Carin Gaemers: ‘Vraag uw raad van bestuur om een samenvatting van elk beleidsstuk’

De kapster van het verpleeghuis als lid van de cliëntenraad en ‘voelsprieten’ op locatie. Carin Gaemers is onder de indruk van de creatieve oplossingen die cliëntenraden bedenken. Op het Landelijk Congres Cliëntenraden 2018 in De Doelen in Rotterdam is ze aanwezig om cliëntenraden te ‘scherpen’, zoals de titel van haar workshop aangeeft. Dat doet ze door het gesprek aan te gaan. Het resulteert in een groot aantal goede voorbeelden en tips.

In de gaten houden

‘Ik ben hier niet om u iets te komen vertellen, ik wil het met u ergens over hebben.’ Zo opent Carin Gaemers haar workshop op het congres voor cliëntenraden op 10 december in Rotterdam. Wat ontstaat is een levendige discussie, vol voorbeelden en met een rode draad: de nieuwe Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz). Carin noemt het belang van ‘lef, je rug recht houden en het ongemak opzoeken’. ‘Zorgorganisaties moeten de komende jaren antwoord geven op belangrijke thema’s. Dat betekent dat wij ze goed in de gaten moeten houden. Bent u het eens met de richting die uw organisatie op gaat? Bied dan hulp om het verhaal zo sterk mogelijk naar buiten te brengen. Bent u het niet eens? Zorg dan dat u zo vroeg mogelijk aanhaakt en laat uw invloed gelden.’

Passend

Aanhaken bij de koers van de organisatie: voor lokale cliëntenraden is dat niet altijd makkelijk, erkent Carin. ‘Vaak is het niet duidelijk wat er centraal gebeurt. Dan ontbreekt de verbinding tussen lokale cliëntenraden en de centrale vertegenwoordiging. Hoe die verbinding tot stand komt, is in elke organisatie anders. Logisch, want geen enkele organisatie is hetzelfde.’ Medezeggenschap moet passend zijn. Maar passend bij wie? ‘Ik zie te vaak dat de structuur van medezeggenschap vooral bij de organisatie past, bij de systeemwereld. Als dat het geval is, moet u zich hard maken voor een andere structuur.’ Het medezeggenschapsreglement – tussen organisatie en cliëntenraad – en het huishoudelijk reglement van de cliëntenraad zijn daarvoor de aangewezen instrumenten. ‘U kunt en mag daar invloed op uitoefenen. Straks gaat de nieuwe wet in. Dat is een mooi moment om de reglementen aan te passen.’

Landelijk Congres Cliëntenraden 2018: LEF op locatie
Deze workshop werd verzorgd tijdens het Congres Cliëntenraden 2018.

Geheimhoudingsplicht

De eerste vraag uit de zaal is veelzeggend: ‘Ik ben lid van een centrale cliëntenraad. In ons huishoudelijk reglement staat dat alle stukken die we krijgen onder geheimhoudingsplicht vallen. Ik mag ze dus niet delen met de lokale raden. Ik heb dit aangekaart bij het bestuur. De reactie was: “Dan gaan wij steeds minder aan jullie vertellen.” Daar worstel ik mee.’ ‘Uw bestuurder stuurt u met een kluitje in het riet!’, reageert Carin begripvol. ‘Ik stel voor dat u in het huishoudelijk reglement laat opnemen dat geheimhouding alleen geldt voor stukken waarvan de raad van bestuur expliciet zegt dat ze geheim moeten blijven. En dat de raad ook uitlegt waarom, in begrijpelijke taal.’

Jip-en-janneketaal

Dat brengt Carin op een ander onderwerp: al die stukken die een cliëntenraad moet lezen! ‘In de wet staat dat een raad van bestuur de cliëntenraad volledig moet informeren en op zo’n manier dat het voor de cliëntenraad duidelijk is waar het over gaat. Dat is iets anders dan alle stukken opsturen. Vraag uw raad van bestuur van elk stuk een samenvatting te maken van 1 A4’tje in jip-en-janneketaal. En spreek af dat elk cliëntenraadslid per toerbeurt de onderliggende stukken raadpleegt.’ Vanuit de zaal klinkt: ‘En vraag dan ook of de organisatie bij elk beleidsstuk duidelijk wil vermelden wat de cliënt eraan heeft.’ Een hele goede suggestie, vindt Carin. ‘Maak er een oplegnotitie van! Met daarin wat het beleid betekent voor de cliënt, hoe de organisatie dat gaat bereiken en wanneer de eerste resultaten verwacht mogen worden.’

carin gaemers

Laat u niet intimideren

‘Bij ons was het regel dat iedereen die op centraal niveau meedacht, ook in een lokale cliëntenraad moest zitten’, vervolgt Carin. Ze benadrukt dat het zwaartepunt van de Nieuwe Wmcz op lokaal niveau ligt. ‘Sommige beslissingen mag je pas op centraal niveau aftikken als lokaal ook instemt.’ Het lokale cliëntenraadslid dat vertelt dat haar raad plotseling geconfronteerd werd met een verhoging van het wasgeld, raadt ze dan ook aan de hakken in het zand te houden. ‘Laat u niet intimideren. Houd deze beslissing gewoon nog even tegen. Vraag andere lokale raden binnen uw organisatie of ze tegen hetzelfde probleem aanlopen. En zorg dat op alle niveaus besproken wordt dat de lokale raden dit geen prettige manier vinden.’

Foute boel

Carin beseft dat het ook voor een organisatie lastig kan zijn om precies te weten wat er lokaal gebeurt, en daar het beleid op af te stemmen. ‘Maar het kan wel! Hugo Borst en ik hebben heel veel bestuurders gesproken. Om te weten wat voor vlees we in de kuip hebben, ontwikkelden we een lakmoesproef. Dan vragen we “vertel eens hoe het gaat op een afdeling”. Krijg je dan allemaal managementtaal naar je hoofd geslingerd, dan is het foute boel. Maar er zijn ook bestuurders die vertellen wat op een locatie gebeurde en hoe ze daar een oplossing voor zochten.”

‘De kapster betrekken in de cliëntenraad!’, reageert Carin enthousiast. ‘Wat een lumineus idee, ik wilde dat ik het zelf verzonnen had. De kapster is een geweldige bron van informatie!’

Op de thee

Bestuurders hebben zo hun eigen manier om verbinding met hun locaties te maken. “Ik ken 2 vrouwelijke bestuurders die elke maand een middag op een locatie gaan zitten’, vertelt Carin. ‘“Kom op de thee met de rvb”, iedereen die wil kan bij ze langs. Er zijn ook bestuurders die zichzelf regelmatig vrij roosteren om mee te lopen in de uitvoering.’ ‘Dat doe ik ook’, zegt een voorzitter van een cliëntenraad. ‘Ik ga regelmatig een uurtje op een woongroep zitten.’ ‘Heel mooi’, reageert Carin, ‘Ook voor cliëntenraadsleden is dat belangrijk. En je kunt natuurlijk niet iets van een bestuurder verwachten wat je zelf niet doet. Dat is ook de reden dat ik ben gestopt. Toen mijn moeder overleed, mocht ik mijn termijn afmaken. Na anderhalf jaar merkte ik dat ik de verbinding kwijt raakte.’

Kapster

Maar stoppen is moeilijker dan gedacht. ‘Mijn vader is 3 jaar geleden overleden, ik zit nog steeds in de cliëntenraad’, vertelt een van de aanwezigen. ‘Nieuwe leden vinden is een probleem.’ Heel veel cliëntenraden kampen daarmee, weet Carin. Maar er wordt creatief mee omgegaan, blijkt uit de reacties uit de zaal. ‘Bij ons mogen ook vrijwilligers aansluiten. En sinds kort hebben we ook de kapster van het verpleeghuis bij de cliëntenraad betrokken. Verder hebben we per afdeling een samenspraakteam, met mensen die wel iets willen doen. Zij pakken bepaalde thema’s op.’ ‘De kapster!’, reageert Carin enthousiast. ‘Wat een lumineus idee, ik wilde dat ik het zelf verzonnen had. De kapster is een geweldige bron van informatie!’

Voelsprieten

Een andere cliëntenraad werkt met ‘voelsprieten’. ‘Ook dat zijn mensen die best wat willen doen, maar geen lid van de raad willen zijn. Per locatie zijn een aantal “voelsprieten” gekoppeld aan leden van de cliëntenraad. Alleen vond onze organisatie de naam niet passend en heten ze nu “cliëntenaanspreekpunt”.’ ‘Ook weer een prachtig voorbeeld’, zegt Carin. ‘Maar eerlijk gezegd vind ik dat het niet aan een bestuur is om te bepalen wat de naam is van een rol of functie die de cliëntenraad heeft bedacht. Kies alleen voor een andere naam als de mensen dat zelf prettiger vinden. Ik zou er trots op zijn om voelspriet te heten!

Carin Gaemers besluit met een bedankje: ‘Het was heel fijn van u te horen wat er speelt bij cliëntenraden. Ik hoop dat u er ook iets aan heeft gehad. En vergeet het niet: lees de nieuwe wet goed, weet wat er in staat, maak er gebruik van en laat u niet intimideren!’

Door: Ingrid Brons

Meer weten


Geplaatst op: 17 december 2018
Laatst gewijzigd op: 17 december 2018