Hoe ver ben jij met de Wet zorg en dwang?

De Wet Zorg en dwang is op 1 januari 2020 ingegaan. Ruim een jaar geleden dus. Een goed moment om stil te staan bij de implementatie van de wet. Want hoe ver is jouw organisatie? Op 20 januari 2021 organiseerde Waardigheid en trots een online bijeenkomst voor kwaliteitsverpleegkundigen en andere geïnteresseerden. Irme de Bonth, adviseur bij Vilans, beantwoordde vragen. ‘De Wet zorg en dwang is het ultieme persoonsgericht werken.’

Waarom vertoont ze dit gedrag?

Wat doe je als een bewoonster elke ochtend na het wakker worden de kamers van andere bewoners ingaat en daar wat rondscharrelt? Familieleden van medebewoners vragen om ingrijpen: alle deuren op slot. Maar is dat wel de beste oplossing? ‘In de zorg willen we handelen, het probleem snel oplossen’, zegt Irme. ‘Zodat de situatie zich niet meer voordoet. Maar soms helpt het om even stil te staan en goed naar de situatie te kijken.’ In dit geval kozen de medewerkers voor het laatste. Ze gingen in gesprek met de familie van de bewoonster. Om erachter te komen waarom ze dit gedrag vertoonde. Ze hoorden dat de bewoonster haar hele leven al kleren klaarlegde op de stoel naast haar bed. Oók in het verpleeghuis, maar de nachtdienst ruimde de kleren ‘s avond netjes op. Elke ochtend zocht de bewoonster haar kleren. Toen de kleren op de stoel bleven liggen, stopte het dwalen. Met dit voorbeeld illustreert Irme het brede perspectief van de Wet zorg en dwang (Wzd)

Recht op vrijheid

‘De wet is gekoppeld aan onvrijwillige zorg, maar gaat over veel meer. Namelijk over álle zorg voor de individuele cliënt. En dat raakt aan zorgplannen, MDO’s, aan kennis van dementie en kennis van gedrag, eigenlijk aan alles in jouw organisatie. Centraal staat of jij professioneel genoeg bent om met de zorgvragen van de cliënt om te gaan.’ De essentie van de wet is het recht op vrijheid. Irme maakt een bruggetje naar een actueel voorbeeld: de avondklok om coronabesmettingen tegen te gaan. ‘We merken nu allemaal hoe het voelt als iemand iets voor jou beslist. Zorgmedewerkers doen dat elke keer als ze voor een cliënt een keuze maken. Ook al is dit natuurlijk met de beste bedoelingen.’

Cliëntvolgend

Heel specifiek regelt de Wzd het recht op vrijheid bij onvrijwillige zorg of onvrijwillige opname, voor mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychogeriatrische aandoening. Ook mensen met NAH, Korsakov en Huntington, die dezelfde gedragsproblemen vertonen en hetzelfde regieverlies ervaren, vallen onder de werking van de wet. Irme benadrukt dat de wet cliëntvolgend is. ‘Anders dan de Wet Bopz, waar vaak sprake was van een gesloten afdeling, geldt de Wzd thuis, op de dagbesteding en in het verpleeghuis. Daar waar de cliënt verblijft en mogelijk onvrijwillige zorg krijgt.’ De Wzd gaat dus ook verder dan vrijheidsbeperkende maatregelen als bedhekken en rolstoelgordels. ‘Niet de zorgvorm, maar het individu staat centraal. Want of iets onvrijwillige zorg is, is voor elke individu anders.’

Beginnen bij de cliënt

Er is sprake van onvrijwillige zorg als de cliënt zich verzet of – wanneer de cliënt wilsonbekwaam is – als de vertegenwoordiger er niet mee instemt. ‘Maar je begint altijd bij de cliënt’, zegt Irme. ‘Als een cliënt wilsonbekwaam is en verzet toont, is dat leidend. Oók als de vertegenwoordiger heeft gezegd dat het goed is.’ Een van de deelnemers vraagt: ‘Als een bewoner geen verzet toont, is het dus geen onvrijwillige zorg?’ ‘Precies, behalve als de cliënt wilsonbekwaam is en de familie niet instemt’, antwoordt Irme. ‘Maar de bedoeling van de Wzd gaat verder, namelijk dat je je bij alles afvraagt wat de cliënt wil. De Wzd is het ultieme persoonsgericht werken.’

Stappenplan

Soms is onvrijwillige zorg toch nodig. Irme: ‘Maar dat doe je alleen om ernstig nadeel te voorkomen en als er geen alternatief is. Je doet dat zorgvuldig en legt het vast in het ECD. Je gebruikt het stappenplan van de Wzd.’ Behalve bij onvrijwillige zorg is het stappenplan ook verplicht in 3 andere situaties. ‘De Wzd onderscheidt 9 categorieën van (onvrijwillige) zorg. Bij de eerste 3 – toedienen van gedragsmedicatie buiten de richtlijn, beperken van de bewegingsvrijheid en toepassen van een vorm van insluiting – gebruik je voor wilsonbekwame cliënten altijd het stappenplan. Oók als de cliënt zich niet verzet en de vertegenwoordiger instemt. Want deze beslissingen zijn dermate ingrijpend dat ze de maximale bescherming van de vrijheid van de cliënt en de maximale zorgvuldigheid van de zorgverlener verdienen.’

Vrijheid versus veiligheid

In de Wzd staat het dilemma vrijheid versus veiligheid continu centraal. De Wzd dwingt organisaties om hierover na te denken. Dat is precies wat een van de deelnemers zo waardeert aan de wet. ‘Dankzij de Wzd evalueren we nu veel meer’, zegt ze. Irme ziet nog een ander voordeel. ‘Hoe meer aandacht je aan de vrijheid van het individu besteedt, dus het voorkomen van onvrijwillige zorg, hoe minder administratieve lasten je hebt, hoe minder stappenplannen je hoeft te maken en hoe meer je gericht bent op de individuele cliënt.’

Frisse blik

Nieuw in de afweging van onvrijwillige zorg en het doorlopen van de stappenplannen is de ‘externe deskundige’. Die wordt betrokken als een maatregel na enige tijd niet is afgebouwd of vervangen. En nee, dat is geen onwelkome pottenkijker en ook geen ‘afvinkdingetje’. ‘Zie het als iemand met een frisse blik die je kan helpen bepaalde patronen te doorbreken’, zegt Irme. ‘Een vorm van intercollegiale toetsing die goed past bij de onderlinge deskundigheidsbevordering en het werken in een netwerk uit het kwaliteitskader.’ ‘Wie kan de rol van externe deskundige vervullen?’, vraagt een deelnemer. ‘Dat kan een arts of een psycholoog of een (kwaliteits)verpleegkundige van een andere organisatie zijn’, antwoordt Irme. ‘Belangrijk is dat hij of zij deskundig is op dit gebied.’

Wanneer is iemand wilsonbekwaam?

‘Wat moet je doen als familie onvrijwillige zorg verleent?’, vraagt een deelnemer. ‘Goede vraag’, aldus Irme. ‘De Wzd regelt de bevoegdheden van zorgverleners, dus niet wat familie en mantelzorgers doen. Maar los van de wet is dit iets waarover je het gesprek aangaat. Vanuit de vraag “doen we het goede voor de cliënt?”. Hoe complex en moeilijk zo’n gesprek ook kan zijn.’ ‘Wanneer is iemand wilsonbekwaam? Moet dat in het zorgplan staan?’, vraagt een andere deelnemer. ‘Wils(on)bekwaamheid zit in hele kleine dingen’, antwoordt Irme. ‘Als een van de 9 categorieën van de Wzd aan de orde is, ga je kijken of een cliënt zelf kan beslissen of dat zijn of haar familie dat moet doen.’

Tip

Irme besluit met een laatste tip. ‘Twijfel je nog aan de toepassing van de Wzd in de praktijk? Bekijk het dan vanuit dit perspectief: een individuele cliënt met dementie aan wie je goede, professionele zorg verleent. Probeer niet geïsoleerd aan onvrijwillige zorg te denken. En ga met elkaar in gesprek over dilemma’s. Even stilstaan, reflecteren en dat met elkaar doen is heel belangrijk. Organisaties moeten dat faciliteren.’

De essentie van de Wet zorg en dwang

  • Eigen regie van de individuele cliënt staat centraal
  • Je levert zorg op vrijwillige basis
  • Je zoekt naar alternatieven voor onvrijwillige zorg
  • Complexe casuïstiek goed analyseren, samenwerken en praten over dilemma’s zijn essentieel (vergeet niet dat eigen normen en waarden kunnen meespelen)
  • Je past onvrijwillige zorg alleen toe als er geen andere mogelijkheden zijn (nee, tenzij…)
  • Het gaat om álle zorg! (dus om méér dan vrijheidsbeperkende maatregelen)
  • Het stappenplan is een uiting van zorgvuldig handelen met elkaar
  • Je verwelkomt de frisse blik van een externe deskundige
  • De wet is cliëntvolgend en geldt dus ook voor mensen die thuis professionele zorg krijgen
  • De wet regelt de bevoegdheden van zorgverleners, niet die van familie en mantelzorgers
  • De wet voorziet in een onafhankelijke cliëntenvertrouwenspersoon

Door: Ingrid Brons

Meer informatie

Geplaatst op: 29 januari 2021
Laatst gewijzigd op: 29 januari 2021