Cliëntenraden krijgen meer handvatten om hun werk te doen

‘Cliëntenraden hebben veel vragen over de nieuwe Wmcz’, zegt Theo van Ooi. Hij is adviseur en expert medezeggenschap bij LOC, een netwerk van mensen die betrokken zijn bij de zorg. ‘Een nieuwe wet is één, maar hoe ga je er mee om? Dankzij de nieuwe wet krijgen cliëntenraden in ieder geval meer handvatten om hun werk te doen, maar de uitgangspunten blijven hetzelfde.’

Volgens LOC begint medezeggenschap met de vraag wat waardevolle zorg is. ‘Je kijkt naar wat ertoe doet voor cliënten. Je probeert de invloed, de medezeggenschap, zo dicht mogelijk bij het leven van mensen te regelen.’ Volgens Theo van Ooi is het essentieel dat cliëntenraden en bestuur goed met elkaar in gesprek gaan over de nieuwe wet. ‘Dat je samen kijkt naar: wat vinden we ervan, wat vinden we belangrijk. En wat betekent dat dan voor de afspraken die je maakt, zoals: hoe worden we geïnformeerd, waarover en wanneer?’

Daarbij is het belangrijk om goed voor ogen te houden welke belangen je behartigt. ‘Het komt bijvoorbeeld voor dat medewerkers via de cliëntenraad iets voor elkaar proberen te krijgen, omdat het op een andere manier niet lukt. Je moet jezelf dus de vraag stellen: hebben we het juiste perspectief te pakken? Dat van de cliënt dus.’ Bovendien, zo benadrukt hij, draait het daarbij om de algemene belangen van alle cliënten. Individuele klachten van cliënten horen niet op het bordje van cliëntenraden. Individuele signalen kunnen wel een mogelijke trend aangeven. ‘Het enige wat de raad kan doen, is de cliënt verwijzen naar de persoon bij wie de klachten wel thuishoren.’

Recht

Als het om het algemeen belang gaat, is het geven van een advies over voorgenomen besluiten een recht. ‘Het is de plicht van de organisatie om advies te vragen, maar de bestuurder neemt het besluit. Bovendien is het van belang om als cliëntenraad betrokken te worden in het traject van besluitvorming. Vind je het als cliëntenraad niet nodig om advies te geven? Communiceer dat dan. Dat is heel belangrijk, want anders loop je de kans dat je als ‘onbetrouwbaar’ wordt gezien en wordt de raad een volgende keer misschien niet zo snel meer om advies gevraagd.’ Theo van Ooi benadrukt dat de cliëntenraad ook ongevraagd advies kan geven. ‘Voor bestuurders is dat een cadeau, want dan gaat het om zaken waar ze zelf niet aan gedacht hebben.’

Om hun werk goed te kunnen doen, is het belangrijk dat de leden van de cliëntenraad de achterban raadplegen. Bestuurders moeten dit ondersteunen en hen hierin faciliteren. Verder adviseert Theo van Ooi cliëntenraden om prioriteiten te stellen en een plan te maken. ‘Door keuzes te maken en vast te leggen wat je wil bereiken, ontstaat focus.’

In beroep

Bestuurders mogen afwijken van een gewoon advies van de cliëntenraad, maar pas nadat overleg heeft plaatsgevonden. Is sprake van zaken waarvoor het instemmingsrecht van de cliëntenraad geldt, dan mag het bestuur het advies niet afwijzen. Gebeurt dat toch, dan kan de cliëntenraad dit voorleggen aan de Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden (LCvV). ‘De uitspraak van deze commissie is nog steeds bindend, maar beide partijen kunnen tegen de uitspraak in beroep gaan. Dat wordt door sommigen als een kleine achteruitgang in de wet gezien.’ Het beroep is mogelijk bij de Ondernemingskamer en kantonrechter.

Inspectie

De cliëntenraad kan tot slot een nietigverklaring doen naar de bestuurder als in de praktijk iets besloten wordt waarvoor het instemmingsrecht geldt, maar de raad dat recht niet gekregen heeft. ‘De bestuurder is dan verplicht om het besluit op te schorten (maximaal drie maanden stop te zetten). Cliëntenraad en bestuurder kunnen (moeten) dan met elkaar in gesprek gaan, of hiermee naar het LCcV gaan’, zegt Van Ooi. Hij wijst er tot slot op dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd er op gaat toezien dat de wet wordt nageleefd.

Door Karin Burhenne

Meer weten

Geplaatst op: 2 januari 2020
Laatst gewijzigd op: 10 december 2019