Druk-druk-druk…: Wat doe je eraan?

Neem jij je werk mee naar huis? Slaap je wel goed? Kun je je echt ontspannen als je met je hobby bezig bent? Als je pauze hebt, heb je dan ook echt pauze? “Soms bedenk ik me naderhand dat ik nog niks gegeten heb, dat gaat dan gewoon zo. Dan ben je bezig met een bewoner of komt er iets tussendoor.” Anderen in de workshop herkennen dit. “En het is ook zó verschillend, die drukte. Het hangt af van de samenstelling van de groep, van hoeveel collega’s er ziek zijn, van…”

Kim Veldhuis en Ingrid Bos zijn P&O-adviseurs en preventiemedewerkers bij ZorgAccent, een middelgrote zorginstelling in Twente die werkt met zelfsturende teams. Zij verzorgen de workshop ‘Rust in werkdruk’ op het grote congres dat hun organisatie dit jaar geeft. Zo’n vijftien deelnemers vullen om te beginnen de ‘stoplichttest’ in om te zien hoe ze scoren op werkdruk, werksituatie en ontspanning. De vragen hierboven komen uit die test. De meerderheid zit op de meeste punten in het groen, een behoorlijk aantal scoort op meerdere punten oranje en een enkeling rood: oppassen.

Niet bellen?

“Het gaat altijd om de balans tussen belasting en belastbaarheid”, legt Kim uit. “En wij willen graag op tijd weten wat we als organisatie kunnen doen om dat evenwicht in stand te houden. Zodat jullie geen klachten ontwikkelen. Wat hebben jullie nodig om de balans te bewaren? Dat is onze vraag.”

Een punt dat iedereen bij elkaar herkent is de gestegen en nog steeds stijgende complexiteit van de zorgvraag van de bewoners. Dat geeft druk. Is men hier wel voor opgeleid? “Inmiddels doet ervaring natuurlijk ook iets: ook daardoor neemt je deskundigheid toe,” vindt Ingrid. De groep praat door over hoe drukte leidt tot dingen vergeten, waardoor je thuis opeens bedenkt dat je tóch nog even moet bellen om dat door te geven. En die afdelingsapp… zó gemakkelijk maar tegelijkertijd ook zó’n ramp! Kim Veldhuis vindt dat je daar als team over na zou kunnen denken: willen we dat echt zo? Kunnen we niet beter een teammobieltje op de afdeling houden zodat zo nodig van daaruit eventuele flexers en invallers kunnen worden geregeld? Zodat de collega’s thuis ook echt vrij zijn? En is het in een team bespreekbaar als je in je vrije tijd niet gebeld wilt worden?

Ook in de keuken en bij de dokter

Medewerkers in de keuken hebben weer andere ervaringen met werkdruk: zij hebben te maken met een flinke piekbelasting midden op de dag die veel voorbereiding vergt. Ook hier is de toegenomen complexiteit van zorg een punt: “Veel van onze bewoners hebben gemalen eten nodig. Tot voor kort kregen we dat aangeleverd, maar het was niet lekker. Daarom hebben we besloten het zelf te gaan malen, maar dat kost veel tijd. We beginnen daarom een half uur eerder.”
Ook de specialist ouderengeneeskunde heeft specifieke ervaringen met werkdruk: “Wij kunnen altijd een spoedgeval tussen het gewone werk door krijgen. Dat geeft stress, want je bent je daar steeds van bewust. Je wilt je lopende zaken ook op tijd af hebben. Door die druk ga je dingen vergeten en dan neem je je werk wel eens mee naar huis.”

Herijken

Ingrid Bos en Kim Veldhuis wijzen erop dat na jaren van bezuinigingen nu weer anders tegen de formatie kan worden aangekeken. “Worden vacatures wel op tijd opengesteld?”, vragen ze aan de deelnemers. “Wees je daarvan bewust, misschien zit daar ruimte. Kaart het aan.” Verder wijzen ze op de taakverdeling binnen een team: “Taken moeten goed verdeeld zijn en rouleren. De roosters moeten goed in elkaar zitten.” Een deelnemer verzucht dat ze de afdelingsassistenten zo erg mist en velen vallen haar bij. “We besteden zo veel tijd aan randzaken als wassen en koken etcetera.”
De P&O-adviseurs vinden dat je op elk moment als team kunt besluiten om te ‘herijken’: je afvragen of dit de beste manier van werken is en die eventueel aanpassen. “Vraag je af waar de regelmogelijkheden zitten, waar zit de ruimte? Hoe kan het anders zodat de druk omlaag gaat? Wat heb je daarvoor nodig? Maak er een constructief actiepunt van en ga ermee verder.”

Naar de wc

Druk zijn op je werk is één ding, daarbuiten opladen een tweede. Die twee moeten tegen elkaar opwegen. Met daarbij ook de vraag: moet je alle ballen wel in de lucht houden? Ingrid noemt daarbij het voorbeeld van iemand die ook nog verantwoordelijkheden als mantelzorger heeft. “Daar zijn regelingen voor. Daarnaast blijven er verplichtingen richting de werkgever. Maar wij kunnen je ondersteunen. Jullie kunnen bij ons of de teamcoach komen praten, bijvoorbeeld over de balans werk en privé. Want wat wij in de zorg nog wel eens vergeten, is goed voor onszélf te zorgen. We moeten de batterij ook ópladen.”

De workshop wordt daarom afgesloten met een ontspanningsoefening van een minuut of vijf. Iedereen vindt dat lekker. En er is mee bewezen dat rust niet moeilijk of langdurig hoeft te zijn. “Gewoon even de tijd nemen, even op adem komen – desnoods even naar de wc gaan als je niet hoeft,” lacht Ingrid.

Verslag door Linda van Ingen

Meer weten


Geplaatst op: 26 april 2018
Laatst gewijzigd op: 26 april 2018