Verder bouwen aan duurzame medische zorg in de regio

Zorgorganisaties werken samen aan duurzame medische zorg voor ouderen. Samen met een tiental regio’s, zorgkantoren en met ondersteuning van Waardigheid en trots in de regio en actie-onderzoek van de Erasmus Universiteit. Op 16 november 2021 namen meer dan 160 belangstellenden deel aan de Landelijke Netwerkbijeenkomst: Verder bouwen aan Duurzame medische zorg in de regio. Lees hoe de regio’s samen knelpunten oplossen.

Programmacoördinator Jan Verschuren opende de bijeenkomst: ‘Er is veel in beweging gekomen. Er lopen inmiddels 23 programma’s in diverse zorgkantoorregio’s. Aanvankelijk vooral organisaties voor ouderenzorg, maar steeds vaker haken ook andere zorginstellingen en zorgkantoren aan. Ik ben trots op wat er al is bereikt.’ Hij blikt terug op de start van het programma. Bestuurder Anke Huizenga van ZuidOostZorg was een van de eersten die het tekort aan specialisten ouderengeneeskunde aankaartte. Samenwerking in de regio was volgens haar de route naar het oplossen van knelpunten, bijvoorbeeld bij avond-, nacht- en weekenddiensten.

Beleid maken voor regionalisering van zorg

Veel regio’s lopen in hun samenwerking en oplossingen vooruit op de regelgeving. Dat maakt het zaak om stakeholders te betrekken, zoals VWS, Zorgverzekeraars Nederland, brancheorganisaties en beroepsorganisaties. Duurzame zorg in de regio wordt op steeds meer tafels geagendeerd, constateerde Jan. ‘VWS en ZN zijn graag betrokken bij inhoudelijke ontwikkelingen. Zo kijken ze hoe zij daar beleid op kunnen maken en samen met de zorgaanbieders regionalisering verder vorm kunnen geven.’

Panelgesprek: Verder bouwen aan duurzame medische zorg in de regio

Zorgorganisaties zoeken onder meer oplossingen voor het tekort aan specialisten ouderenzorg (SO’s). In diverse regio’s boeken ze successen, vertelden deelnemers aan de paneldiscussie bij de Landelijke Netwerkbijeenkomst Duurzame medische zorg. Maar er zijn nog de nodige barrières te slechten.

Lianne van Goch, projectleider regionale zorgprojecten in Limburg en Brabant, vertelt over een samenwerking van vijf zorgorganisaties in Zuid-Limburg. Die stonden voor de taak om 24/7 de inzet van een specialist ouderenzorg te regelen. De oplossing is dat een SO alleen aanwezig is wanneer dat echt nodig is. Via triage wordt bekeken in hoeverre taken verschoven kunnen worden naar een verpleegkundige of verzorgende. ‘Aan de “taakzuivering” hebben we veel aandacht besteed’, zegt Lianne. ‘De SO moet in vertrouwen taken kunnen overlaten.’ Andere zorgorganisaties hebben inmiddels belangstelling getoond om zich aan te sluiten bij het initiatief.

Kennis uit ouderenzorg delen

Liesbeth Zwanepol is kwaliteitsadviseur ouderenzorg bij zorgkantoor Zilveren Kruis voor de regio Utrecht-Apeldoorn-Zutphen. In Utrecht is het Ouderengeneeskunde Netwerk Utrecht eerste lijn (ONUe) opgezet om kennis en kunde uit de ouderenzorg breed in de keten beschikbaar te maken, vertelt ze. Specialisten ouderenzorg en psychologen ondersteunen huisartsen in de zorg voor ouderen. Huisartsen hebben een vast aanspreekpunt waar ze terecht kunnen met vragen.

De aanpak van problemen zoals de knellende arbeidsmarkt en de groeiende zorgvraag vereist een regionale aanpak, aldus Liesbeth. ‘We moeten kijken aan welke knoppen we kunnen draaien. Geen regio is hetzelfde, dus je moet het binnen de regio met elkaar oplossen. Als zorgkantoor hebben we een regiobudget om te experimenteren en domeinoverschrijdende projecten op te zetten, bijvoorbeeld op het gebied van taakdifferentiatie en de inzet van technologie.’

‘Dit is een maatschappelijk probleem dat een organisatie niet alleen kan oplossen. Het moet samen.’

Lianne van Goch

Vrijblijvendheid moet eraf

Welke barrières zijn er voor regionale samenwerking?, vraagt gespreksleider Pauline Meurs, hoogleraar bestuur van de gezondheidszorg in Rotterdam. Waar stuit je op als je wilt samenwerken? Om te beginnen moet er de wil zijn om samen te werken, stelt Lianne. ‘De vrijblijvendheid moet eraf. We hebben te maken met een maatschappelijk probleem dat een organisatie alleen niet kan oplossen. Het moet samen.’

Dat kan ook betekenen dat je markt moet inleveren, stelt Pauline vast. Ze kijkt naar Mariët de Zwaan, bestuurder van Inovum Zorggroep in ’t Gooi. ‘Ben je bereid dat te doen?’ Mariët verwijst naar de visie die haar organisatie heeft opgesteld. ‘Concurrentie is verleden tijd. Dat kunnen we ons niet meer permitteren. We hebben het met elkaar te doen. Dat is niet altijd gemakkelijk. Het is “jouw” SO en het heeft soms gevolgen voor je bedrijfsvoering. Maar we moeten het doen voor de klant.’

Regelgeving in de weg

De regelgeving kan soms ook lelijk in de weg zitten, constateren de gesprekspartners. Lianne vertelt over een regio met een groot tekort aan huisartsen en specialisten ouderenzorg. Verpleegkundig specialisten en physician assistents zouden veel taken geprotocolleerd kunnen uitvoeren, bijvoorbeeld het schouwen. Maar de wet- en regelgeving staat het niet toe. ‘VWS, geef ons de ruimte’, bepleit ze.

De praktijk leert dat wet- en regelgeving altijd achter de ontwikkelingen aanhobbelt, stelt Pauline. Wachten op andere regels zou kostbare tijdsverspilling zijn, vindt ze. ‘Je kunt vragen om experimenteerruimte, maar dat gaat hem niet worden, vrees ik. Ik zou zeggen: gewoon beginnen. Wetten volgen op de praktijk, en niet andersom.’

Knellend kwaliteitskader

Mariët de Zwaan merkt op dat ook het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg soms beperkend kan werken. ‘De eis dat medewerkers bevoegd en bekwaam moeten zijn betekent dat je soms heel bekwame mensen niet mag inzetten omdat ze niet bevoegd zijn. Terwijl bijvoorbeeld sommige vrijwilligers een grote bijdrage aan de kwaliteit van leven kunnen leveren.’

Een uitdaging voor de sector is om de komende tijd de zorgteams te versterken en voldoende SO’s op te leiden. Ook hier is samenwerking noodzaak. Organisaties kunnen bijvoorbeeld gezamenlijk een praktijkopleider aantellen zodat SO’s en GZ-psychologen in opleiding ook in kleinschalige voorzieningen kunnen werken. ‘Dat vraagt een andere mindset’, aldus Lianne. ‘De SO is niet van jouw instelling, maar van de regio.’

Terugkijken panelgesprek

Bekijk het panelgesprek over ‘Duurzame medische zorg: verder bouwen in de regio’.

Actieonderzoek Duurzame Medische Zorg

De Erasmus School of Health Policy & Management doet al vanaf het begin van het traject Duurzame Medische Zorg in de regio actieonderzoek naar de ontwikkelingen bij de diverse projecten. Onderzoeker Iris Wallenburg keek terug op de eerste 3 jaar van het programma: ‘De regio moet meer speelruimte krijgen. Er zijn mooie projecten tot stand gekomen, maar we zijn er nog niet. Er zijn nog veel hobbels te nemen.’

Aanpak en resultaten regionale projecten

Tijdens de netwerkbijeenkomst werden van negen regionale projecten de aanpak en resultaten gepresenteerd:

1. Verpleegkundig specialist in de eerste lijn

De verpleegkundig specialisten van het Ambulant Team Ouderen van Sensire en Azora in de Achterhoek nemen taken over van de specialist ouderengeneeskunde.

Rachel Kwak (Sensire) en Karin de Jager (Azora) werken als verpleegkundig specialist in het Ambulant Team Ouderen (ATO). Het ATO is onderdeel van het Netwerk Ouderen en Veerkracht Achterhoek. Doel van het netwerk is kwetsbare ouderen de juiste begeleiding en zorg bieden zodat ze zo lang en goed mogelijk thuis kunnen blijven wonen.

In het team werken de verpleegkundig specialisten samen met casemanagers dementie en specialisten ouderengeneeskunde (SO). Ze ondersteunen ook huisartsen. Die kunnen bellen met vragen en de VS’en kunnen meekijken bij een consult. Verder schuiven ze aan bij het multidisciplinair overleg van de eerste lijn (EMDO). Wanneer daar kwetsbare ouderen worden besproken, overleggen ze met de specialist ouderengeneeskunde wie de cliënt ‘oppakt’. Dat hangt mede af van de complexiteit van de situatie.

Geriatrisch assessment

Een belangrijk onderdeel van het werk is het geriatrisch assessment. “We willen alles weten over de cliënt”, zegt Rachel. “Eerst kijken we welke informatie al beschikbaar is, bijvoorbeeld bij de huisarts en de wijkverpleegkundige. Zodat we geen dubbel werk doen. Daarna maken we een afspraak met de cliënt en liefst ook met een naaste. We vragen hen ook wat ze van ons verwachten, wat wij voor hen kunnen betekenen.”

De conclusies en het behandelplan legt de VS voor aan de SO en vaak ook aan de kaderarts. “We leren elkaar steeds beter kennen”, zegt Karin. “In het begin ging de SO nog wel mee, maar we doen steeds meer zelfstandig.”

2. Slimmer werken met zorgtechnologie

Zorgtechnologie kan helpen om meer zorg te leveren met gelijkblijvende capaciteit. Bijvoorbeeld als een arts op afstand kan meekijken met de zorgverlener.

Gerard van Glabbeek van DiaMediPort BV begeleidt zorgorganisaties om hun processen anders in te richten met behulp van technologie. “Met ons concept Voorspoedzorg passen we zorgtechnologie toe in de werkprocessen. Hierdoor kunnen we in de toekomst meer zorg leveren met de huidige capaciteit, zonder nog harder te gaan werken.”

Slimme zorg is vaak een kwestie van snel de juiste informatie op de juiste plaats krijgen. Een tijdige diagnose verbetert bijvoorbeeld de cliëntervaring en maakt spoedzorg beter, betaalbaarder en beschikbaarder door de vrijgekomen uren van specialisten. De Mobiele Diagnose Box Voorspoedzorg kan hierbij helpen.

Snelle diagnose

Als voorbeeld noemt Gerard het voorschrijven van antibiotica bij een VTT-organisatie. “Tussen het moment dat de verpleegkundige een bacteriële infectie vermoedt en het tijdstip dat de cliënt antibiotica toegediend krijgt, zitten veel contactmomenten (en wachttijden) tussen onder andere arts, apotheek en lab.”

Met de juiste technologie en bevoegdheden kan de verpleegkundige ter plekke tests uitvoeren voor een snelle diagnose. Voordelen zijn de cliënttevredenheid en vrijgekomen deskundigheid. Daarnaast is er een kleinere kans op miscommunicatie omdat er minder partijen betrokken zijn.

Tijd is rijp voor zorgtechnologie

Veel van dit soort slimme zorgtechnologie bestaat al, maar de drempel om het daadwerkelijk te gaan gebruiken, ligt vooral bij de organisatie ervan. “De tijd is rijp om ermee te starten”, zegt Gerard. “Begin met het ‘laaghangend fruit’. Kies een aantal specifieke behandelingen of zorgvragen en ga daaraan werken, zo behaal je de eerste winst met technologie én leer je meer met technologie te werken.”

3. De orthopedagoog-generalist als nieuwkomer in de ouderenzorg

De orthopedagoog is niet alleen een oplossing voor het tekort aan GZ-psychologen. Zij helpt ook om de ouderenzorg op te schuiven richting preventie en welzijn.

Toen orthopedagoog-generalist Mieke van der Horn 3 jaar geleden werd gevraagd om bij Zorggroep Oude en Nieuwe Land te komen werken, dacht ze nog dat ze er weinig te zoeken had. Inmiddels weet ze wel beter.

De orthopedagogen-generalisten (OG) hebben de ouderenzorg nog meer recent ontdekt als werkterrein, vertelt Mieke. Van oudsher werken haar collega’s vooral in het onderwijs en in de gehandicaptenzorg. Maar steeds meer OG’s kiezen voor de ouderenzorg.

Het individu in zijn context

OG word je na een masteropleiding in pedagogische wetenschappen, psychologie of gezondheidswetenschappen en een 2-jarige post-masteropleiding. De OG beziet het individu in zijn context; in zijn omgeving en met het systeem rondom hem. De OG zoekt de dialoog met cliënt en naasten en zoekt welke veranderingen de situatie en het welzijn van de cliënt kunnen verbeteren.

“Ik merkte dat er meer overeenkomsten dan verschillen zijn tussen gehandicaptenzorg en ouderenzorg”, zegt Mieke. “Mensen zijn afhankelijk en hebben ondersteuning en begeleiding nodig. In de gehandicaptenzorg heb je vaak te maken met ouders, in de ouderenzorg met partner en kinderen. Zij hebben vaak ook ondersteuning nodig.”

Meer gericht op welbevinden

De OG heeft een andere kijk dan bijvoorbeeld de specialist ouderengeneeskunde en de GZ psycholoog. Meer gericht op het welbevinden. Zoekend naar hoe de veerkracht van de cliënt benut kan worden; naar wat nog wél kan. “Niet wachten tot er problemen zijn, maar kijken naar de behoefte en daarop inspelen.”

4. Medische zorg voor kleinschalig wonen

In Zuid-Limburg werken 5 organisaties voor kleinschalig wonen aan manier om medisch zorg voor de bewoners te organiseren, met name in avond, nacht en weekend.

De 5 organisaties hebben een oplossing gevonden door taken te herschikken en zorgteams te versterken. De specialist ouderengeneeskunde komt alleen in actie als het niet anders kan. De aanpak werkt, vertelt projectleider Lianne van Goch.

Vertrouwen om over te laten

Een belangrijk aandachtpunt was de inrichting van scholing en triage. Voor de triage wordt verpleegkundigetriage.nl ingezet, aangevuld met een pocketversie voor als de verzorgende niet online kan. Huisartsen en de specialist ouderengeneeskunde (SO) zijn betrokken bij de opleiding. Zodat ze ook het vertrouwen hebben om dingen over te laten aan de zorgteams. Het zorgkantoor bood experimenteerruimte om de SO hiervoor in te zetten.

Stepped care

‘Stepped care’ is een ander instrument dat wordt ingezet. “Wat kan en mag je zelf doen?”, zegt Van Goch. “Moet je hier echt de SO voor inschakelen, of is er een andere oplossing? Verder gaat er meer aandacht naar preventie. Niet afwachten tot er wat gebeurt, maar problemen vroeg signaleren. Zodat het niet in het weekend tot een crisis komt.” Tot slot gebruiken de zorgteams een Smart Glass, zodat de SO op afstand kan meekijken.

Een van de doelen van het project was dat de SO vooral overdag aan het werk is. Dat lukt. “De SO is minder tijd kwijt aan randzaken of dingen die het zorgteam ook kan doen. Hij wordt minder vaak ‘s nachts gebeld en functioneert overdag beter. De caseload kon daardoor zelfs toenemen zonder verlies van kwaliteit.”

5. Afdeling Tijdelijke Opname Ouderen (ATOO) ontlast Eerste Hulp

Zuidoost Zorg in Friesland heeft een afdeling opgezet om patiënten over te nemen van de spoedeisende eerste hulp van ziekenhuis Nij Smellinghe in Drachten.

De Afdeling Tijdelijke Opname Ouderen (ATOO) is in februari 2021 op kleine schaal begonnen met 5 bedden. De bedoeling is dat er in 2022 7 bedden bijkomen. Dan zal de ATOO ook patiënten opnemen die door de huisarts worden doorverwezen. Het gaat vooral om acute opnames in avond, nacht en weekend. De ATOO levert beter passende zorg voor ouderen en heeft ervaring met de doelgroep.

De SEH-artsen kijken of een patiënt geschikt is voor opname in de ATOO. De specialist ouderengeneeskunde of verpleegkundig specialist doet de intake, vaak in samenspraak met de ergo- of fysiotherapeut.

Binnen 5 dagen naar huis of vervolgzorg

Het uitgangspunt is dat de patiënten binnen 5 dagen uitstromen naar huis of naar vervolgzorg, bijvoorbeeld een verpleeghuis. Zodra een patiënt binnenkomt, wordt ingezet op doorstroom naar huis of naar vervolgzorg, vertelt Karine van der Kraan, regiomaner kortdurende behandeling. “Wat is er thuis nodig? Welke vervolgzorg is mogelijk? Welke partijen kunnen daarbij helpen? Als mensen langer dan 5 dagen bij ons blijven, slibben we dicht en lost het niets op.”

Tot 15 november 2021 heeft de ATOO 70 patiënten gehad met een gemiddelde verblijfsduur van 4,6 dagen. De helft kon terug naar huis, de andere helft stroomde door naar vervolgzorg.

Zuidoost Zorg is in gesprek met de zorgverzekeraar over de financiering, samen met het ziekenhuis. Op dit moment past de zorgverlener bij uit eigen middelen. “We vonden het te belangrijk dat deze voorziening er kwam”, aldus Van der Kraan.

6. Programma Regionale Capaciteitsraming

Het programma Regionale Capaciteitsraming Duurzame medische zorg voor ouderen en kwetsbare groepen geeft regionaal inzicht in ontwikkeling van vraag en aanbod.

Om duurzame medische zorg in de regio te kunnen leveren is het belangrijk om te weten hoe zorgvraag en -aanbod zich zullen ontwikkelen. Landelijk zijn daar wel modellen voor, maar regio’s verschillen van elkaar.

Beleid maken om het gat te dichten

“Als je weet wat de verwachte zorgvraag is en welke professionals je nodig hebt om aan die vraag te voldoen, kun je gericht beleid maken om het gat te dichten” zegt Mariët de Zwaan, bestuurder bij Inovum Zorggroep en penvoerder van het programma. “Bijvoorbeeld extra opleiden, samenwerken of de zorg anders inrichten.”

Om de zorgvraag en het zorgaanbod in beeld te brengen, is een online vragenlijst gemaakt, legt Tineke Zijlstra van het Capaciteitsorgaan uit. 30 deelnemende zorgorganisaties in 5 regio’s vullen de lijst drie keer in, met peildata 31 december 2019, 2020 en 2021. De rapportage levert inzicht op in eventuele tekorten.

Professionals betrekken

De tweede pijler van het programma is de regionale beleidscyclus en de plek van de professional daarin. “We zien vaak dat het zorgkantoor en bestuurders afspraken maken, maar dat de uitvoering daar te weinig bij betrokken wordt”, zegt Mariët. “Het is belangrijk om de professionals te betrekken. Zij moeten het uiteindelijk waarmaken.”

Tot slot kijkt het programma naar taakzuiverheid. Taakherschikking wordt vaak genoemd als oplossing voor knelpunten. Als je gaat schuiven met taken, vraagt dat goede afspraken en moeten mensen doen waar ze goed in zijn. En professionals moeten ook bereid zijn om taken uit handen te geven.

Opname sessie Regionale capaciteitsraming

7. De verpleegkundig specialist als voorwacht

ZuidOostZorg zet de verpleegkundig specialist in als ‘voorwacht’. Daarmee creëren ze een burg tussen de verzorging en de medische professionals.

ZuidOostZorg werkt al sinds 2010 met verpleegkundig specialisten (VS) om de verpleegkundige en verzorgende functie te versterken. De inzet van de VS biedt ook een oplossing voor het tekort aan specialisten ouderengeneeskunde.

“We zijn een volledig platte organisatie geworden”, vertelt specialist ouderengeneeskunde (SO) Mascha van der Lee. “De verantwoordelijkheden zijn veelal van naar de werkvloer verschoven, met weinig management ertussen. Sinds 2015 zijn er zelfs geen directe leidinggevenden meer.”

VS draait ANW-diensten

Mede na de introductie van de hbo Verpleegkundige Gerontologie en Geriatrie (VGG) is de brugfunctie van de VS kleiner geworden en de medische inzet groter. De VS krijgt meer de rol van een basisarts en vormt een koppel met een vaste SO. En waarom zou wat overdag kan, niet ook kunnen tijdens de ANW-diensten? Dat leidde ertoe dat de verpleegkundig specialist ook tijdens deze diensten wordt ingezet.

Openheid en onderling vertrouwen zijn essentieel om deze manier van werken te laten slagen. De SO moet zaken over durven dragen en de VS moet het lef hebben om zelf meer verantwoordelijkheid te nemen.

Overleg met de SO

Verpleegkundig specialist Marck Roman werkt sinds kort bij ZuidOostZorg. Marck: “De werkwijze hier en ANW-diensten draaien was wel even wennen, maar voegt echt wat toe aan de rol van de VS. Maar uiteindelijk krijg ik veel vragen die ik overdag ook krijgt. Als ik er niet uitkom, kan ik overleggen met de SO. Die is heel ondersteunend. Je leert elkaar goed kennen en groeit naar elkaar toe. Ik leer er ook veel van.”

8. Regionaal opleiden

In de regio Flevoland willen VVT-partners gezamenlijk gaan opleiden. Dit zal een impuls geven aan de opleiding tot SO. En de opleiding tot GZ-psycholoog kan een nieuwe stroom kandidaten tegemoet zien.

Als onderdeel van het programma Duurzame medische zorg in de regio Flevoland is de ambitie uitgesproken om in samenspraak te komen tot een gecombineerde opleidingsgroep van VVT-partners.

Specialist ouderengeneeskunde

Hierbinnen kan gezamenlijk opleiden vorm en inhoud krijgen. Doel is om de opleidingsfunctie voor AIOS in opleiding tot (medisch) specialist ouderengeneeskunde een impuls te geven. In meerdere regio’s in Nederland speelt het vraagstuk om te komen tot een instellingsoverstijgende opleidingscombinatie, waarmee kansen en mogelijkheden voor extra opleiden in beeld komen.

Gecombineerd opleiden

In de regio Flevoland is het deelprogramma ROSO-FL van start gegaan om in samenspraak met 4 VVT-partners te komen tot een gecombineerde opleidingsgroep (GOG) voor het regionaal opleiden van SO’s (ROSO) in de regio Flevoland (FL). Een kerngroep werkt stevig door aan de totstandkoming van de GOG-ROSO-FL met een viertal bouwstenen:

  • Toekomstvisie op de SO-functie
  • Vernieuwend opleiden
  • Regionale kaders
  • Geïntegreerde leerwerkplannen

Het is een hele puzzel maar de puzzelstukjes krijgen vorm en inhoud.

Regionaal opleiden GZ psycholoog

De ontwikkeling van de opleidingsfunctie in het beroepsdomein van de psychologie neemt een steeds grotere vlucht. De behoefte aan GZ-psychologen in de VVT groeit en groeit.

Nieuwe stroom kandidaten

De masteropleiding tot psycholoog is op tal van onderdelen vernieuwd en voorbereid om direct te worden vervolgd met de opleiding tot GZ-psycholoog. Het leidt tot een nieuwe stroom van opleidingskandidaten naast de reeds meer dan 5.000 basispsychologen die mogelijk geïnteresseerd zijn in de opleiding tot GZ-psycholoog.

Gecombineerde opleidingsplaats voor psychologen

Om de kansen en mogelijkheden te benutten van dit prachtige aanbod aan potentiële opleidingskandidaten is gezocht naar een andere manier van opleiding binnen de VVT.

Vernieuwend opleiden met de introductie van een opleidingsteam, regionale leerroutes door een samenwerkingsverband van opleidingsorganisatie en stageopleidingsorganisaties vormen de basis voor de introductie van een GOP (gecombineerde opleidingsplaats voor psychologen in opleiding tot GZ-psycholoog).

GOP-Flevoland

Inmiddels zijn er al meerdere GOP’s ingericht en recent kon ook in de regio Flevoland een GOP-Flevoland gelanceerd worden. Aukje Reinders en Jenneke Grendelman deelden vol trots het bereikte resultaat en eindigden met het bericht dat er begin 2022 drie PIOG’s van start gaan met de opleiding tot GZ-psycholoog in de regio Flevoland.

9. Regie behandelaarschap

Verslag volgt op korte termijn.

Verslag volgt op korte termijn.

Verslag door: Jos Leijen

Meer weten

Geplaatst op: 25 november 2021
Laatst gewijzigd op: 2 december 2021