Agressie: over de grens

Agressie = over de grens. Waar trek jíj de streep? En hoe?

“Geef me die pillen, anders kom ik de nacht niet door. En dat wéét je! Jullie zijn ook allemaal hetzelfde!” Behoorlijk intimiderend staat de bewoner voor je. Is dit agressie? Hoe reageer je? De deelnemers aan de workshop verdelen zich over de zaal: links de mensen die zich agressief benaderd voelen, rechts de mensen die dat niet zo ervaren. In het midden een groepje mensen dat twijfelt. “Zo werkt dat ook in een team: niet iedereen verstaat hetzelfde onder agressie”, stelt Christian Mink van Derks Training en Coaching.

Het grote woonzorgcongres bij ZorgAccent loopt op zijn einde, maar de drukbezochte workshop ‘Grensoverschrijdend gedrag’ is er niet minder levendig om. Letterlijk iedereen in de zaal heeft ervaring met agressie op het werk. Of men nu met cliënten met dementie werkt of met Korsakov-patiënten – het speelt overal. “Bespuugd worden is het allerergst,” klinkt het. Veel deelnemers zijn zo gewend aan agressie op hun afdeling dat ze het niet meer zo noemen. De workshopleider neemt de zorgprofessionals mee in de theorie: welke gradaties onderscheiden we bij grensoverschrijdend gedrag, hoe ontstaat het en wat zijn de beste manieren van reageren?

Een deelnemer aan de workshop: ‘Bespuugd worden is het allerergst.’

Meeveren of vertrekken?

Vier soorten van ongewenst gedrag worden nagespeeld, waarvan de laatste twee door iedereen als echt ‘agressief’ worden ervaren.

  1. Zeuren, zielig doen, claimen, vragen om uitzondering – gericht op ‘ik’;
  2. Kritiek met vaak wat meer stemverheffing op de organisatie, de regels, de werkwijze, de begeleiding in het algemeen – gericht op ‘jullie, de organisatie’;
  3. Intimideren, schelden, bedreigen, beledigen, discrimineren etc. – gericht op ‘jou’ (de zorgprofessional persoonlijk);
  4. Fysiek geweld – gericht op ‘jou’ (de zorgprofessional persoonlijk), ‘de organisatie’ (bijvoorbeeld materialen vernielen) of ‘ik’ (de persoon zelf).

Mensen met dit gedrag zoeken allemaal aandacht, elk op een andere manier. De manier waarop je het best kunt reageren, verschilt ook. Daarom is het belangrijk de verschillende vormen van agressie te herkennen. Een principieel verschil voor een adequate reactie ligt op de grens tussen gedrag B en C. Kun je bij A en B het best meeveren door middel van de L.S.D.-methode (luisteren, samenvatten, doorvragen), begrip tonen, toelichten en afronden, bij C en D gaat het echt om grenzen stellen. Iemand die over grenzen heen gaat, moet begrensd worden, op een vriendelijke en duidelijke manier. Word je geïntimideerd (C) kun je dat kort negeren, het gedrag benoemen, ‘stop’ zeggen en een keuze bieden, bijvoorbeeld: “Als je nu doorgaat, dan doen we het op mijn manier, stop je dan komen we er samen uit.” Het is hierbij belangrijk om met de positieve optie te eindigen. In alle gevallen (A, B en C) moet je na twee keer ook werkelijk dóen wat je zegt.

Bij fysiek geweld (D) is er echter maar één regel: je eigen veiligheid waarborgen. Je stelt direct de grens door weg te gaan. “Ja, maar dan wordt bij ons op de afdeling een bepaalde mevrouw nooit meer geholpen,” brengt een verzorgende in de zaal hier tegenin. Want de praktijk is vaak weerbarstiger dan de theorie.

Verstand en gevoel: wankel evenwicht

Trainer Christian Mink gaat in op het ontstaan van agressief gedrag: “Als het goed is, zijn verstand en gevoel redelijk in evenwicht. Maar soms loopt het anders. Stel je voor dat je een korte, slechte nacht hebt gehad. Je dochtertje zeurt vreselijk bij het aankleden, je zoontje smeert zijn trui onder de tandpasta vlak voor je de deur uit gaat. En dan vind je ook nog een briefje op het aanrecht dat je eerst moet tanken. Op zo’n ochtend lopen je emoties van binnen hoger op dan op een andere ochtend. En dat is bij je cliënten niet anders. Alleen heb jij geleerd hoe je die emoties binnen de perken houdt en hebben sommige van je bewoners dat vermogen niet meer. Dan is het dus aan jou om hún emoties tijdig terug te brengen tot een aanvaardbaar niveau.” Op het bord verschijnt weer de bekende L.S.D.-afkorting: toon begrip, zorg dat iemand zich gehoord weet. Zo kun je misschien erger voorkomen. Het voorkomen en vroeg signaleren van emoties bij bewoners en daarop inspelen is daarom belangrijk. “En vergeet niet dat je eigen onrust over kan slaan op de bewoner. Cliënten voelen spanning en emoties heel goed aan,” stelt een deelnemer.

Minks denkt dat veel van de aanwezige zorgprofessionals al ‘onbewust bekwaam’ omgaan met grensoverschrijdend gedrag. “Maar er is nog veel te leren, er zijn verschillende verklarings- en beïnvloedingsmodellen. Bijvoorbeeld over hoe de hersenen van iemand met dementie werken. Of welke leerstrategieën je het best kunt hanteren bij iemand met autisme of met het syndroom van Korsakov. Naarmate je er meer over weet, kun je beter omgaan met agressie op je afdeling. Want als je ‘bewust bekwaam’ bent, weet je gewoon beter hoe te handelen.”

Verslag door Linda van Ingen

Meer weten

 


Geplaatst op: 3 mei 2018
Laatst gewijzigd op: 2 mei 2018