De Wet zorg en dwang in vogelvlucht

De nieuwe Wet zorg en dwang (Wzd) geldt vanaf 1 januari 2020. De wet regelt onvrijwillige zorg voor cliënten wanneer dat nodig is. Anders dan de BOPZ beoogt de Wzd de cliënt centraal te zetten. Op het Landelijk Congres Cliëntenraden 2019 gaf Ria van Haren, adviseur bij NCZ, een workshop over de inhoud en de betekenis van de Wzd. ‘De wet moet mensen bescherming bieden tegen onnodige onvrijwillige zorg.’

Voor wie is de Wet zorg en dwang?

De Wet zorg en dwang is er voor mensen met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke beperking met een Wlz-indicatie van het CIZ. De wet is ook bedoeld voor mensen met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke beperking die onder de Wmo, Zvw of Jeugdwet vallen. Mits uit een verklaring van een ter zake kundig arts blijkt dat ze zorg uit de Wzd nodig hebben. ‘De Wzd beoogt de cliënt centraal te stellen en biedt een andere kijk op onvrijwillige zorg en knellende bezorgdheid van medewerkers en familie’, vertelt Ria. ‘Het uitgangspunt is “nee, tenzij”.’

Waarom van BOPZ naar Wet zorg en dwang?

Ria legt uit dat de BOPZ gericht was op psychiatrische behandeling. ‘De BOPZ was de opvolger van de Krankzinnigenwet. Met de Wzd is er een splitsing gemaakt tussen mensen met dementie of een verstandelijke beperking en de ggz. De eigenheid van de sectoren komt nu beter tot haar recht.’ Tegelijk met de Wzd treedt de Wet verplichte ggz in werking. De Wzd biedt mensen bescherming tegen onnodige onvrijwillige zorg. Daarnaast wil de wet bijdragen aan de bewustwording van zorgprofessionals. ‘Zeker in deze tijden van personeelstekort is de verleiding groot om te snel naar middelen en maatregelen te grijpen. Denk aan sensoren, een gps-horloge, psychofarmaca. Het Wzd-stappenplan kan dit voorkomen, door te onderzoeken of er ook alternatieven zijn.’

Wie zijn betrokken bij de uitvoering van de Wet zorg en dwang?

Ria somt de rollen in de Wzd op: de bewoner of cliënt, één wettelijke vertegenwoordiger, de zorgverantwoordelijke, een externe deskundige, de Wzd-functionaris en de cliëntenvertrouwenspersoon. Daarnaast zijn er nog een klachtenfunctionaris en de klachtencommissie.

Wat doet de zorgverantwoordelijke?

De zorgverantwoordelijke is een ter zake kundig arts of iemand die valt ‘binnen een categorie die door de minister is aangewezen als deskundig’. De zorgverantwoordelijke stelt het zorgplan op en past het aan. En geeft – als dat op een gegeven moment nodig is – toestemming voor onvrijwillige zorg. Ria: ‘Een belangrijke taak van de zorgverantwoordelijke is ook de onvrijwillige zorg zo snel mogelijk weer af te bouwen. In de praktijk is dat vaak lastig, maar het blijft wel het streven. Nauwkeurig volgen en evalueren is dus belangrijk.’

Wat doet de externe deskundige?

‘De externe deskundige is nieuw in dit speelveld en heeft een belangrijke rol’, vertelt Ria. ‘De externe deskundige – bijvoorbeeld een specialist ouderengeneeskunde van een andere zorgorganisatie – komt in beeld als de onvrijwillige zorg na 2 keer 3 maanden nog niet wordt afgebouwd. Ik schat in dat dit in 80% van de gevallen zo is.’ In de ouderenzorg kan de externe deskundige een specialist ouderengeneeskunde, een psychiater, een gezondheidszorgpsycholoog of een verpleegkundige zijn.

Wat doet de Wzd-functionaris?

De Wzd-functionaris is de opvolger van de BOPZ-arts. ‘Maar anders dan onder de BOPZ is deze functie niet meer voorbehouden aan een ter zake kundig arts’, aldus Ria. ‘Ook de orthopedagoog (gehandicaptensector) of de gezondheidszorgpsycholoog (ouderenzorg) kunnen Wzd-functionaris zijn. De taak van de Wzd-functionaris is eerder beleidsmatig dan zorginhoudelijk.’

Wat doet de cliëntenvertrouwenspersoon?

Dit is een nieuwe rol, die de Wzd nu wettelijk verankert. Anders dan de klachtenfunctionaris – die altijd hoor en wederhoor toepast – gaat de cliëntenvertrouwenspersoon naast de cliënt staan. Ria: ‘Aan de cliëntenvertrouwenspersoon worden hoge eisen gesteld. Die staan in het Kwaliteitskader cliëntenvertrouwenspersoon in de Wet zorg en dwang.’

Meer weten


Geplaatst op: 7 januari 2020
Laatst gewijzigd op: 7 januari 2020