Kwaliteitsverbetering verpleeghuiszorg

De basis voor onderzoek is verwondering

Zorgprofessionals op alle niveaus kunnen in onderzoek eigenaarschap tonen. Wel is het essentieel dat het management onderzoek faciliteert, en dat ruimte wordt geboden om uitkomsten te implementeren.

Onderzoek dient veel meer op de werkvloer te gebeuren, is het uitgangspunt van Wilco Achterberg (specialist ouderengeneeskunde) en Beatrijs de Leede (onderwijskundige) bij de workshop Topcare scholing – Evidence en onderzoek in verpleeghuizen: een taak voor elk niveau en het management. Om te pijlen hoe de aanwezigen bij deze workshop tegen onderzoek aankijken, stelden ze eerst twee vragen: Welke positieve associaties heb je met onderzoek? en Welke negatieve gedachte roept onderzoek bij je op? Bij het antwoord op de eerste vraag strijden deze begrippen om voorrang: vooruitgang, verbetering, leren, kennis, samen. In het antwoord op de tweede vraag klinken vooral door: duurt lang, tijdrovend, traag, onpraktisch, theoretisch.

De Leede vertelde over een project binnen Atlant in het kader van Topcare dat erop gericht is onderzoek veel beter binnen de afdelingen te krijgen. ‘Het doel is mensen vanaf het niveau mbo-3 te leren onderzoeken en implementeren’, vertelde ze. ‘We kregen van de eerste pilotgroep dezelfde positieve als negatieve reacties bij de start als in deze workshop. Inmiddels realiseert men zich dat onderzoek iets is wat in het dagelijks werk hoort. Het begint met vragen stellen aan jezelf en aan je omgeving. Je verwonderen is belangrijk want zolang je je verwondert blijf je vragen stellen.’

Veel verwondering

De vraag aan de aanwezigen in de zaal waarover zij zich verwonderden leverde een interessant lijstje op:

  • Het feit dat weinig interesse bestaat – ook onder artsen – om onderzoek te starten en te dragen.
  • Het gegeven dat het te weinig lukt om over schuttingen heen te kijken en kennis te delen.
  • Het feit dat veel informatie in het Engels wordt aangeboden, via Pubmed bijvoorbeeld, zonder erbij na te denken of medewerkers op de werkvloer hier wel mee uit de voeten kunnen.
  • Het probleem om opgedane kennis op lokaal niveau te vertalen naar het landelijk perspectief zodat iedereen ervan kan leren.
  • Het gegeven dat de grootste groep werkers in de ouderenzorg – niveau 2 – niet bij onderzoek betrokken wordt.

De Leede kon er vanuit het project waarover zij vertelde nog wel een paar aan toevoegen. Het feit dat de motivatie om te leren heel groot is maar wordt gefrustreerd door vragenlijstjes die moeten worden ingevuld maar waarop vervolgens niet meer wordt teruggekomen bijvoorbeeld. Of het gegeven dat in het project bewust ook de managers worden betrokken – omdat die moeten faciliteren dat ruimte wordt geboden aan het project tenslotte – maar dat die geen tijd blijken te hebben. De praktijk van het doen van een project kan dus weerbarstig zijn. ‘Uiteindelijk bleek het prettig om de managers er niet gelijk bij te hebben bij de discussies die we voor de verschillende niveaus hebben georganiseerd’, zei De Leede. ‘Die hebben soms de neiging om bij iedere uitgesproken verwondering of vraag meteen uit te leggen waarom iets zo is.’

Samenwerken en verschillen erkennen

Het centrale thema dat binnen de groep die bij Atlant bij elkaar was gebracht bleek het welzijn van de cliënt. De Leede: ‘Als dat eenmaal is bepaald, kun je als eerste stap gaan kijken of al eerder onderzoek is gedaan naar dit thema. Dan kun je vervolgens kijken welke onderzoeksmethoden er zijn om dat welzijn van de cliënt in kaart te brengen, hoe je het onderzoek het best kunt uitvoeren en hoe je de resultaten ervan kunt delen. Dat hoeft niet via een artikel in the Lancet. Een poster, via teambesprekingen, een Youtube-filmpje, of cartoon mag ook.’

Dergelijk onderzoek voor de praktijk is heel belangrijk, onderstreepte Achterberg. ‘Neem bijvoorbeeld het onderwerp gebroken heup’, vertelde hij. ‘Jaarlijks breken 20.000 mensen een heup. Als daar onderzoek naar wordt gedaan, doen de arts, de verpleegkundige, de diëtist en de fysiotherapeut dat ieder binnen hun eigen discipline. Het zou juist meerwaarde hebben als daarin wordt samengewerkt. Net als bij diabetische voet bijvoorbeeld. Daarbij gaat het niet alleen om goede voetzorg, maar ook om goede voeding en materialen. En als dan uit praktijkonderzoek blijkt dat er antidecubitusmatrassen moeten komen, dan is het natuurlijk niet motiverend als de professionals stuiten op de mededeling dat de vervanging van de matrassen pas over anderhalf jaar op de agenda staat. De rol van het management is dus inderdaad belangrijk. Die moet tijd vrijmaken voor onderzoek, interesse tonen en het onderzoek onder de aandacht brengen bij de raad van bestuur. Ook moet ze de relatie leggen met hogescholen en universiteiten. En ze moet faciliteiten beschikbaar stellen.’

De Leede had hier nog een toevoeging bij: ‘Erken de verschillen. De mbo’ers moeten meer geholpen worden om dingen te durven doen, omdat ze toch vaak in het achterhoofd hebben wat zal mijn manager ervan vinden. En als je medisch specialisten en verpleegkundigen bij elkaar zit, gaan de eersten binnen vijf minuten zitten appen en hun mail zitten beantwoorden omdat ze vinden dat het te traag gaat.’ Maar ze had ook nog een andere toevoeging: ‘Binnen het project bij Atlant vraagt een manager ook: “Hoeveel tijd wil je dat ik geef, dan ga ik gewoon roosteren”. Het project is medio 2018 afgerond en vormt de opmaakt voor het bieden van scholing over het opzetten van kwaliteitsprojecten.

Door: Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 7 december 2017
Laatst gewijzigd op: 6 december 2017