ZuidOostZorg en Zorggroep Liante: nieuw perspectief op medische zorg en behandeling door brede taakherschikking

Wat heeft de oudere cliënt daadwerkelijk nodig en welke zorg en behandeling sluiten hierbij aan, onafhankelijk van de woonplek, en hoe kan dit door brede taakherschikking georganiseerd worden.  Deze vraag staat centraal in een pilot in Friesland. Die interessante uitkomsten kan opleveren voor het hele land. Daarom wordt er ook wetenschappelijk onderzoek vanuit de Erasmus Universiteit aan gekoppeld.

Veel regio’s in Nederland kampen met een tekort aan specialisten ouderengeneeskunde. Daarnaast neemt de complexiteit van de zorgvraag van de oudere cliënt toe, waardoor steeds meer een beroep gedaan wordt op de specialist ouderengeneeskunde en andere behandelaren, zoals gedragsdeskundigen. Hierdoor neemt het tekort nog meer toe. De bestaande opvattingen over zorg en behandeling bieden onvoldoende een passend antwoord op dit knelpunt. ‘De oplossing van dit probleem vraagt om innovatieve ouderenzorg’, zegt Anke Huizenga, bestuurder van ZuidOostZorg.

‘In de regio Friesland willen ZuidOostZorg en Zorggroep Liante hierin het voortouw nemen, door samen met andere zorgaanbieders de pilot “Nieuw perspectief op medische zorg en behandeling in woonservicecentrum door brede taakherschikking” te starten. En door hieraan ook onderzoek door van de Erasmus Universiteit Rotterdam te verbinden. Onderzoekers gaan de veranderingen de komende drie jaar actief volgen en bijdragen aan de initiatieven vanuit kennis over de organisatie van zorg en door bevindingen uit de pilots terug te koppelen naar de bestuurders en zorgprofessionals op de werkvloer. Zo wordt een lerend netwerk gevormd, in de regio Friesland maar ook met en tussen andere regio’s die deelnemen aan het project.’

ZuidOostZorg zelf heeft op dit moment nog geen gebrek aan specialisten ouderengeneeskunde. ‘Maar we merken wel – net als overal in het land – dat hun aantal daalt. Het is wel krap, mede omdat we ze op verzoek ook inzetten in de eerste lijn. Dat was ook de aanleiding voor de pilot’, zegt Huizenga, ‘en we werken hier al sinds 2010 met verpleegkundig specialisten. De basis voor toepassing van taakherschikking ligt er dus al, en we hebben de Erasmus Universiteit al eerder gevraagd om mee te denken over hoe we de mogelijkheden hiervan kunnen benutten. In de zomer van 2017 realiseerde ik mij dat we de discussie hierover breder moeten oppakken dan alleen als ZuidOostZorg, het is immers een landelijk probleem.’

Veranderingen

Het achterliggende verhaal is de verandering die zich in de ouderenzorg heeft voltrokken. In het verleden werkten er medewerkers niveau 3 in de huizen en specialisten ouderenzorg. Als de laatsten zagen dat in de basiszorg dingen niet goed liepen, gingen ze zich daar zelf rechtstreeks mee bemoeien. Tegenwoordig is de personele inzet veel breder – feitelijk alles tussen niveau 1 en 7 – en hoeft de specialist ouderengeneeskunde zich dus niet meer met de basiszorg bezig te houden. Hiernaast was in de oude situatie sprake van verpleeghuizen en verzorgingshuizen. De verpleeghuizen stelden aan de verzorgingshuizen specialisten ouderengeneeskunde beschikbaar voor de consultfunctie. ‘Maar met het beperkter worden van de beschikbaarheid van specialisten ouderengeneeskunde werd dat steeds moeilijker’, zegt Huizenga. ‘Bovendien werd door de veranderende opvattingen in de ouderenzorg steeds diffuser wanneer een oudere wel of niet medische behandeling nodig heeft.’

Anke Huizenga, bestuurder ZuidOostZorg
‘In de pilot kijken we naar cliënten en wat hun zorgvraag is. Wat is daarvan echt medisch en wat kan langs een andere lijn worden geboden? Waarvoor heb je de specialist ouderengeneeskunde of huisarts nodig en wat kunnen andere professionals doen? En hoe kunnen we daar met taakherschikking op aansluiten?’

Aansluiten op de cliëntvraag

Flash forward naar nu. Het verzorgingshuis is verdwenen. Ouderen wonen thuis en in woon-zorgcentra en hebben op enig moment zorg en behandeling nodig. Zo’n aanbieder is bijvoorbeeld Stichting Zorggroep Liante, eveneens in Friesland. Amanda Wennekendonk, manager bij Liante: ‘Het gaat om de individuele cliënt en wat die nodig heeft. Dat willen we bieden, onafhankelijk van de woonplek. Het is niet altijd in het belang van de cliënt om overgeplaatst te worden naar een verpleeghuis. Door multidisciplinair samen te werken, kan de cliënt soms langer in de vertrouwde omgeving blijven wonen en toch de benodigde zorg en behandeling ontvangen. Hiervoor is een goede samenwerking nodig tussen zorgorganisaties, zodat een multidisciplinair team rondom de cliënt zijn werk goed kan doen.’

Huizenga: ‘De vraag die op een gegeven moment gaat spelen, is: houdt Liante cliënten te lang, of nemen wij ze te vroeg op in het verpleeghuis? Vandaar de vraag die we nu in de pilot stellen: waar zit die cliënt het best en hoe kunnen we daar met taakherschikking op aansluiten? En vandaar dus dat we voor die pilot de samenwerking zochten met Liante.’

Pilot plus onderzoek

Aan de pilot doen ZuidOostZorg en Liante beide met één locatie – een voormalig verzorgingshuis – mee. ‘We gaan met de zorgteams, de verpleegkundig specialisten, de specialisten ouderengeneeskunde en de huisartsen kijken wat voor cliënten die teams hebben en wat hun zorgvraag is’, zegt Huizenga. ‘Wat is daarvan echt medisch en wat kan langs een andere lijn worden geboden? Waarvoor heb je echt de specialist ouderengeneeskunde of huisarts nodig en wat kunnen andere professionals doen?’

Hieraan ook meteen onderzoek koppelen geeft de pilot extra meerwaarde, zegt projectleider Iris Wallenburg van de Erasmus Universiteit. ‘Je krijgt bij taakherschikking te maken met dingen waar je in eerste instantie misschien niet meteen aan denkt’, zegt ze, het gebruik van taal bijvoorbeeld. Een verpleegkundig specialist of een verzorgende spreekt soms een andere taal dan een specialist ouderengeneeskunde en als de laatste de taal van de verpleegkundig specialist niet begrijpt of waardeert, kan hij zich afvragen of hij er wel op kan vertrouwen dat taakherschikking naar die verpleegkundig specialist goed uitpakt. Maar als er wel vertrouwen is, is er juist veel ruimte voor zelfstandig functioneren van de verpleegkundig specialist zonder toezicht door de specialist ouderengeneeskunde. Het gebruik van taal, bijvoorbeeld bij een overdracht in een patiëntendossier, kan dus heel belangrijk zijn in dit traject. En dat wordt wel eens over het hoofd gezien, de aandacht gaat veel eerder uit naar grotere en concretere onderwerpen zoals het opstellen van competentieprofielen. Hoewel die ook belangrijk zijn weten we dat alledaagse interacties cruciaal zijn voor het anders indelen en verdelen van taken en verantwoordelijkheden in de zorg.’

Zorgkantoor positief

Dit verklaart waarom het onderzoek dat aan de pilot gekoppeld wordt zo belangrijk is, stelt Huizenga. ‘Onderzoek helpt ons verder in de praktijk’, zegt ze. ‘We willen immers tot een nieuw zorglandschap komen. En het belang van taal daarbij is iets dat ik zelf niet zo snel bedacht zou hebben. Bovendien, onderzoek stelt ons in staat om onze bevindingen te vergelijken met die uit pilots die op andere plaatsen in het land worden gedaan. Mogelijk komen we daarbij ook zaken tegen die interessant zijn voor het ministerie van VWS, de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd, Zorginstituut Nederland en de zorgkantoren.’

Die laatste kijken met grote belangstelling naar wat deze pilot kan brengen. Roelinda van den Hoek, strategisch expert bij het zorgkantoor van De Friesland Zorgverzekeraar vertelt: ‘Al voor de zomer hebben we de bestuurders van de verpleeghuizen in de regio uitgenodigd om te spreken over de besteding van het ontwikkelingsbudget. Daarbij ging het om de vraag welke thema’s volgens bestuurders in Friesland spelen, waarvoor projecten vanuit het ontwikkelbudget zouden kunnen worden gefinancierd. Hierbij werd dit project ingebracht en het mooie is dat het start vanuit de vraag wat de cliënt nodig heeft, maar ook meteen kijkt naar de problematiek van de arbeidsmarkt. Het brengt daarmee de doelstellingen van het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg mooi bij elkaar. Daarmee kan het ons veel leren waarmee we ook op andere plaatsen in de regio ons voordeel kunnen doen. En het sluit aan bij de marktconsultatie die de Nederlandse Zorgautoriteit nu doet over de aansluiting tussen de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg.’

Roelinda van den Hoek, strategisch expert bij het zorgkantoor van De Friesland Zorgverzekeraar
‘De kern is dat we inzicht verwerven in de vraag of de cliënt de juiste zorg op de juiste plek krijgt’

Twee promoties

De onderzoekers van de Erasmus Universiteit gaan in de pilot meedraaien en gaan terugkoppeling geven over wat goed gaat en waar knelpunten zitten. ‘We kunnen hier veel kennis opdoen die ook op andere plekken in het land waardevol is’, zegt Wallenburg. ‘Niet met het idee dat wat we hier leren landelijk op te schalen is, want de uitgangssituatie kan van regio tot regio verschillen. We spreken daarom liever van transleren. De vraag is dan: wat kun je overnemen van wat in Drachten gebeurt en wat heb je daarvoor nodig? Bovendien kunnen we de kennis die we opdoen ook weer gebruiken voor ons onderwijs. Wij leiden tenslotte de nieuwe zorgmanagers op.’

Vanuit de Erasmus Universiteit zijn in het kader hiervan ook twee promotietrajecten gestart. Nienke van Pijkeren gaat vanuit haar achtergrond in sociale geografie en antropologie onderzoek doen naar de organisatie van de zorg in relatie tot de regio waarin die wordt geboden. Oemar van der Woerd gaat onderzoek doen vanuit de bestuurlijke invalshoek. Hij kijkt naar de bestuurlijke dilemma’s die werken in netwerken met zich meebrengt.

De juiste zorg op de juiste plek

Wennekendonk onderstreept het belang van de pilot door te stellen dat landelijk aandacht bestaat voor het onderzoeken van mogelijkheden om de zorg beter en goedkoper te maken. Huizenga erkent het belang hiervan, en vult aan: ‘Je kunt het ook vanuit de inhoud benaderen: het inzetten van meer zorg leidt niet altijd tot een beter resultaat voor de cliënt.’ Van den Hoek sluit hier graag bij aan. ‘De kern is dat we inzicht verwerven in de vraag of de cliënt de juiste zorg op de juiste plek krijgt’, zegt ze. ‘Het gaat erom dat cliënten zo lang mogelijk kunnen blijven wonen in de omgeving die hen vertrouwd is. Wat is daarvoor aan zorg en ondersteuning nodig en welke professionals kunnen die zorg bieden.’ Huizenga, afsluitend: ‘Het zou mooi zijn als we tot zorgketens komen waarin je kunt op- en afschalen: zorg bieden op het moment dat dit nodig is en daarna de oudere weer loslaten als dat kan.’

Door: Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 17 december 2018
Laatst gewijzigd op: 24 april 2019