Zorgmedewerkers Vilente pakken ruimte voor nieuw zorgconcept

In de interviewserie ‘Waardigheid en trots’ belichten we de plannen van een aantal van de (potentiële) deelnemers. Dit is interview 2: Vilente.

De medewerkers op een van de locaties van Vilente wilden verandering zien in hun werksituatie en werden gehoord. Het bestuur legde niet van bovenaf een oplossing op, maar bood hen ruimte om zelf tot een oplossing te komen. Dat werkte, en leidde tot de ontwikkeling van een nieuw zorgconcept dat in het voorjaar van 2015 beloond werd met een Planetree Award voor mensgerichte zorg. Ook vormde dit een belangrijk onderdeel van het vernieuwingsplan dat Vilente indiende voor deelname aan Ruimte voor verpleehghuizen.

Zorgaanbieder Vilente biedt zorg vanuit 8 woonzorglocaties en heeft een thuiszorgtak. Bestuurder José van Vliet laat zich graag informeren over hoe de zorgverlening verloopt op de woonzorglocaties. 2 maal per jaar bezoekt het voltallige directieteam daarom alle locaties. Van Vliet: ‘In de begintijd werd vooral vanuit de directie aangegeven welke ontwikkelingen er binnen Vilente waren. Inmiddels gebruiken de medewerkers deze momenten nu vooral om de directieleden te vertellen hoe het op de locatie gaat. Het initiatief ligt nu bij hen, zowel voor het plannen van de bijeenkomst als de inhoud. Een hele omslag.’

Bespreekbaar maken

Het mooie is dat de gesprekken na deze omslag ook veel opener werden. ‘De medewerkers vertellen nu ook over wat er niet goed gaat’, zegt Van Vliet. ‘Zo kon het gebeuren dat ik eind 2012 op onze locatie De Molenberg te horen kreeg: “Het lukt ons niet”. Te zware zorg, te weinig budget, te weinig tijd per cliënt. Toen ik voorstelde dit probleem op te lossen door ook familieleden van de cliënten in de zorg te betrekken, bleek dat de medewerkers het niet zo eenvoudig vonden om dit van hen te vragen. Vervolgens verdiepte het gesprek zich en bleek dat een aantal medewerkers van de zorgteams op die locatie niet alleen moeite hadden met de inzet van familieleden, maar ook niet allemaal goed met elkaar konden samenwerken. Ik was blij dat dit bespreekbaar werd, want dan heb je een opening om het op te lossen. Het was natuurlijk wél de bedoeling dat die teamleden met elkaar gingen samenwerken en het was ook wenselijk dat zij de familieleden zouden gaan betrekken. We hebben een coach ingezet om dit proces te ondersteunen.’

Het kan wél

De gevolgen waren snel merkbaar. Van Vliet kwam na de zomer terug op de locatie en trof daar niet alleen medewerkers die goed met elkaar samenwerkten, maar ook familieleden die een actieve rol speelden in de dagelijkse gang van zaken. ‘En niet alleen familieleden van nieuwe cliënten’, zegt Van Vliet, ‘maar ook familieleden van cliënten die al geruime tijd op die locatie woonden. Het bleek dus gewoon te kunnen en ze hadden het zelf voor elkaar gekregen. De medewerkers zijn echt als team bij elkaar gaan zitten om alles uit te spreken. Ook hebben ze familiebijeenkomsten georganiseerd, waarin ze eerlijk hebben gezegd: “Wij redden het niet alleen, wat willen en kunnen jullie doen?”.

Die familieleden waren alleen maar blij dat die vraag eindelijk kwam. Velen van hen wilden al lang actief worden. Ze durfden er alleen nooit om te vragen aan de medewerkers, omdat ze zagen dat die het al zo druk hadden. Een dochter zei: “Het voelde alsof ik op een ouderavond op school was, zoals mijn moeder dat vroeger voor mij deed”.’

Ontspannen werksituatie

Hierdoor ziet het dagelijkse leven op de locatie De Molenberg er inmiddels heel anders uit. Familieleden voelen zich uitgenodigd om mee te helpen, maar hoeven zich tot niets verplicht te voelen. ‘Degene die eerst alleen de boterham smeerde voor de eigen vader of moeder, doet dit nu voor iedereen in de groep’, zegt Van Vliet. ‘Iemand anders komt op zondag piano spelen, waarna alle bewoners het gevoel hebben dat ze naar een concert zijn geweest. Ook gebruiken we een groepsapp zodat familieleden rechtstreeks vragen kunnen stellen aan elkaar: “Ik ga wandelen met mijn moeder, zal ik de jouwe meenemen?”. De verzorgenden zijn nu veel meer ontspannen in hun werk en durven ook vragen te stellen aan familieleden. We kunnen nu dus meer doen met dezelfde middelen. De inbreng van familie levert ook meerwaarde omdat zij beter weten dan de verzorgenden wat een bewoner gewend was en wat deze prettig vindt.’

Een onverwacht bijeffect van dit succes is dat de cliëntenraad op deze locatie gestopt is omdat ze het gevoel had geen wezenlijke bijdrage meer te kunnen leveren. Alles wordt immers in de “gezinnen” besproken. ‘Op zich begrijpelijk’, zegt Van Vliet, ‘maar we denken toch na over de vraag hoe we dit het best kunnen oplossen. Misschien kunnen we dit doen door een familieraad in te stellen. We vinden in ieder geval dat er iets moet zijn, want de cliëntenraad van De Molenberg was – zoals op alle locaties – vertegenwoordigd in de centrale cliëntenraad en die verbinding missen we nu.’

Samengesteld gezin

De werkwijze die op locatie De Molenberg is gekozen, heeft geleid tot wat Vilente “samengestelde gezinnen” is gaan noemen. Zo’n gezin bestaat uit bewoners, en hun mantelzorgers en medewerkers. Van Vliet: ‘Net als de kinderen van gescheiden ouders die ineens in een ander gezin terechtkomen omdat hun vader of moeder een nieuwe relatie heeft, hebben ook onze bewoners en hun mantelzorgers geen vrije keus in met wie ze gaan samenwonen. Het nieuwe gezin zal leuke kanten hebben, maar ook minder leuke. Met de één kun je beter opschieten dan met de ander. En soms heb je met iemand onenigheid over iets onbenulligs omdat je beide moeite hebt met de situatie. In het samengestelde gezin op De Molenberg is ruimte voor alle gevoelens en emoties, met als uitgangspunt dat negatieve emoties kunnen worden weggenomen als ze worden uitgesproken. Dit zorgt ervoor dat iedereen zich in het samengestelde gezin thuis kan voelen.’

Dit betekent niet per se dat Vilente deze werkwijze nu integraal invoert voor alle andere locaties. ‘We hebben ook locaties waar mensen wonen die nog een aantal zaken zelf kunnen doen en waarin de behoefte aan ondersteuning van buitenaf dus geringer is’, verduidelijkt Van Vliet. ‘Maar wat zich in De Molenberg heeft afgespeeld, heeft er wel toe geleid dat we het ontwikkelde mantelzorgbeleid in de praktijk goed hebben kunnen inbedden. Onlangs organiseerden we een inspiratiecongres waarvoor medewerkers, vrijwilligers en mantelzorgers waren uitgenodigd. Een mantelzorger vertelde daar heel eerlijk: “Ik ben zo opgelucht dat mijn man recent is opgenomen. Nu kan ik weer mantelzorger zijn op mijn eigen manier”. Dat kwam echt aan in de zaal. De medewerkers vonden het fijn om niet alleen een visie op het onderwerp mantelzorg te horen, maar om ook te horen wat die visie daadwerkelijk betekent voor mensen.’

Innovatie van onderaf

De Inspectie voor de Gezondheidszorg is op de hoogte van dit beleid van Vilente. ‘Hoe hoger in de organisatie, hoe passender ze ons beleid vinden ten aanzien van de huidige ontwikkelingen in de ouderenzorg, zegt Van Vliet. ‘De toets die de inspecteurs in het veld hanteren is echter nog niet op dit concept toegesneden. Daarom werken we samen met hoogleraar ouderengeneeskunde Joris Slaets, Planetree Nederland en zorgaanbieders als De Hoven en Icare aan de ontwikkeling van een kwaliteitsconcept dat beter op deze manier van werken is toegespitst.’

En het zorgkantoor? ‘Dat volgt ons met interesse’, zegt Van Vliet. ‘Maar we merken dat in het inkoopkader 2016 zaken staan – vooral inzake de Zorgverzekeringswet – waaraan we niet voldeden. Dat kader zet sterk in op zaken als HKZ-certificering en de CQ-index. Precies de zaken die we terzijde wilden schuiven toen we de status kregen van regelarme aanbieder. Daarvoor zullen we dus nu op de een of andere manier een oplossing moeten vinden. De kern hierbij voor ons is dat we nu cliënten en mantelzorgers hebben die tevreden zijn over ons, en medewerkers die merken dat ze ergens wat van mogen vinden en dat dan ook daadwerkelijk naar hen wordt geluisterd. Dat moet wel de kern blijven, een top down benadering gaat hier echt niet meer werken. Innovatie komt vanaf de werkvloer tot stand.’

Interview door: Frank van Wijck

Meer weten

 

Geplaatst op: 10 juli 2015
Laatst gewijzigd op: 20 juni 2016