Erik Gerritsen (VWS): ‘Besef hoe trots je mag zijn dat je in het verpleeghuis werkt’

Als de plenaire openingssessie van het Waardigheid en trots congres één ding duidelijk maakte, dan is het wel de trots van mensen die in de verpleeghuiszorg werken. Het programma biedt hen extra ruimte om die trots te voelen, en om eigenaarschap te ervaren. Dit is het juiste uitgangspunt voor verdere kwaliteitsverbetering.

Erik Gerritsen, secretaris-generaal bij het ministerie van VWS, dagvoorzitter tijdens de opening van de eerste congresdag van Waardigheid en trots op 3 juli, begon met te vertellen hoeveel werkbezoeken hij aan verpleeghuizen heeft gebracht in de twee jaar dat hij zijn huidige functie vervult. Dat zijn er tientallen. ‘En ik verbaasde me over het verschil tussen het beeld dat de media van die verpleeghuiszorg schetste en de ontzettend liefdevolle zorg die ik in de praktijk zag’, zei hij. ‘Dat is goed om bij stil te staan. Liever 365 dagen dan twee, maar deze twee dagen zijn wel een goed moment om dit met elkaar te vieren.’

Gerritsen stelde dat de laatste twee jaar met het programma Waardigheid en trots veel is gebeurd om de kwaliteit van de verpleeghuiszorg een impuls te geven, maar dat de beweging hiertoe al veel langer gaande is. ‘De goede gesprekken die ik tijdens mijn werkbezoeken heb gevoerd met bewoners, maar ook met verzorgenden, bevestigden dit beeld’, zei hij. En hij sprak zijn bewondering uit voor de laatsten, die hun werk doen voor mensen in het zwaarste deel van het laatste deel van hun leven. ‘Verwacht in de verdere verbetering van die kwaliteit niet teveel van het ministerie’, zei hij. ‘Wij faciliteren het, maar bij de mensen in de praktijk zit de energie, de power.’

Erik Gerritsen, secretaris-generaal bij het ministerie van VWS
‘Maak jezelf niet kleiner dan nodig is. Werkbezoeken hebben mij laten zien hoe trots je mag zijn als je in het verpleeghuis werkt.’

Open dialoog

De manier waarop de plenaire sessie was vormgegeven sloot goed aan bij die laatste opmerking: geen verhaal achter de microfoon van een vertegenwoordiger van het ministerie, maar een dialoog met het veld. Gerritsen riep als eerste twee mensen van TriviumMeulenbeltZorg op het podium: Marie van der Meulen (voorzitter van de centrale cliëntenraad) en Erik Dierink (verpleegkundig specialist en voorzitter van de VAR). Waarom wilde deze organisatie meedoen aan Waardigheid en trots, wilde Gerritsen weten. ‘Omdat we vonden dat het mentaal welbevinden van de bewoners beter kon’, zei Van der Meulen. ‘Een klein voorbeeld: als de mantelzorger gewend was om thuis insuline te prikken bij de cliënt, waarom zou die dat dan niet meer mogen doen als die cliënt eenmaal bij TriviumMeulenbeltZorg is komen wonen? Het is goed om de dialoog over dat soort dingen aan te gaan en Waardigheid en trots biedt een heel gerichte mogelijkheid om dit te doen.’

Hetzelfde geldt ook op andere fronten, verduidelijkte Dierink. ‘Intimiteit en seksualiteit bijvoorbeeld. ‘Veel medewerkers vinden dat een moeilijk onderwerp, maar het is wel iets waarover je het moet hebben. We hebben daarom scholing verzorgd voor onze medewerkers om dit bespreekbaar te maken. Daarmee kun je voor een bewoner een wereld van verschil maken.’ Dit geldt ook op het gebied van onbegrepen gedrag, stelde Van der Meulen. ‘Als je aandacht hebt voor wat dit veroorzaakt, kun je van onbegrepen gedrag begrepen gedrag maken’, zei ze. Maar net als bij alle andere aspecten van welbevinden geldt wel dat je dit in gezamenlijkheid moet doen. Als je het netwerk van de cliënt – de familieleden en ook de vrijwilligers – er niet bij betrekt, is het gedoemd te mislukken. Maar omgekeerd: betrek je ze er wel bij, dan creëer je meer ruimte voor professionals om goed beredeneerd de kaders los te laten en aan te sluiten bij de behoefte van de individuele bewoner.’

Mooier en beter leven

De volgenden die op het podium werden geroepen waren Wilma van Diepen (blind geboren en slecht horende bewoner van Bartiméus) en Amanda Kelderman (verzorgende IG). Van Diepen onderstreepte hoe belangrijk het voor haar is om actief te zijn in de cliëntenraad door te stellen: ‘Wij zijn de ervaringdeskundigen. We spreken in kleine groepjes over mooier en beter leven. Dat zit soms in kleine dingen. De thee ’s ochtends die te slap is bijvoorbeeld. Dat klinkt triviaal, maar het is wel heel belangrijk voor de bewoners.’

Hoe essentieel het is om je te verplaatsen in je cliënten, illustreerde Kelderman vervolgens door aan de techniek te vragen of het licht uit mocht. In het donker vertelde ze verder over de training die de medewerkers van Bartiméus krijgen om hun bewustzijn over de belevingswereld van de bewoners te vergroten. ‘Stel je voor dat iemand “Hier is uw koffie” tegen je zegt’, zei ze. ‘Waar is “hier” als je blind bent?’.

Eigenaarschap

Het derde gesprek werd gevoerd met drie mensen van Volckaert: Samira Hab-Rih (verpleegkundige), Marja Wijnbergen (fysiotherapeut) en Jack Joossen (lid van de cliëntenraad).  In antwoord op de vraag van Gerritsen naar het belang voor Volckaert van Waardigheid en trots legden zij alle drie de nadruk op het begrip eigenaarschap. De kern is dat de cliënt de eigenaar is van zijn eigen zorgleefplan en dus bijvoorbeeld zelf kan aangeven hoe laat hij zijn bed uit wil komen of hoe hij zijn eigen kamer wil inrichten. ‘Is dat niet vanzelfsprekend dan?’, wilde Gerritsen weten. Maar Joossen zei: ‘De praktijk is halsstarriger dan je zou wensen. En voor verpleegkundigen en verzorgenden is het echt een omslag om uit te gaan van de wens van de cliënt, want ze zijn het gewend om voor mensen te zorgen.’

Hab-Rih zei bij veel van haar collega’s te herkennen hoe moeilijk die het vinden om dit “zorgen voor” los te laten. ‘Maar ik weet hoe belangrijk het is dat de cliënt zelf kiest, dat kan ik niet voor een ander doen. Ik heb dit altijd al doorgehad omdat ik ben opgegroeid met een broertje dat zorgafhankelijk is.’ Dit leidde tot een mooi moment, omdat Gerritsen de discussie onderbrak en aan de aanwezigen in de zaal vroeg of iedereen wilde opstaan die werkt als zorgprofessional. Een heel groot deel van de aanwezigen ging staan. Vervolgens vroeg Gerritsen of alleen degenen wilden blijven staan die net als Hab-Rih zo’n persoonlijke connectie met de zorg hebben en of de rest weer wilde gaan zitten. Bijna iedereen bleef staan.

Rugdekking van het bestuur

Als laatste betraden drie bestuurders het podium: Willem Belshof (Trivium), Jopie Nooren (Bartoméus) en Annet Boekelman (Volckaert). Net hiervoor had het gesprek zich even geconcentreerd rond de vraag in hoeverre het mogelijk is overbodige regels los te laten. Noorden zei: ‘Protocollen zijn niet bedoeld om regels uit te voeren maar als ondersteuning voor zelf beslissingen nemen. Het is belangrijk om de vraag te stellen: “Is het logisch dat we dit doen?”. Protocollen zijn er om op verantwoorde wijze te volgen en om er op verantwoorde wijze van af te wijken.’ Boekelman vulde aan: ‘Om te zorgen dat de professionals dit op goede wijze kunnen doen, is het wel nodig ze vanuit het bestuur rugdekking te geven. Het is dus zaak ze ruimte te geven voor overleg.’ Belshof haakte hierop in: ‘Dit betekent niet dat je ze moet loslaten, maar dat je ze op een andere manier moet vasthouden. Als bestuurders moet je mensen ondersteunen om in de teams te bepalen wat het beste is voor de cliënten.’

Op dit gebied gebeurt ook heel veel, stelde Belshof. Hij nam de gelegenheid te baat om even heel nadrukkelijk stil te staan bij het verschil tussen het beeld over de verpleeghuiszorg en de realiteit ervan, waar Gerritsen het aan de start van de plenaire sessie ook al over had. ‘We mogen trots zijn op wat deze sector doet’, zei hij, ’95 procent doet het ontzettend goed dus het is zó jammer dat het afgelopen jaar die vijf procent alle aandacht heeft gekregen. We moeten als sector naar buiten treden met het werkelijke verhaal.’

Hierin kon Gerritsen zich volledig vinden. ‘Maak jezelf niet kleiner dan nodig is’, zei hij afsluitend. ‘Die werkbezoeken hebben mij laten zien hoe trots je mag zijn als je in het verpleeghuis werkt. Die trots geeft je ook de ruimte om dat laatste stukje dat nog moet worden verbeterd actief op te pakken.’

Door: Franck van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 3 juli 2017
Laatst gewijzigd op: 17 juli 2017