Carin Gaemers: ‘Goede verpleeghuiszorg vraagt om goede bestuurders’

Bestuurders kunnen het verschil maken in de kwaliteit van verpleeghuiszorg, is de overtuiging van historicus Carin Gaemers. Het verhaal van verpleegkundige in opleiding Manon Klaver (Zorgbalans) onderstreept hoezeer dit waar is.

Carin Gaemers plenaire afsluiting Tihv19

Een volwassen sector durft kritisch op zichzelf te zijn, stelde dagvoorzitter Lennart Booij aan het einde van de afsluitende plenaire sessie van het congres Thuis in het verpleeghuis, 1 juli in de Amsterdamse RAI. Dat was ook te merken geweest tijdens de sessies die eerder die dag in drie rondes hadden plaatsgevonden, want daarin was soms pittige discussie gevoerd. In een van die sessies speelde historicus Carin Gaemers (bekend van het manifest over de verpleeghuiszorg dat zij samen met Hugo Borst schreef) een rol, en zij kwam ook in dit afsluitende deel van het congres weer aan het woord.

‘De medewerkers zijn in de verpleeghuiszorg nooit het probleem geweest’, stelde zij, ‘maar de cliënt kwaliteit van leven bieden is in de afgelopen jaren wel in de knel gekomen. Gelukkig zien we nu een verandering. We zien verpleeghuizen waar het heel goed gaat, maar er moet nog veel gebeuren.’

Bestuurders als hitteschild

Goede kwaliteit verpleeghuiszorg kunnen bieden, vraagt om een bestuurders die als hitteschild fungeren tussen de medewerkers en de buitenwereld, stelde Gaemers. ‘De medewerkers moeten het idee hebben dat zij hun werk kunnen doen zoals dat moet’, zei ze. ‘Zo niet dan moeten ze aan de bel trekken. Pols of collega’s hetzelfde idee hebben en spreek de bestuurder dan aan. Een bestuurder is immers een collega van je. En het zou toch raar zijn als je niet met een collega kunt praten over wat je bezighoudt.’

Tamara Pieterse van Zorgbalans is zo’n bestuurder die bereid is om als hitteschild te fungeren en dichtbij de medewerkers te staan. Wat doen jullie anders, wilde Booij weten. ‘We hebben er al vijf jaar geleden voor gekozen om te investeren in opleiding en ontwikkeling’, vertelde ze. ‘Jaarlijks zitten meer dan vijfhonderd van onze medewerkers in ontwikkeltrajecten.’ Zorgbalans zet hierbij sterk in op het binden en dus behouden van de eigen medewerkers. ‘Onder de streep betekent dit dat we veel investeren in vertrouwen’, zei Pieterse. ‘En als we merken dat de manier waarop onze medewerkers willen werken botst met de kaders en de regelgeving, dan kijken we hoe we dat zoveel mogelijk buiten het primaire proces kunnen houden.’

Zorgbalans congres Tihv19

Ruimte voor persoonlijke ontwikkeling

Binnen Zorgbalans krijgen zorgmedewerkers dus volop ruimte om zich te ontwikkelen en om hun werk zo te doen dat het voor cliënten voelt als thuis. Een van die medewerkers is Manon Klaver. Zij werkte bij een bank maar besloot op een gegeven moment om de switch te maken naar de zorg. ‘Een bewuste keuze’, vertelde ze, ‘in oktober hoop ik mijn opleiding tot verpleegkundige af te ronden. Die ruimte om me te ontwikkelen heb ik dus zeker genomen. Ik kwam zonder vooroordelen in de zorg te werken, en vroeg me daar soms af waarom dingen worden gedaan zoals ze worden gedaan. Daarbij heb ik altijd naar mijn gevoel geluisterd en de ruimte genomen om daarover dan ook in gesprek te gaan met collega’s.’

Een mooi voorbeeld van waartoe dit kan leiden, was de cliënt met een verstandelijke beperking, die zich steeds verzette tegen het dagelijkse wassen en kleden. Klaver: ‘Op een gegeven moment vroeg ik me af of dit nog wel goede zorg was. Dit leidde ertoe dat we hem nu nog maar eens per week wassen. Maar dit vergde wel dat ik opstond om af te wijken van de norm. Die ruimte is er bij Zorgbalans. En ik ben ervan overtuigd dat als je die neemt vanuit je professionaliteit en goed overlegt met de naasten van de cliënt, je niets te vrezen hebt van de Inspectie.’

Toen Booij vervolgens aan de aanwezigen in de zaal vroeg: ‘Bij wie mag dit niet, in welk verpleeghuis bestaat hier geen ruimte voor?’, ging niet één hand omhoog. ‘De ruimte om dit te doen is er dus’, concludeerde hij.

Verslag door: Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 2 juli 2019
Laatst gewijzigd op: 8 augustus 2019