Duurzame medische zorg in de regio: samenwerking gaat steeds beter

Zorgorganisaties moeten samenwerken in de regio om personeelskrapte en kwaliteitsvraagstukken op te lossen. Dat doen ze ook steeds meer, en krijgen daarbij steun van Waardigheid en trots in de regio en van de Erasmus Universiteit. Tijdens de bijeenkomsten over duurzame medische zorg in de regio  delen organisaties ervaringen, kennis en werken ze aan hun netwerk. Zodat ze van elkaar kunnen leren.

Samenwerking krijgt nog niet overal in dezelfde mate vorm, constateerde Iris Wallenburg van de Erasmus Universiteit tijdens de bijeenkomst over duurzame medische zorg in de regio op 13 november in Utrecht. ‘Soms zijn zorgorganisatie vooral met zichzelf bezig en minder met verantwoordelijkheid voor hun regio. Eigen instelling eerst. Concurrentie wint het dan nog van samenwerking.’

Samenwerking noodzakelijk

Samenwerking is noodzakelijk om knellende problemen aan te pakken, zoals het tekort aan specialisten ouderengeneeskunde. Programmacoördinator Jan Verschuren van Waardigheid en trots in de regio  stelde vast dat instellingen in diverse regio’s elkaar goed weten te vinden. Drie regio’s vertelden in sessies hun verhaal:

Actie-onderzoek

Initiatieven waarbij 3 of meer aanbieders betrokken zijn, kunnen een beroep doen op de zogeheten transitiemiddelen voor financiële steun. Daarnaast kunnen ze ondersteuning krijgen van de  Erasmus Universiteit.

De steun van de Erasmus Universiteit bestaat uit ‘actie-onderzoek’, legde Wallenburg uit. Onderzoekers lopen mee met pilots en volgen op de voet wat er gebeurt. Waar lopen partijen tegenaan in hun samenwerking? Wat lukt en wat zijn de knelpunten? De onderzoekers denken mee, sturen bij en helpen vragen beantwoorden.

Problemen voorkomen is nu handelen

‘Het gevoel van urgentie tussen regio’s verschilt’, aldus Wallenburg. ‘In sommige regio’s ligt het tempo van vergrijzing lager, in andere regio’s is het personeelsprobleem nog minder nijpend. “Het gaat nog”, horen we dan. Maar wil je problemen voorkomen, dan moet je nu bedenken hoe je dat gaat doen. Hoe kun je een tekort aan specialisten ouderengeneeskunde opvangen? Welke taken kun je verleggen naar verzorgenden? Hoe stel je je team samen?’

Charlotte de Winter, inspecteur bij de IGJ:’ Onze focus ligt op het lerend vermogen van de organisatie.’

Grenzen opzoeken

Jan Verschuren constateerde dat zorgorganisaties zich soms in hun samenwerking laten beperken door vermeende beperkingen, zoals regelgeving en angst voor de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). ‘We zijn te voorzichtig. Daardoor benutten we maar 60 procent van de mogelijkheden. Terwijl we 110 procent zouden moeten gebruiken. Zoek de grenzen maar op.’

Charlotte de Winter, inspecteur bij de IGJ, sloot zich aan bij de aanmoediging van Verschuren. Het uitgangspunt van de Inspectie, legde zij uit, is vertrouwen in de goede intenties van zorgaanbieders. Dat is ook zo bij het incidententoezicht. ‘Wij zijn er niet op uit om een schuldige aan te wijzen, maar ook om te kijken hoe een incident is ontstaan en wat we kunnen doen om herhaling te voorkomen. Onze focus ligt op het lerend vermogen van de organisatie.’

Kwaliteitskader startpunt voor inspectie

Bij de IGJ houden 90 medewerkers verdeeld over 5 teams de sector Verpleging & Verzorging in de gaten. 3 teams doen het risicotoezicht, de andere 2 richten zich op incidenten. Het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg is het startpunt van inspecties. De inspecteurs kijken daarbij vooral of de zorg persoonsgericht is, of er voldoende medewerkers zijn en of die opgewassen zijn tegen hun taak, en of er wordt gestuurd op kwaliteit en veiligheid.

Knelpunt rond verantwoordelijkheid

De IGJ heeft inmiddels 300 organisatie bezocht die verpleeghuiszorg bieden. Vooral op het gebied van personeel zijn er nog veel knelpunten, blijkt uit de rapportage van de Inspectie. Hoogleraar Roland Bal van de Erasmus Universiteit merkte op dat bij de samenwerking tussen instellingen om schaarste op te lossen er soms problemen zijn rond de verantwoordelijkheid. De Winter moest erkennen dat ze daar niet direct een antwoord op heeft. ‘Dat moeten we aandacht geven en ontwikkelen.’

Door: Jos Leijen

Meer weten


Geplaatst op: 26 november 2019
Laatst gewijzigd op: 10 december 2019