruikers. Het raadplegen van meerdere bronnen is essentieel om het ‘evidence-based handelen’ op te baseren.  Evidence-based helpt om te weten wat werkt, en wat niet. Minkman gaf een praktische definitie: handelen gebaseerd op de best beschikbare informatie over doelmatigheid en doeltreffendheid van een methodiek of aanpak. Het gaat om het rationaliseren van ons handelen op basis van ‘het beste dat we weten’.

Kijk verder dan wetenschappelijk onderzoek

Als een methodiek of interventie wetenschappelijk onderzocht is, lijkt dat meteen een garantie te bieden. Minkman spoorde aan om altijd verder te kijken: wat voor soort onderzoek is het geweest? Welke methode is gekozen en waarom? Zijn de interventies duidelijk beschreven? Hoe zag de context eruit? Wetenschappelijk onderzoek is daarbij nooit 100 procent objectief. Zij pleitte voor een benadering van onderzoek waarin we goed kijken naar welke methoden passen bij de vragen die er zijn te beantwoorden. Naast de gebruikelijke onderzoeksmethoden presenteerde zij een aantal alternatieve vormen voor toegepast onderzoek, zoals de Verhalenbox. Deze beogen niet om wetenschappelijke kennis op te halen, maar leveren wel heel veel informatie en inzichten op. Voor een andere vraag is misschien weer een meer fundamentele aanpak nodig. Leren van elkaar en permanent reflecteren op het eigen evidence-based handelen en hoe dat vorm te geven zijn belangrijke opgaven voor de praktijk in verpleeghuizen.

Meer diversiteit in onderzoek nodig

Willem-Jan Meerding gaf een toelichting op het advies Zonder context geen bewijs dat in juli 2017 verscheen. De ondertitel van dat onderzoek heeft de veelzeggende titel Over de illusie van evidence-based practice in de zorg. Kern van het advies: evidence-based practice heeft veel goeds gebracht, maar voor goede zorg is meer nodig dan de uitkomst van alleen maar wetenschappelijk onderzoek. Dat komt omdat de wetenschap de vraag naar wat goede zorg is te weinig stelt. Evidence-based practice kan ertoe leiden dat een goede interventie voor een patiënt of cliënt in een specifieke situatie ter zijde wordt geschoven, omdat wordt uitgegaan van de gemiddelde uitkomsten in een geselecteerde groep. Het is een illusie dat wetenschappelijke kennis voldoende is om goede beslissingen te nemen, en dat uiteindelijk alles te bewijzen is. Het advies pleit voor meer diversiteit in onderzoek en voor het gebruik van meerdere vormen van kennis. De context, waaronder gebruikerservaringen, aandacht voor individuele zorgvragen en –situaties en voor de lokale zorgpraktijk moeten meewegen in het beantwoorden van de vraag of een methodiek of interventie wel/niet ingezet moet worden.

Betrek de werkvloer bij gehele onderzoek

Aan de hand van twee presentaties door Rutger de Graaf van Pennemes en Cynthia Vogeler van het Korsakov kenniscentrum over de wijze waarop zij onderzoek inzetten, gingen de deelnemers met elkaar in gesprek. Veelal werken zorgorganisaties mee aan onderzoek dat wordt uitgevoerd door Universiteiten, Hogescholen en andere kennisinstellingen. De uitkomsten van dat onderzoek bereiken maar zelden de werkvloer en blijft veelal ‘hangen’ bij de staf en het MT. Wat de uitkomsten van dergelijk onderzoek kunnen betekenen voor de praktijk vraagt vaak een vertaalslag. Een van de aanwezigen gaf een treffend voorbeeld. Onderzoek heeft uitgewezen dat het afbouwen van psychofarmaca wenselijk is, wat geresulteerd heeft in een richtlijn. De arts in haar instelling volgt deze richtlijn op, maar ging voorbij aan de individuele situatie van sommige cliënten. Terwijl de verzorgenden, die dagelijks met deze cliënten te maken hebben heel goed weten bij wie wel en wie niet geprobeerd kan worden de medicatie af te bouwen. Het gevolg: een aanzienlijke groep onrustige, ongelukkige cliënten bij wie de medicatie na een periode van vier weken weer opgebouwd moet worden. Een logisch pleidooi dat hieruit volgt: betrek de werkvloer bij onderzoek, van het ophalen van de onderzoeksvraag tot de uitvoering ervan, van de implementatie van de uitkomsten tot aan de evaluatie. Dat lijkt niet alleen een goed vertrekpunt voor goed en bruikbaar onderzoek, maar ook een manier om samenwerken in de verpleeghuiszorg effectiever te maken!

Door Paul van Bodengraven

Meer weten

Geplaatst op: 28 maart 2018
Laatst gewijzigd op: 28 maart 2018